Özcan Akyol heeft geen flauw benul

Door Luck van Leeuwen

In zijn essay Generaal zonder leger doet Özcan Akyol het thema van de Boekenweek eer aan. Met een ferme knuppel in het hoenderhok geeft Eus praktisch iedereen in het hedendaagse literaire veld ervan langs: de ‘linkse’ schrijversclub rondom uitgeverij Das Mag, de op de succesvolle Lucinda Riley neerkijkende boekhandelaren en de steeds naar elkaar verwijzende literair recensenten van de landelijke dagbladen. Ook de academische studie van het Nederlands krijgt het zwaar te verduren, omdat zij geen werkelijke inhoud omvat. Eus slaat met zijn ideeën over het vak de plank volledig mis. De academische neerlandistiek is namelijk grensverleggend, intermediaal en vooral ambitieus. 

Eus schetst ten onrechte het beeld dat neerlandici zich enkel bezighouden met het analyseren van diepgravende betekenissen van romans, totdat zij een ‘vermeende symbolische betekenis hebben gevonden die de auteur erin wilde stoppen’. Eus zou om die reden gestopt zijn met de studie Nederlands omdat hij, net als naar zijn zeggen andere studenten Nederlands aan de Vrije Universiteit, een ‘gevoel van onbehagen’ had jegens deze wetenschappelijke praktijk. De neerlandistiek was echter toen Eus stopte met zijn studie Nederlands al grensverleggend, en dat is het nog steeds.

Dit bleek tijdens de Neerlandistiekdagen, die het afgelopen weekend aan de Universiteit Leiden werden gehouden en waarbij honderden geïnteresseerden bij elkaar kwamen om na te denken over de rol van taal, communicatie en literatuur in de samenleving. Zo sprak letterkundige Gaston Franssen over wat literatuur en geneeskunde van elkaar kunnen leren, ging Aafje de Roest met het publiek in gesprek over haar proefschrift over hedendaagse hiphopmuziek en literatuurwetenschapper Kila van der Starre – notabene door Eus in het essay aangehaald – mocht vertellen over haar onderzoek naar poëzie buiten de klassieke bundel, zoals die in rouwadvertenties, op Instagram en in de publieke ruimte. 

Dit zijn maar enkele voorbeelden van neerlandici die voorbij de grenzen van de traditionele neerlandistiek denken. De tijd dat hoogleraren achter gesloten deuren werkten aan vraagstukken die geen maatschappelijk nut hebben, is voorbij. Neerlandistisch onderzoek doet er toe, en speelt rechtstreeks in op urgente kwesties als laaggeletterdheid, meertaligheid, oorlogstrauma’s in literatuur of het zo editeren van klassieke teksten dat ze weer met plezier gelezen kunnen worden door scholieren. Neerlandici zijn niet geïnteresseerd in de symbolen die auteurs ergens in verstoppen, maar willen weten wat taal doet met sprekers, luisteraars én lezers. 

Arjan Peters schrijft in de Volkskrant in zijn nog overwegend positieve recensie van Generaal zonder leger dat Eus als ‘polemische geest’ mag overdrijven om zijn punt te maken. Een enorme mate van vrijheid heeft de polemist inderdaad, maar ten koste van wat gaat deze genomen vrijheid? Eus bewijst zijn eigen vak namelijk een hele slechte dienst met dit essay. Door hedendaagse neerlandici compleet ongenuanceerd én onjuist weg te zetten als stoffige hermeneuten brengt hij het hele literaire veld onnodige schade aan. Dit terwijl Eus en de neerlandistiek dezelfde doelen nastreven, waaronder het aanpakken van analfabetisme en het bestrijden van de ontlezing. Als hij zijn studie Nederlands wél had afgemaakt, was hij hier misschien meer doordrongen van geweest.

De veelal negatieve beeldvorming rondom het vak is hardnekkig en moeilijk bij te stellen, zoals ook hoogleraar Nederlandse letterkunde Yra van Dijk in haar essay ‘Moedwil en misverstand’ in De Nederlandse Boekengids eind 2019 liet zien. De neerlandistiek verdient een juiste en volledige representatie tijdens een groot en belangrijk evenement als de Boekenweek. Kritiek op neerlandistisch onderzoek mag, en is zelfs welkom. We gaan namelijk graag het debat aan over onze onderzoeksmethoden, het nut van valorisatie en de maatschappelijke urgentie van het vak.

Een onjuiste feitelijke weergave is echter geen overdrijving, maar destructief omdat hij diegenen die dezelfde missie als hij hebben in een kwaad daglicht stelt. Eus richt zijn kritische pen op de verkeerde mensen; zij die tomeloos enthousiast in moeilijke omstandigheden met magere universitaire baanperspectieven iedere dag weer opnieuw de Nederlandse taal en cultuur in positieve zin voor het voetlicht brengen. Ik nodig Özcan Akyol dan ook vooral van harte uit om al rebellerend en dwarsdenkend deze strijd hand in hand met de neerlandistiek aan te gaan.

Illustratie: M. van Oostendorp