Multatuli in het Fries in 1876

Door Eric Hoekstra en Reinier Salverda

Vandaag, 2 maart 2020, is het de tweehonderdste geboortedag van Multatuli, en daarom verschijnt op het blog van het Friese culturele tijdschrift De Moanne de Friese vertaling van zijn ‘Het Gebed van de onwetende’ uit 1861.

Deze vertaling is van Multatuli’s tijdgenoot, de Friese schrijver en vrijdenker Hjerre Gjerrits van der Veen [1816-1887]. Voor het eerst verscheen die vertaling in 1876 in het tijdschrift Forjit my net! (Vergeet me niet!), zoals Anne Wadman heeft vastgesteld in zijn dissertatie over Van der Veen uit 1955.

Dat was toen zeer vroeg: Multatuli heeft deze tekst zelf nog kunnen lezen. De Max Havelaar was voor het eerst vertaald in 1868, in het Engels. Als tweede volgde, in 1876, de Franse vertaling, tegelijk met Van der Veens ‘Gebed’ in het Fries. Daarna was het lang stil: de eerste Duitse vertaling van Multatuli verscheen pas in 1900. 

In 1892 – vijf jaar na het overlijden van Multatuli – werd Van der Veens vertaling nogmaals gepubliceerd, deze keer in de herdenkingsbundel Ter Gedachtenis aan Multatuli, 1877 – 19 februari – 1892 (Amsterdam 1892, pp. 118-120), uitgegeven door de vrijdenkersbeweging De Dageraad (Niet genoemd bij Wadman).

In de inleiding tot deze bundel schreef de Gorredykster multatuliaan dr Vitus Bruinsma: “”Onder de apostels van het goede komt een eereplaats toe aan Multatuli. Nu de kerken verlaten worden, behoeft men andere mannen dan dominé’s en pastoors om het goede te prediken en ook een andere wijze van prediking. Wie geen kerken bezoeken – en hoe velen zijn dit! – kunnen toch een opwekking tot goed-zijn noodig hebben. Die opwekking geeft Multatuli.”

Het is hier nu dus de derde keer dat Van der Veens vroege Friese Multatulivertaling verschijnt, wel in de Friese spelling van nu en deze keer ook niet om Multatuli’s sterfdag maar om zijn wedergeboorte in het Fries – als een literair eerbetoon aan deze grote schrijver bij de opening van het Multatuli-jaar 2020.