Lucas Schermer (1688-1711): Sonnet on Amarel

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (5)

Schilderij: Gerard van Honthorst, Wikipedia

Door Cornelis W. Schoneveld

Close to the water of a fountain streaming
Sat in the shade of trees the beauteous Amarel,
Who lapped the flowing crystal water from a shell;
Her face had Coridon with fiery sparkles teeming: 

He sighed, O beauty! must I endlessly be dreaming 
Of comradeship; and will it ever turn out well,
That you, with all this hate, will quench my fire, and quell
My love ache, thus your old dislike of me redeeming?

Your sorrow, my sweet Coridon, has run its course!
Said Amarel: sit down near this pure silver source,
Receive my love with all the kisses I can master,

I tested just you faith, and you are quite foolproof. 
So quench your fire then on my cheeks of alabaster.
No, Amarel, he said, I fooled you with this spoof.

Klinkdicht op Amaril

Waar Amarillis in de lommer van de bomen
Was neergezeten bij een springende fontein,
En lepte uit een schulp het stromend kristallijn,
Is Coridon, ontvonkt door haar gelaat gekomen;

O schone ! zucht hij, zal ik eeuwig moeten dromen
Op uw genegenheid; zal ’t altoos hooploos zijn,
Dat gij na zo veel haat mijn brand en minnepijn 
Verzachten zult en uw afkerigheid betomen?

’t Is lang genoeg getreurd, beminde Coridon!
Sprak Amaril, zit neer bij deze zilveren bron,
Ontvang mijn wedermin met deze liefde kussen.

Ik toetste naar uw trouw, die vind ik zonder vlek,
Gij kunt uw brand op mijn albasten kaken blussen.
Nee, sprak hij, Amaril, ik scheer met u de Gek.