Hallootjes? Ja, daag!

Door Ronny Boogaart

Om supersnel internet ‘uit en thuis’ te demonstreren, rent in de nieuwste campagne van T-mobile een vrouw in een lange regenjas door de stad, waarbij ze dwars door huizen heen gaat. Aan de wapperende regenjas zie je hoeveel haast ze heeft, maar ze houdt toch even in als ze een badkamer is binnengestormd waar een man in bad zit. Terwijl ze een volledige draai maakt om hem beter te kunnen bekijken, zegt ze:

  • Hallootjes!

Je kan die vorm gebruiken om iemand gedag te zeggen, en dat is wel het minste wat je kan doen als je onaangekondigd bij iemand de badkamer binnenvalt, maar dat is niet wat die vrouw in die regenjas doet. Of misschien doet ze dat óók, maar ze drukt met hallootjes toch vooral uit dat ze aangenaam verrast is door wat ze in het bad aantreft. Dat zie je niet meteen aan de vorm, maar je hóórt het wel. Ze spreekt hallootjes ongeveer uit alsof ze wat al te enthousiast reageert op een kind dat lootjes wil verkopen ten bate van een of ander goed doel: 

  • Ha, lóótjes! 

Zo praat je niet als je iemand alleen maar wil groeten.

Met de juiste intonatie kun je met een groet dus heel andere dingen doen dan gedag zeggen. Dat geldt helemaal niet alleen voor die gekke verkleinvorm hallootjes

Halló!

Die vrouw in de regenjas had ook gewoon de grotere broer van hallootjes kunnen gebruiken met hetzelfde effect. Ook bij hallo hoor je duidelijk of het meer is dan alleen een groet. Je kunt er heel goed iets als ‘positieve verrassing’ mee uitdrukken, maar dan komt de klemtoon meestal op de tweede lettergreep: halló zeg! Vaak wordt dan ook nog l-klank benadrukt of verlengd, zeker als de ‘positieve verrassing’ een persoon betreft, zoals in de badkamerscène. Die -l kan dan zelfs in de richting gaan van de emfatische uitspraak die je in het Arabisch hebt in Allah.

Je kunt behalve hallo ook andere groeten gebruiken om positieve verrassing en verbazing uit te drukken, en dat is niet beperkt tot erotische contexten. Zo appte mijn schoonvader me vorige week nog, als reactie op mijn foto van een diner in een nieuw Aziatisch restaurant:

  • Goeiemorgen!

Hoewel hij dat ’s avonds appte, had ik helemaal niet de indruk dat hij zich in het tijdstip vergiste. Met goeiemorgen! bedoelde hij simpelweg ‘dat ziet er lekker uit’, dus dat had die vrouw met die regenjas ook kunnen gebruiken. Voor mijn gevoel kun je dit de hele dag doen met goeiemorgen!, en in iets mindere mate ook nog wel met goeiemiddag!, maar voor goeienavond! moet het echt wel avond zijn. Als je iemand ’s avonds een selfie stuurt en die reageert met goeienavond!, dan weet je eigenlijk niet waar je aan toe bent. En dat is ook zo als iemand ’s ochtends reageert met goeiemorgen! De rest van de dag kun je goeiemorgen rustig als een compliment opvatten. In gesproken taal bestaat die verwarring sowieso niet:  In de verrassings-functie worden al die woorden overdreven gearticuleerd en krijgen ze vaak een extra klemtoon op de eerste lettergreep (goéiemórgen!).  

Ja, hállo!

Maar hallo drukt niet altijd een positief gevoel uit. Je kunt het, vooral in combinatie met ja, ook heel goed gebruiken zoals Karin Luiten hier doet in de kookrubriek van Trouw van zaterdag 11 januari 2020:

Iebelig word ik ervan. Mensen die zich op hoge poten beklagen dat een recept van mij is mislukt, waarna bij enig doorvragen blijkt dat ze een ingrediënt hebben weggelaten, een ander hebben vervangen, meer van zus of zo hebben gedaan, een ander bakformaat hebben genomen en een lagere oventemperatuur. Ja, hállo.

Handig is dat Luiten meteen aangeeft hoe je dit voor moet lezen. Terwijl je in het positieve gebruik de laatste lettergeep nadruk geeft (hallóótjes, halló), moet je dat hier juist met de eerste doen. Met de combinatie ja, hállo bedoelt Luiten dat het nogal logisch is dat die recepten misgaan als je je niet aan haar aanwijzingen houdt. Dat is dus niet aardig bedoeld en dat het misgaat is juist níet verrassend. Die twee hallo’s zijn als het ware elkaars spiegelbeeld: met het positieve halló! geef je aan dat je aangenaam verrast bent, terwijl je met het negatieve (ja,) hállo! laat zien dat wat je gesprekspartner zegt of vraagt nogal een open deur is.  

Opvallend genoeg wordt ook de (neem ik aan) vriendelijk of grappig bedoelde verkleinvorm hallootje met die negatieve functie gebruikt. Ik verwachtte dat niet, maar je kunt op internet wel voorbeelden vinden waarin ja hallootjes, typisch gevolgd door zeg, duidelijk precies dezelfde functie heeft als het negatieve ja, hállo (zeg)!

  • Ja hallootjes zeg, jullie hoeven toch niet alles van me te weten.
  • Ja hallootjes zeg. DRIE hele HD kanalen erbij? Alleen voor wat voetbalabonnees?
  • Ja hallootjes zeg. Of ik met Dumbo op de foto wil? Daar zeg ik geen nee tegen.

Dat negatieve ja, hállo/hallootjes zou dus als een ironisch gebruik begonnen kunnen zijn: je doet alsof je verrast bent maar het is voor iedereen duidelijk dat dat juist niet het geval is, want je reageert ermee op een geval van ‘stating the obvious’. Zoals je dat in precies dezelfde contexten ook met jòh! kan doen. Tegenwoordig gebruiken veel mensen hiervoor het Engelse duh (of leuker: no shit, Sherlock) maar er zijn dus volop Nederlandse alternatieven, op z’n minst ook nog: 

  • ja, hè hè!
  • nee écht waar?
  • je méént het?
  • Nogal wiedes

Er is nog een alternatieve (of aanvullende) verklaring voor het gebruik van hallo in ja, hállo! Omdat ik op zaterdag niet alleen Trouw lees, maar ook De Volkskrant, kwam ik diezelfde ochtend ook nog dit tegen in een recensie van Anne van Driel (over een biografie van Melania Trump).

Maar aan het eind van ‘de ongeautoriseerde biografie’ zijn die prangende vragen niet of nauwelijks beantwoord en is er minstens eentje bijgekomen. Waarom zou je Melania Trump überhaupt willen volgen – ‘fulltime en exclusief, als enige journalist’, zoals CNN-verslaggever Bennett trots in haar boek meldt – als er zo weinig te halen valt? Al na een paar hoofdstukken wil je haar toeschreeuwen: ‘Ja, dingdong, waarom denk je zélf dat niemand anders dit werk doet?’

Van Driel gebruikt dus ja, dingdong met ongeveer dezelfde functie als ja, hállo! in de kookrubriek uit Trouw, en ze had hier inderdaad ook goed hállo kunnen gebruiken. Dat dingdong roept bij mij het beeld op dat de recensent de auteur van de biografie wakker belt: hé daar, let eens op, wat denk je zelf? Zoiets kun je met hállo natuurlijk ook doen. Zelf moet ik dan meteen denken aan het meisje dat elke avond in de tweede helft van de talkshow van Barend en Van Dorp op RTL-4 de kijkers toeschreeuwde: Wakker worden, hállo, zijn jullie er nog?!

Dit type hallo (laten we zeggen: aandachtvragend hallo) zou ook de bron kunnen zijn van hallo in de constructie ja, hállo! Die betekent dan zoiets als: word eens wakker, let eens op, dan zie je zelf hoe stom of vanzelfsprekend het is wat je zegt (of vraagt).

Ja daag!

In plaats van hallo kun je na ja in deze constructie ook heel goed nog een andere groet inzetten, namelijk dag, dat dan meestal uitgesproken (en ook wel geschreven) wordt als daag. Behalve verlengd kan de uitspraak van de a-klank hier ook behoorlijk verlaagd worden, waardoor de overeenkomst met het Engelse duh nog groter wordt.

Als groet is dag algemener dan hallo want je kunt dag zowel zeggen tegen iemand die binnenkomt als tegen iemand die weggaat, terwijl hallo in het laatste geval gek is. Dat gebruik van dag als afscheidsgroet zie je ook terug in ja daag!, dat vaak als een ontkenning of weigering dienst doet. Een paar gevallen uit het OpenSonar-corpus

  • Zou jij muziek tegen betaling downloaden? Ja daag.
  • Als mijn moeder dan zegt van ja kook jij ‘ns vanavond. Ja daag weet je wel, nou, dus dan doet ze ’t ook niet.
  • Zegt zijn vrouw : “Ja dag , ik ga niet de barbeque aansteken voor één klein worstje ” .
  • Ja dag, ik ga geen condooms kopen en dan op dat moment zeggen van hé, ik heb condooms gehaald hoor! Dat hoort een jongen te zeggen , niet een meisje.

Die negatieve betekenis van ja, daag! ligt vrij dicht tegen het gebruik als afscheidsgroet aan. Je hoeft daar helemaal geen ingewikkelde metafoor achter te zoeken. Je kan in zo’n context immers ook makkelijk rot op! zeggen of zelfs fysiek weggaan. Er is zo’n duidelijke overeenkomst tussen weggaan en weigeren (ontkennen, afkeuren) dat het me niet zou verbazen als er meer talen zijn die voor deze functies hetzelfde woord gebruiken. In het Nederlands is het fenomeen ook zeker niet beperkt tot dag/daag, veel mensen doen het met ja, doei!, of nog een andere:

Positief/negatief 

Terwijl dag/daag, als het geen gewone groet is, dus meestal negatief is, kunnen we voor hallo een ‘negatief’ en een ‘positief’ gebruik onderscheiden (waarbij de intonatie doorslaggevend is). Als je met hallo verrassing uitdrukt, heb ik dat tot nu toe een ‘positief’ gebruik genoemd, maar het maakt wel wat uit of het gaat over Aziatisch eten of over een man die nietsvermoedend in zijn eigen huis in bad zit. Als je halló!/hallóótjes! of goéiemórgen! tegen een persoon zegt, op de toon waarop die vrouw in die regenjas dat doet, dan hoeft dat voor die persoon geen positieve ervaring te zijn. Als u zich even voorstelt dat de rollen zijn omgekeerd en dat een naakte vrouw op deze manier wordt aangesproken door een man in precies zo’n lange regenjas, dan begrijpt u wel wat ik bedoel. Als je zo iemand beschuldigt van seksuele intimidatie, dan kan die persoon natuurlijk niet zeggen dat hij/zij met ha lootjes! ‘alleen maar gedag zei’. Ja dáág, hallo!

Die man in dat bad zou ik eerder aanraden om de vrouw in de regenjas aan te klagen voor huisvredebreuk.

Gertjan Postma en Tobias Scheer bespreken hier de overeenkomst tussen groeten en verrast zijn die je zowel ziet bij hallo als bij goedemorgen. 
In 2014, ruim voor #metoo, schreef mijn student Christel Brouwers een mooie scriptie over de vraag wanneer en waarom gedag zeggen een geval van ‘street harassment’ kan zijn.