Gedicht: Paul Demets • Zoönose

Uit De hazenklager, de nieuwe bundel van Paul Demets: “Ik pleit erin voor een nieuwe omgang met de natuur en met de dieren, omdat we anders riskeren om met nog meer virussen geconfronteerd te worden. Een cyclus uit de bundel heet ‘Zoönose’. Covid-19 is een zoönose, een ziekte overgedragen van dier op mens. We gedragen ons veel te hoogmoedig tegenover de dieren en de natuur.”

Zoönose 2

Ik kijk naar je rug, de kano, het water. Hoe alles
beweegt. Een blauwe schijn hangt op je schouders.

Je lijkt hem met de spaan uit het water te halen.
Je blauw zuigt de oevers op. Hoor je hoe dichtbij

de dieren zijn, vraag je. Ze zuchten. Ze kauwen,
volgen onze slagen, herkauwen, grazen.

Nergens leggen we aan. We hebben alles meegenomen.
Hebben we bereik? Vangen we het wellen van de modder op

in de deining opgekropt, het geslurp tussen het riet? Ergens
valt een meteoriet, maar we willen het niet horen. De kano klieft

het landschap en neemt jou op en de dieren.
Af en toe vallen onze stemmen weg. Ik laat me varen.

Hoe knipt de kano de avond? Je verandert. Je rug lijkt
een zachte vacht, je staart zwaait als je roeit, maar slechts half.

Paul Demets (1966)
uit: De hazenklager (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.