De rust van de dodenakker

Onder het middelste graf (donkere steen met gouden letters) liggen de botten van Pieter Nieuwland.

Door Peter van Zonneveld

Gisteren fietste ik naar de kleine, maar schilderachtige begraafplaats Rustoord in Diemen. Er was niemand. Nu ben ik daar al eerder geweest, maar kort geleden had ik ontdekt, dat de veelzijdige, jonggestorven dichter en geleerde Pieter Nieuwland (1764-1794) hier zijn laatste rustplaats had gevonden. Het kerkhof dateert van 1791, en hij was een der eersten, die daar in de open lucht begraven werd. Pieter Nieuwland is geboren in de Watergraafsmeer, en vertoonde al jong trekken van grote begaafdheid. Tijdens zijn korte leven doorliep hij een kleurrijke loopbaan. Hij genoot vooral ook bekendheid als dichter; in zijn vers ‘Orion’ wist hij sterrenkunde en poëzie op fraaie wijze te verenigen. Nieuwland eindigde als hoogleraar in Leiden, waar hij onder meer wis- en natuurkunde doceerde.

Zijn persoonlijke leven verliep minder voorspoedig. In 1791 trouwde hij met Anna Hartwignia Pruissenaar, maar hun geluk was van korte duur. Na één jaar overleed zij en hun dochtertje volgde haar twee dagen later in het graf. Twee jaar nadien blies ook hij de laatste adem uit. Zijn leermeester J.H. van Swinden sprak: ‘Hy stierf, bedaard en te vreden, omringd van schreijende Vrienden en Leerlingen, na dat hy voor weinig dagen het dertigste Jaar van zijn leeven had volbragt!’ Er werden verschillende grafmonumenten voor hem ontworpen, maar geen daarvan schijnt daadwerkelijk geplaatst te zijn. In 1833 werd zijn graf geschud.

Waar hij lag, is echter bekend. Het toeval wil, dat nu juist op 24 maart, de dag van mijn bezoek, een gedenksteen voor hem zou worden onthuld door leerlingen van het Pieter Nieuwland College in de Watergraafsmeer. Daar kwam ik pas zondag jongstleden achter. We begrijpen waarom dat niet door ging. Wel vond ik het graf waar zijn botten nog onder moeten liggen, en ik vermoed, dat de steen zou worden aangebracht op de lege plek ernaast, waar nu nog de Paarse dovenetel driftig door bijen worden bezocht.

Een half jaar geleden kwam ik voor het eerst op Rustoord, omdat, toen ik er langs fietste op weg naar Weesp, mijn aandacht werd getrokken door een negentiende-eeuws grafmonument. Ik stapte af en ging even kijken. Het bleek te zijn opgericht voor N.J.B. Kappeyne van de Coppello (1818-1882), rector van het Gymnasium en buitengewoon hoogleraar klassieke letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Tot mijn verrassing lag daar ook de bekende politica Annelien Kappeyne van de Coppello (1936-1990). In Leiden kom ik vaak langs het huis waar zij woonde: Gerecht nummer 10. Een gedenksteen herinnert daar aan. Mijn postzegelclub kwam omstreeks 1962 ook in dat huis bijeen; zij moet daar toen als studente reeds vertoefd hebben.

Maar gisteren ontdekte ik tot mijn grote verbazing het graf van Hanna Belmonte (1800-1867), de toegewijde echtgenote van Isaäc da Costa! Dat had ik daar helemaal niet verwacht. Zij en Da Costa waren volle nicht en neef, afkomstig uit een Sefardisch Joodse familie. In 1822 zijn beiden, mede onder invloed van Bilderdijk, overgegaan tot het christendom. Waar? Jawel, in Leiden! Mijn verhaal wordt eentonig, lezer, maar ik kan het ook niet helpen dat mijn geboortestad hier steeds weer opduikt. Jaren geleden las ik haar dagboekje, dat in 2000 werd uitgegeven. Ze getuigt daarin niet alleen van de innige liefde voor haar man, maar vertelt ook gedetailleerd over de vele zwangerschappen en miskramen die er het gevolg van waren. Volgens Allard Pierson kon ze prachtig zingen (‘een stem als een leeuwerik’), en Potgieter vond haar ‘een innemende schier Andalusische schone’. Op het enige portret dat mij van haar bekend is, blijkt daar helaas weinig meer van terug te vinden.

Zo was ook deze dag, in de bijzondere tijden die we nu beleven, op die verstilde dodenakker, weer vol verrassingen. Ik zat in mijn eentje naast de kleine aula op een bankje in de zon, dronk koffie uit een thermoskan, nuttigde een koffiebroodje, en verbaasde me over het feit, dat we op allerlei manieren met het verleden verbonden zijn.