De coronacommunicatie “kan (kon?) beter” – maar hoe?

Door Gudrun Reijnierse

De afgelopen weken staat het nieuws bijna volledig in het teken van de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Eerst ging het vooral over China, toen over Italië, en nu over Nederland. Het virus is in korte tijd van een ‘ver-van-mijn-bed-probleem’ geworden tot een nationaal probleem dat ons dagelijks leven de komende tijd drastisch zal beïnvloeden. Met het lokaler worden van het probleem verandert ook de communicatie over het virus: het gaat niet langer over wat ‘de Ander’ doet of zou moeten doen, het gaat om de maatregelen die ‘wij’ moeten nemen, en of die niet te vergaand of misschien juist niet vergaand genoeg zijn.

Vanuit (wetenschaps)communicatief perspectief zijn het interessante tijden. Op 11 maart berichtte de NOS op haar website: “Crisis-experts: onze corona-aanpak is goed, communicatie kan beter”. Volgens het artikel moet vooral goed worden uitgelegd waarom bepaalde maatregelen worden genomen. Dergelijke uitleg kan verschillende doelen dienen: door toe te lichten waarom bepaalde beslissingen worden genomen kan de overheid burgers bijvoorbeeld het gevoel geven dat er serieus met het virus én met zorgen daarover vanuit de samenleving wordt omgegaan. De overheid kan daarnaast door uitleg te geven draagvlak (proberen te) creëren voor de maatregelen. Door zaken toe te lichten kun je bovendien proberen nepnieuws en geruchten te voorkomen of te voorkomen.

Minister-president Mark Rutte leek in zijn televisie-/radiotoespraak van 16 maart vrij letterlijk gehoor te geven aan de oproep van de crisis-experts. Ruttesprak over het opbouwen ‘groepsimmuniteit’ en zei letterlijk: “dat moet ik uitleggen“. Er volgde een uiteenzetting van de verschillende opties om met het virus om te gaan, en een toelichting van de door Nederland daarin gemaakte keuzes. In de verschillende ‘nabeschouwingen’ (o.a. in DWDD, Nieuwsuur, OP1, Voetbal Inside) werd volop ingegaan op het feit dat Rutte beslissingen van de regering in deze toespraak uitlegde. De algemene tendens lijkt te zijn dat de uitleg helder was. Daarmee, zo zou je kunnen zeggen, heeft Rutte goed werk geleverd.

“Uitleg” is vanuit mijn eigen onderzoeksgebied ook op een andere manier interessant. Ik vraag me bijvoorbeeld af welke metaforen worden gebruikt om over corona te berichten. (Voor de leesbaarheid noem ik hierna alleen metaforen, maar ik versta daaronder ook andere vormen van niet-letterlijke vergelijkingen onder zoals analogieën.) Ik ben daarin zeker niet de enige die zich dit afvraagt (zie bijv. de blog van Brigitte Nerlich van 17 maart), en dat is logisch te verklaren. Met een metafoor kun je namelijk abstracte, ingewikkelde of onbekende zaken (zoals in dit geval de omgang met een nieuw virus) beschrijven in termen van iets concreters waarmee mensen meer ervaring hebben. Het gebruik van metaforen kan dus heel nuttig zijn in een poging burgers/consumenten/luisteraars beter te doen begrijpen wat het coronavirus precies is, hoe het zich verspreidt, en welke maatregelen wel of niet nodig zijn.

Opvallend genoeg leek de Rijksoverheid in officiële communicatie in de eerste periode waarin we te maken kregen met het coronavirus maar mondjesmaat gebruik te maken van metaforen. De afgelopen week lijkt daarin echter een verschuiving plaats te vinden. Zo zei Rutte tijdens de persconferentie van 12 maart (vanaf ± 26:30) “Nederland is een patiënt en die patiënt moet behandeld worden.” Hij lichtte vervolgens aan de hand van deze metafoor de situatie verder toe: “Dat [behandelen] doe je door iedere keer te kijken: hoe reageert de patiënt op de medicijnen die je toedient.” Door de koppeling te maken met een situatie die mensen goed kennen, probeert Rutte hier dus uit te leggen waarom de overheid ervoor kiest om op een bepaald moment bepaalde maatregelen te treffen. Later die dag, in het Gesprek met de minister-president, herhaalde Rutte zijn metafoor, daarbij de nadruk leggend op het einddoel: “Wat we bezig zijn te doen is de patiënt Nederland weer gezond maken.” En ook hier lichtte hij verder toe waarom er in stapjes verschillende maatregelen worden genomen: “Wat we natuurlijk doen is iedere keer, op basis van de deskundige adviezen, kijken: is het medicijn doortastend genoeg, of moeten we – om voor de golf te blijven – het medicijn opvoeren.” Ook in dit geval werkt de metafoor goed als uitleg. De gemiddelde luisteraar weet dat het bij het verzorgen van een zieke belangrijk is om te blijven monitoren of geneesmiddelen hun werk effectief doen en zal aan de hand van de metafoor die Rutte gebruikt – mogelijk – ook begrijpen waarom bepaalde maatregelen (en aanscherping daarvan) noodzakelijk zijn.

 Het lijkt er dus op dat de oproep van de crisis-experts zijn uitwerking heeft in de communicatie over het virus en dat daarin inmiddels metaforen ook een rol spelen. Toch kleven er ook flinke nadelen aan het gebruik van metaforiek. Vaak zijn er meerdere alternatieven mogelijk om over hetzelfde onderwerp iets te zeggen. Zo wordt over de verspreiding van het virus niet alleen gecommuniceerd in zieke-patiënt-termen, maar ook met oorlogstermen (‘strijd’) of natuur- of weerstermen (een ‘stroom’ zieken, een ‘tsunami’ van zieken, een corona-‘storm’). En juist doordat je met metaforen per definitie een bepaald frame neerzet, een gekleurde blik op de werkelijkheid geeft, kun je door het gebruik ervan ook – bedoeld of onbedoeld – de attitudes en gedragsintenties van burgers beïnvloeden. Tegelijkertijd is de vraag wíe welke metafoor hóe interpreteert. En dan is de reikwijdte van metaforen is vaak ook nog eens behoorlijk beperkt. Genoeg redenen om de komende tijd extra te letten op het metafoorgebruik rondom het coronavirus door experts, politici, journalisten en burgers, zowel binnen als buiten onze landsgrenzen. Mijn voornemen is dan ook om hier de komende periode met enige regelmaat een blog over te schrijven. Wie in de tussentijd een interessante metafoor voorbij ziet komen: delen mag (o.a. via @GReijnierse)! Blijf gezond allemaal!