’t Is net of je het weer voor de eerste keer mag lezen

De Multatulileescursus (70)

Door Marc van Oostendorp

– Zeg nu zelf, dit is toch het beste portret dat ooit van Komrij gemaakt is? Het is de eerste tekening in het tweede deel van Woutertje Pieterse bewerkt en in beeld gebracht door Jan Kruis. Komrij had namelijk de inleiding geschreven. We zien hem hier als de chagrijnige negentiende-eeuwse letterheer die hij ook kon zijn.

– Ja, dat project was toch wel het beste bewijs dat de Nederlandse literaire cultuur in ieder geval in 2010 nog in leven was. Wat een mooi project was dat: waarschijnlijk de populairste striptekenaar van Nederland die zich nadat hij de auteursrechten op Jan, Jans en de kinderen had verkocht, wierp op het illustreren op een van de beste romans uit de negentiende eeuw.

– Ondertussen zijn Komrij en Kruis allebei dood.

– Sorry, maar ik vind dat je ook te nostalgisch kunt zijn over het begin van deze eeuw. Wat Komrij in die inleiding schreef, lijkt me pertinente onzin:

Multatuli is geen psycholoog, hij is schrijver. Hij wil vermaken en zijn lezers vasthouden. Hij vestigt de aandacht op het gedachteleven en de drijfveren van zijn kind door de aandacht te vestigen op wat het kind omringt, de demonen van de maatschappij en de volwassenheid.

– Is dat onzin?

– Multatuli zou het zelf verschrikkelijk hebben gevonden. Hij wilde nu juist niet het soort schrijver zijn die wilde ‘vermaken’ en ‘zijn lezers vasthouden’. Dat kun je toch niet zo plompverloren beweren? Het woord psycholoog kende hij nog niet in de huidige betekenis, het was nog geen beroep, maar ik denk dat hij dat eerder had willen zijn dan schrijver.

– Het is waar dat hij dat zelf voortdurend beweerde. Maar zijn werk, in ieder geval zijn Woutertje, ís vermakelijk en hield de lezers vast. Ze smeekten voortdurend om meer. Het schrijverschap was misschien groter dan hijzelf.

– Maar ook die derde zin, die getuigt toch ook van weinig inzicht in de schrijver? Het lijkt mij eerder andersom te zijn geweest. Hij wilde de aandacht vestigen op die demonen door de aandacht te vestigen op dat kind.

– Sorry, maar daarvoor geldt hetzelfde. Het zal vast zijn wat Multatuli zelf wilde, maar ook hier kun je toch net zo goed zeggen dat het andersom werkte, Er is misschien geen Nederlands romanpersonage uit de negentiende eeuw dat zo spreekt als Wouter Pieterse.

– Jij zoekt wel erg veel achter dat voorwoord. Het leest voor mij een beetje als een verplicht nummer. Die slotalinea!

Omdat de geschiedenis van Woutertje PIeterse ligt ingebed in een groter werk moet ze steeds opnieuw tot leven worden gewekt. De manier waarop het in dit boek gebeurt, met de tekeningen en visuele bokkensprongen van Jan Kruis, is wel een heel mooie en spannende manier. ’t Is net of je het weer voor de eerste keer mag lezen.

– Ja, die oude Gerrit is ook niet in zijn eerste letterkundige cliché gestikt.

– Dat maakt precies die tekening zo’n briljante illustratie. Zoals, dat moeten jullie toegeven, het hele boek een lust voor het oog is…

– … zoals Gerrit Komrij zou zeggen!

– Vooral in het tweede deel buitelen allerlei stijlen over elkaar heen: soms bedrijft Kruis zijn oude stiel van striptekenaar, dan levert hij weer schetsen, en dan weer illustraties die lijken op pentekeningen of gravures.

– Toch vind ik de stripachtige elementen het sterkst. In de tekeningen was hij soms amateuristisch, maar er gaat weinig boven hoe de moeder van Wouter kijkt in plaatjes zoals deze:

– Maar ook juffrouw Laps! Ze is veel jonger en sympathieker dan ik me ooit had voorgesteld. En dat verandert wel iets aan de interpretatie. Het maakt haar daardoor een stuk sympathieker, inclusief haar verzet tegen de gedachte dat ze een zoogdier zou zijn.

– Ja, dit is een goed stripplaatje. Tegelijk heeft Kruis’ stijl ook iets negentiende-eeuws. Bijzonder fraai vind ik met name de tekeningen die hij schreef bij het slot dat hij zelf voor het verhaal schreef. Die zijn allemaal heel schetsmatig opgezet, om te benadrukken dat dit een reconstructie is, en niet het werk van de Grote Meester zelf.

– Het verhaaltje is dan ook niet bijster sterk. Wouter krijgt een toelage van dokter Haverals, gaat op kamers wonen bij juffrouw Laps, krijgt een schrijfopdracht om het leven te beschrijven van een hoerenmadam, en vertrekt uiteindelijk naar Nederlandsch Indië.

– Eigenaardig genoeg is er na die extrapolatie en een groot gezet woord EINDE dan nog een ‘naschrift’:

Wouter vindt in Batavia werk bij een drukkerij waar men ook het Bataviaansch Handelsblad uitgeeft, Hij trouwt met de dochter van de eigenaar en uiteindelijk komt de krant in zijn bezit. Hij is een goede veertiger als in zijn krant de eerste berichtjes verschijnen over een tegendraadse jonge bestuursambtenaar.

– Ja, dat is op zijn minst een beetje gezocht. Bovendien: als Wouter een goede veertiger is, is het begin jaren 1840 volgens Kruis zelf (want die zegt dat hij aanhoudt dat Wouter in 1799 geboren is). Maar dan is Douwes Dekker pas echt net in Nederlandsch Indië en de Lebakzaak is nog meer dan 15 jaar weg. Verschenen er toen al ‘berichtjes’ over zijn ‘tegendraadsheid’ in het Bataviaansch Nieuwsblad? Want dat is wel de suggestie.

– Wat wil je daarmee zeggen?

– Jan Kruis heeft zijn Woutertje Pieterse ongetwijfeld met grote liefde gemaakt. Maar enorm veel verstand van Multatuli had hij net zo min als Komrij. We hoeven 2010 nu ook weer niet te verheerlijken.

– Eens. Je kunt ook zeggen dat zo’n boek als dit laat zien dat Multatuli volkomen ingekapseld was geraakt in een systeem dat hij verafschuwde, met een literaire sjnabbelaar en een striptekenaar die beroemd was geworden door een stripje over een gelukkig gezinnetje.

– De BN’ercultuur in de literatuur. Je laat zoiets niet doen door iemand die echt goed kan tekenen of inleiden door iemand die zich echt in de materie heeft verdiept, maar door bekende koppen.

– Want anno 2020 hebben we jou en jij hebt wel verstand van Multatuli?

– Jongens! Volgende week maar weer gewoon verder in de correspondentie?