Rebellen en dwarsdenkers

Door Marita Mathijsen

Stel dat we een lijstje moesten maken van de meest rebelse schrijvers uit de Nederlandse literatuur, door de eeuwen heen, bij wie zouden we dan uitkomen? Het is dit jaar het thema van de Boekenweek: rebellen en dwarsdenkers. Ik pretendeer geen betrouwbaarheid, maar dezen vallen me meteen in:

  • De schrijver van Van den Vos Reinaarde (13e eeuw): hij of zij is niet bekend, maar het moet een geboren satiricus zijn om zo de maatschappij onderuit te kunnen halen
  • Anna Bijns (16e eeuw): als vrouw zo fel tegen de reformatie dat men haar zag als een halve heks, als een furie met haar op de tanden
  • Gerbrand Bredero (17e eeuw): altijd tegendraads in zijn werk, hield zich niet aan de literaire voorschriften van zijn tijd
  • Willem Godschalck van Focquenbroch (17e eeuw): losbandige arts wiens dertigjarige leven in Ghana eindigde, spotter, schreef met een ‘platheid en een vuilheid die in onze literatuur zelden geëvenaard zijn’; hij ‘wentelt zich behagelijk in zinnelijkheid en vuilheid als het zwijn in de modder”(citaat uit de literatuurgeschiedenis van G. Kalff)
  • Jacob Campo Weyerman (18e eeuw): nachtbraker, pierewaaier, schuinsmarcheerder, spotter, die de laatste tien jaar van zijn leven in de gevangenis doorbracht.
  • Gerrit van de Linde (De Schoolmeester, 19e eeuw): lapte de moraal aan zijn laars in zijn studententijd en daarna de dichtregels: zijn scherpe spotverzen op de maatschappij houden zich aan geen metrum, rijm of regellengte.
  • Multatuli (19e eeuw): verzette zich tegen het establishment, bespotte handelsgeest en maakte vrouwen attent op hun ondergeschikte positie.

Juist rebellen maken de literatuur zo sprankelend, ook die van het verleden. Dat is waarom ik de negentiende eeuw zo spannend vind, er is die beregelde maatschappij, tegelijk wordt de wereld op zijn kop gezet door de nieuwe technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, en de schrijvers doorboren de regels en brengen daardoor de nieuwe wereld en de oude in beter evenwicht. En wie zijn dan de rebellen en dwarsdenkers in de twintigste en eenentwintigste eeuw? Er zijn er veel: Paul van Ostaijen, Jan Slauerhoff, Jef Last, Annie M.G. Schmidt, Anja Meulenbelt, Jan Wolkers, Drs. P, en bij de 21ste-eeuwers Mano Bouzamour, Maartje Wortel en mijn dochter Alma.

Toen Books 4 Life me vroeg of ik bij de Boekenweek iets wilde vertellen over rebellen, stelde ik de organisatoren voor de keuze: Multatuli, Willem Kloos of Harry Mulisch (zie het programma). Ze zijn daar zelf dwarsdenkers: het inkomen van hun antiquariaat gaat voor 90% naar goede doelen en ze werken met alleen vrijwilligers. En ze kozen voor Mulisch. Nu moet ik waarmaken dat hij een dwarsdenker is. Ik kan alvast beweren dat een van de leukste schelmenromans uit de Nederlandse literatuur door hem is geschreven, De diamant, en de hoofdpersoon is een diamant, wiens bestaan je in een opeenstapeling van avonturen volgt van zijn geboorte tot zijn ondergang. Kunnen we de goedgeklede genieter van luxe die Harry Mulisch was, de man die zich graag liet zien in de buurt van nog grotere beroemdheden, die bevriend was met Ruud Lubbers en Rudy Fuchs en gesteld was op Prins Bernhard, wel een rebel noemen? Ik ben ervan overtuigd dat ik dat waar kan maken. Maar pas op 15 maart, in Tilburg.

Aanmelden

Foto: Mauritsvink, Wikimedia