Prat

Door Jos Joosten

Naar aanleiding van de Kellendonklezing van Arjen van Veelen (of eigenlijk één van de drie die dit jaar uitgesproken werden), ontstond in de Facebookiaanse wandelgangen wat gefilosofeer over de kwestie dat Van Veelen Kellendonk niet gelezen heeft (of beter gezegd: zou hebben). Ook Marc van Oostendorp schrijft in een prikkelende bijdrage onder de titel ‘Echte schrijvers lezen niet’ op ‘neerlandistiek’ dat Van Veelen er in zijn lezing ‘prat op ging dat hij het werk van Kellendonk nooit gelezen had’.

Die waarneming is deels onjuist en deels onwaar, denk ik.

Van Veelen geeft in zijn lezing aan dat hij, behalve ‘Bouwval’, nooit eerder iets van Kellendonk las, maar dat hij toen hij dat eenmaal wél deed overdonderd was. Ik geloof niet dat hij op het feit dat hij Kellendonk pas zo laat las echt ‘prat’ ging. (Tussen haakjes: ik kan deze uitdrukking nooit horen of lezen, zonder aan ‘Herenleed’ te denken van Armando: ‘Ja, soms ga ik wel es een beetje prat ja.’)

Van Veelen ging niet zozeer prat, maar legde naar mijn idee tamelijk schroomvallig, uit waarom hij Kellendonk niet eerder las:

‘Die lacune kwam niet voort uit desinteresse, integendeel, eerder uit eerbied. Dat zit zo. Ik kom uit een tamelijk eenvoudig nest van godvrezende wezens, een enclave van Rotterdamse stadsgereformeerden, waar de naam Kellendonk nooit viel. Pas eenmaal uit die bubbel ontsnapt, hoorde ik van zijn bestaan. Maar toen werd hij al zo verheerlijkt, was hij al zo heilig geworden – mede door evenementen zoals dat van vandaag – dat ik zijn oeuvre niet durfde te betreden. Een beetje zoals ik ook nog nooit in Rome of Jeruzalem ben geweest, uit eerbied dus, maar ook uit angst dat het in het echt wat tegenvalt.’

Dat lijkt me toch een flinke nuance anders.
Van Veelen interpreteert Mystiek lichaam als ‘een prille aanklacht tegen het leven onder het neokapitalisme’ en daar valt beslist veel voor te zeggen. Het boek is dat zeker ook.

Toch zou ik wel benieuwd zijn hoe Van Veelen, juist met zijn gereformeerde achtergrond én dertig jaar jonger dan Kellendonk, dit in letter en geest van naoorlogs katholicisme doordrenkte boek verder heeft gelezen. Hij moet zich toch, zeker wat dat betreft dat geloofsaspect, een beetje gevoeld hebben als een Eskimo op de Nijmeegse najaarskermis.

(Overigens wijkt de versie in De Groene nog af van de lezing zoals Van Veelen hem vorige week in Nijmegen uitsprak. Het tamelijk huiveringwekkende stuk over de ‘sensitivity reader’ stond niet in de oorspronkelijke tekst van de lezing, maar kwam achteraf ter sprake in het forumdebat met Hanna Bervoets en Niña Weijers.)