Danslessen

Foute boeken? Uit de kast (14)

Door Nico Keuning

Kort na verschijnen van de roman Danslessen in het voorjaar van 1998 ging in het Moskouse appartement van de schrijver Pieter Waterdrinker (ps. van Pieter van der Sloot, Haarlem 1961) de telefoon. Hij bleek bij verstek veroordeeld tot een geldboete of gevangenisstraf wegens antisemitisme en belediging. ‘De teneur was duidelijk: ik was een schoft, een provocateur; ik had me de facto bezondigd aan het allerergste waaraan een mens zich in het naoorlogse Nederland – ik zal u de bijzonderheden besparen waarom – kon bezondigen: antisemitisme.’ Ondanks jurisprudentie in roemruchte rechtszaken van onder anderen W.F. Hermans (Ik heb altijd gelijk) en Gerard Kornelis van het Reve (Nader Tot U) werd Waterdrinker pas na een slopende rechtsgang van drie jaar en hoge proceskosten uiteindelijk vrijgesproken. Na de affaire Wiener (Uit de kast 9) opnieuw een rechtszaak over een scène die zich afspeelt in Zandvoort. Ditmaal was het een burgemeester die een klacht tegen een schrijver indiende.

Vijftien jaar later, toen ik Waterdrinker opzocht in zijn appartement, Tsjaikovskistraat 40, in Sint-Petersburg kwam ook de rechtszaak ter sprake. De schrijver wond zich er nog steeds over op: ‘Ik had de roman voltooid in een eenkamerflatje aan de Zandvoortse boulevard in januari 1996, vlak voordat ik definitief zou emigreren naar Rusland. Moet je voorstellen: mijn eerste roman, mijn debuut in de Nederlandse literatuur waar ik me zoveel van had voorgesteld!’ Inmiddels heeft hij al een aardig oeuvre opgebouwd. Na Lenins balsem (2013) en De correspondent (2014) kreeg hij meer bekendheid. In 2017 verscheen Tsjaikovskistraat 40, en na zijn optreden in Zomergasten op 18 augustus 2018 brak hij door voor een groter publiek. In het begin van de tv-uitzending roerde Janine Abbring de rechtszaak rond Danslessen aan, maar Waterdrinker wilde het er niet meer over hebben. Op het dak van de camper, door water omringd, zei hij: ‘Zullen we die knipselmap in het water gooien hier?’

Waterdrinker schreef over het ‘krankzinnige verhaal’ van de rechtszaak in Vrij Nederland (10 juli 2013). De bewuste scène speelt zich af in het Zandvoort van de jaren zeventig. De badplaats waar Waterdrinker opgroeide tussen zijn vader en grootvader (Waterdrinker) in een familiehotel. Een fraai postkantoor wordt met sloop bedreigd: ‘De ene wethouder is voor sloop, de ander is tegen. Omdat men er niet uitkomt besluit de burgemeester (het is hartje winter) tot een schaatswedstrijdje tussen de beide magistraten op een vijver. Het standpunt van de wethouder die wint zal worden uitgevoerd. Als het evenement van start gaat, merkt een omstander op: “Zeg Kees, jij hebt HBS gedaan, dat is toch tegen de wet? Het wordt hier steeds gekker… Maar ja, wat wil je ook, met zo’n joodje aan het hoofd.” ’

De schrijver liet zich inspireren door de Zandvoortse geschiedenis. Tijdens het interbellum was de badplaats ‘de ultieme cocktail’ van een aanzienlijke joodse bevolking en het hoogste aantal NSB’ers, ‘na Winterswijk’. ‘Als ik al iets met mijn boek wilde uitdragen,’ schrijft Waterdrinker, ‘dan was het dit: dat dertig jaar na de Tweede Weeldoorlog, uitgerekend in een dorp met zo’n suspect verleden als Zandvoort, antisemitisme en xenofobie in het algemeen nog altijd als een voortwoekerende pest aanwezig waren. En nog steeds. Vandaar ook dat ik de burgemeester in het boek de naam had gegeven van de huidige burgemeester, om deze link te leggen naar het heden.’

De burgemeester, getipt door een journalist, werd de schrijver fataal. Waterdrinker spreekt in zijn VN-artikel, ‘Kranzinnige voorvallen’, van ‘een afschuwelijk misverstand’. Dat neemt niet weg dat hij plaats moest nemen in het verdachtenbankje van het Gerechtshof aan de Prinsengracht in Amsterdam: ‘Zo gebeurde het dus dat ik in dat rechtspaleis aan de Prinsengracht een half uur moest aanhoren hoe een wijf met een bril in een toga mij – om haar juridische triomf te halen – gelijk stelde met holocaustontkenners.’ De schrijver werd vrijgesproken, maar de procureur-generaal ging in cassatie. Uiteindelijk eindigde de rechtszaak in ‘algehele vrijspraak’, al heeft het Waterdrinker behalve zijn zenuwen, ‘ruim een ton ouwe Hollandse guldens’ gekost en moest hij zich ‘zwaar in de schulden steken’ om zich te verdedigen, voordat hij een deel van het geld terugkreeg.

Niet bepaald het gedroomde debuut van een getalenteerd schrijver. Maar zijn passie voor de literatuur zegevierde. Achter zijn romans gaat een geschiedenis schuil van honderd jaar Rusland. Het land, waar hij vanaf 1996, afwisselend in Moskou en Sint-Petersburg, permanent woont. In 1981 zag hij Breznjev op het Rode Plein tijdens de Mei-parade. Ruim dertig jaar later, heeft hij die ‘toverwereld van de Sovjetunie’ beschreven in Lenins balsem. die de periode van 1990 tot heden beslaat en zich afspeelt in zowel Sint-Petersburg als in Moskou tegen het decor van het uiteenvallen van de Sovjetunie.

De Russische literatuur zindert door zijn aderen, zoals de Neva door de stad stroomt. Qua uiterlijk zou Waterdrinker een Rus kunnen zijn. Bovendien spreekt hij de taal vloeiend. ‘Ik studeerde Russisch om de grote Russische schrijvers te kunnen lezen.’ Zodra hij Tsjechov in het Russisch kon lezen, is hij met de studie gestopt. Aansluitend schreef hij zich in aan de faculteit Rechten, een studie die hij heeft voltooid.

‘Ik heb hier geen last van heimwee,’ zei Waterdrinker toen we ’s avonds in zijn appartement voor de haard in de marmeren schouw zaten . ‘Maar als ik in Nederland ben lijd ik aan Herausweh: het verlangen weg te willen.’ Hij moet leven om te kunnen schrijven. ‘Zoals Maxim Gorki tegen Isaak Babel zei, toen Babel hem vroeg wat hij moest doen om schrijver te worden: “Leven!” zei Gorki. Dat geldt ook voor mij; mijn autobiografie is volkomen vervlochten met mijn literaire werk. Hij ademt zoals hij schrijft en hij schrijft zoals hij ademt, zeggen ze hier Rusland.’