‘We should be very grateful that we can work in this university’

Iemand is woedend in ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

“Ik ben woedend!” siste Marie tegen Maribella.

“I am outraged”, corrigeerde Wouter. “We only talk English in this meeting according to university regulations.” (Marie was an associate professor specializing in the history of Dutch studies until 1800; Maribella was the endowed Arie de Jager Chair of Historical Dutch Studies; Wouter was the Professor of Digital Financial Literary Studies who had turned into a manager many years ago.)

“Dat bedoel ik!” schreeuwde Marie nu bijna uit. “Wij zijn een afdeling Nederlands! We zijn dan wel verhuisd naar de campus van deze Technische Universiteit, geheel en al tegen mijn wil overigens, maar daarmee zijn we nog wel een afdeling Nederlands! In Nederland! Wij vergaderen dus gewoon in het Nederlands!”

“I am sorry”, zei Wouter kalm. “University regulations clearly state that meetings are supposed to be in English whenever a non-native speaker is present. And Maribella’s first language, as far as I know, is not Dutch.”

“Ik ben nu twee jaar in Nederland,” wierp Maribella tegen. “Ik ben hoogleraar Nederlands,”

“Endowed Arie de Jager Chair of Historical Dutch Studies”, zei Wouter minzaam.

“Hoogleraar Nederlands”, herhaalde Maribella onverstoorbaar. “Ik ben het dus geheel met Marie eens.”

Wouter knikte geduldig. “I obviously also agree”, zei hij. “But these are the regulations, no matter how much we may dislike them.” Hij tikte op de tablet die voor hem lag, alsof het universitaire taalbeleid daar te vinden was.

“Maar waarom moeten we ons van die regels iets aantrekken?” vroeg Maribella. “We zijn hier toch gewoon onder elkaar? We kunnen toch zeggen wat we willen en in de taal die wij willen? Niemand hoort ons toch?”

“Zolang we de notulen maar in het Engels opstellen” zei Sophie, de boomlange promovenda ineens, met rode vlekken op haar gezicht.

Wouter keek haar waarschuwend aan, terwijl hij over zijn tablet streek. “I feel very uncomfortable here”, zei hij. “We should be very grateful that we can work in this university, which does everything to create an inclusive, international atmosphere.”

Maribella keek al haar collega’s even aan. “Maar we sluiten toch niemand uit?” concludeerde ze. “Volgens mij spreekt iedereen hier Nederlands. En buitenstaanders hebben in deze vergadering sowieso niks te zoeken. We hebben het over de vraag hoe we volgend semester onderling de taken gaan verdelen! Wat moet een ander daarbij?”

“That is not very inclusive”, zei Wouter nu bestraffend. “Anybody should feel welcome in our meetings, that is what I say. I am afraid I will have to report anybody who from now on speaks unofficial languages.”

Marie stond op en liep zonder nog een woord in enige taal te zeggen de kamer uit. Sophie giechelde en zocht met haar ogen steun bij Maribella, maar die was inmiddels driftig op haar laptop aan het typen.