Vrienden

Foute boeken? Uit de kast (10)

 

Door Nico Keuning

Er ging een golf van verontwaardiging door twitterend en kwetterend Nederland na het tv-interview De schrijver, de moordenaar en zijn vrouw op 18 november 2019 van Twan Huys met Tim Krabbé, van wie ruim dertig jaar na de moord op Gerrit Jan Heijn in 1987 door Ferdi E. het non-fictieboek Vrienden was verschenen. ‘Onverteerbaar,’ schreef Renate van der Bas in haar tv-column in Trouw. Angela de Jong, tv-recensente van het AD, verweet Krabbé dat hij Ferdi E. ‘een integer man’ noemde. Mij was vooral de oprechte fascinatie van Krabbé opgevallen: geen obsessie met een crimineel, maar met iemand met wie de schrijver zich kon identificeren; hoe bestaat het dat een hoog opgeleide, intellectuele niet-krankzinnige een krankzinnige misdaad pleegt? Een fascinatie die Krabbé al eerder verwerkte in Het gouden ei (1984) en in Wij zijn, maar wij zijn niet geschift (2012) over de schietpartij van twee leerlingen op Columbine High School.

De vraag is of Ferdi E. in de koele voorbereiding en uitvoering van de krankzinnige misdaad niet-krankzinnig was. Hij was zijn baan kwijtgeraakt in een onderneming in Nijmegen die hij zelf had opgezet, zijn vrouw Els Hupkes had een liefdesrelatie met een dorpsgenoot. Ferdi E. was werkloos, runde het gezin, terwijl Els in haar atelier schilderde. Hij was overspannen, aan de drank en voelde zich miskend en verraden op zijn werk en in de liefde. Ferdi E. was uit op wraak, erkenning, waarbij het doel (wraak op de ‘Vier van Nijmegen’, de collega’s die hem uit zijn onderneming hadden weggewerkt) het middel heiligde: de ontvoering, de moord en de zeven maanden onderhandelen over losgeld. Met dat geld kon hij als ingenieur ‘een apparaat’ ontwerpen, waarmee hij de vier zou kunnen laten verdwijnen. Hoe is een raadsel. Bovendien zou bij het verdwijnen van de vier iedereen onmiddellijk naar Ferdi E. wijzen. Een idee-fixe.

Van een perfecte misdaad blijkt geen sprake. Het had op vele punten mis moeten gaan. Maar het wonder is, dat het niet mis ging. Dat is wat je het ‘krankzinnige’ van de hele zaak zou kunnen noemen. De ontvoering heeft een dag geduurd. Ferdi E. en Gerrit Heijn hebben in de gestolen auto rondgereden (Heijn is nog een keer weggerend in de richting van een bus, probeerde zwaaiend aandacht te trekken. Kom terug, riep Ferdi E., anders schiet ik je dood.). Ze hebben gewandeld, op een bankje in de zon gezeten. Pas toen het donker werd, leidde Ferdi E. Gerrit Jan Heijn naar de plek in het bos waar hij hem van achter door het hoofd schoot, de bril van Heijn bij zich stak, een pink afsneed en hem begroef.

Er gebeurt van alles in het leven van Krabbé vanaf het moment dat hij zich heeft voorgenomen een boek over Ferdi E. te schrijven. De schrijver wordt verliefd op Els Hupkes, met wie hij kortstondig een seksuele relatie heeft. Hij bezoekt Ferdi E. in de Bijlmerbajes, in de strafgevangenis in Scheveningen en in Veenhuizen totaal 142 keer. Hij wordt huisvriend in het gezin E. in Landsmeer, gaat zelfs met een dochter op vakantie naar Australië. Krabbé en de E’s zijn vrienden. Daar verwijst de titel naar mijn idee naar. Krabbé zegt in het boek dat Ferdi E. geen vriend is, in de ware betekenis die je aan dat woord geeft. Van een warme, wederzijdse gevoelsrelatie is geen sprake. Het vriendschappelijk contact is er veeleer een van onbegrip, irritatie en misverstanden.

Het boek telt 794 pagina’s. Daar hadden er met alle herhalingen wel een paar honderd af gekund. De reconstructie, de kanttekeningen, de psychologische context, de rol van de ouders van Ferdi E. (die van de dominante moeder vooral), zijn huwelijk met Els Hupkes, de goede vader, de autistische enigszins megalomane einzelgänger die in zijn maatschappelijke functies geen autoriteit verdraagt, het brengt ons dichter bij de man, die in het gehele traject van ontvoering tot moord en (sadistische) onderhandelingen geen moment van twijfel kende. Een lopende band die niet stilgezet kon worden dan door onbegrijpelijke (onbewust bewuste?) onvoorzichtigheid: door in dezelfde winkels in zijn woonplaats Landsmeer genummerd losgeld uit te geven, werd Ferdi E. zeven maanden na de moord uiteindelijk gepakt. Hij had zelf het spoor uitgezet dat naar zijn arrestatie leidde. De ‘overval’, zoals Els Hupkes het binnenvallen van de politie in hun huis in Landsmeer noemde; men dacht nog steeds met een bende van doen te hebben.
Niemand vermoedde dat het om een eenmansactie ging: de daad van een eenling. Een daad die Krabbé wel degelijk veroordeelt. Hij noemt de moord ‘weerzinwekkend’: ‘Wie een moord heeft gepleegd terwijl hij weet dat dat niet mag, is verantwoordelijk voor zijn daad en verdient straf, ontoerekenbaar of niet.’

Krabbé gaat in Vrienden bij herhaling in op de ethische kwestie van het schrijven van een boek over Ferdi E. en het idee geld te verdienen aan zo’n boek. ‘Als het om het boek zelf gaat, en niet om wat ermee te verdienen is,’ schrijft hij op maandag 25 april 1988, ‘als dat boek niet gnuift maar toont, dan mag alles. Al besef ik dat er veel geld mee gemoeid kan zijn.’ Daarbij staat voorop dat Ferdi E. als moordenaar geen inkomsten uit de verkoop van het boek mag ontvangen. Dat is tevens het grote ethische dilemma van het boek, want Ferdi E. moet wel meewerken om het boek te kunnen schrijven. Hij is immers de hoofdpersoon. De onderhandelingen over het schrijven van ‘het boek’ (Ferdi E. besluit op zeker moment zelf een boek over de zaak te schrijven, wat uiteindelijk niet gebeurt) vormen een intrigerend spel tussen de dader en de schrijver.

Zelfs bemiddelen voor een column van Ferdi E. voor Panorama, die hij overigens niet zou schrijven, is in feite al onjuist: ‘Ik bied alweer mijn hulp aan om hem aan zijn moord te laten verdienen – niemand zou in die verhaaltjes [‘Bajesschetsen van Ferdi E.’] geïnteresseerd zijn als hij niet Ferdi E. was. Nu is de smoes: hij zou niet aan de moord zèlf verdienen.’ En twee dagen later, op 3 juni 1989, schrijft Krabbé aan Els: ‘Ik ga al ver als ik probeer hem aan geld te helpen voor een interview. Of voor stukjes. Daar moet ik mezelf voor in de maling nemen.’

In mei 2000 wordt in de najaarsaanbieding van uitgeverij Bert Bakker de ‘autobiografische roman’ van Els Hupkes aangekondigd, die zal verschijnen onder de titel De kleine Britt, met de ondertitel Het leven na de overval: ‘Wat betekent het als je getrouwd bent met een beruchte moordenaar? (…) Els Hupkes is schrijver en beeldend kunstenaar. Ze is getrouwd met Ferdi E. de ontvoerder en moordenaar van Gerrit Jan Heijn.’ In datzelfde jaar maag Ferdi E. op 29 augustus voor zestig uur met proefverlof.

De pers veroordeelt de roman van Els vooral op ethische gronden, al is Hanneke Groenteman mild in een interview met Hupkes, oordeelt Max Pam het boek naar literaire criteria ‘als roman een zwak boek’ en is volgens Theodor Holman dit boek de ‘echte straf’ voor Ferdi E. Verder is de pers negatief. De Volkskrant vindt het een schande dat volgens Els Hupkes ‘de familie Heijn er beter aan toe is dan háár gezin’. Trouw noemt Hupkes ‘een vaag soort kunstenares’ en Marjoleine de Vos schrijft in haar NRC-column dat het leven van Els Hupkes privé is en dat ‘haar grote vergissing’ is, ‘dat ze dat niet ziet’. Willem Jan Otten toont in Vrij Nederland wel begrip voor het boek, maar matigt zich volgens Tim Krabbé een ongefundeerd oordeel aan als het om Ferdi E. gaat. Krabbé: ‘Dat de Panorama-lezer er primitieve gedachten op nahoudt wisten we – maar de intellectuele goegemeente? Hoe komt Otten erbij dat “geen gevoel hebben” of “naast de liefde staan” zinnige beweringen zouden kunnen zijn over iemand die je nooit hebt ontmoet?’

Charlotte Mutsaers kiest onvoorwaardelijk de kant van Els Hupkes [Mutsaers zou in 2017 zelf het doelwit worden van ethische verontwaardiging na een Volkskrant-interview over haar roman Harnas van Hansaplast, die is gebaseerd op haar op 51-jarige leeftijd overleden broer Barend]. In haar pleidooi voor het boek van Els Hupkes spreekt Mutsaers van de Wet der Voorwaardelijkheid, wat betekent dat je je volgens de moralisten aan de volgende wet moet houden: ‘Het principe is doodeenvoudig: doe niet dit zonder dat. Steek nooit de loftrompet over de sublieme stijl van Céline zonder eerst op zijn pamfletten af te geven. Loop niet weg met de onbaatzuchtige dierenliefde van Brigitte Bardot alvorens te hebben gefoeterd op de club van Le Pen.’ Zo mag volgens de intellectuele goegemeente Els Hupkes niet treuren zonder ‘luidkeels deernis’ te tonen met de familie van Gerrit Jan Heijn. Maar volgens Mutsaers is invoelend vermogen ‘noch vanzelfsprekend noch verplicht’.

Het boek van Hupkes werd geen bestseller. Er gingen rond de 20.000 exemplaren over de toonbank. Op 1 augustus 2001 meldde de Volkskrant: FERDI E. MORGEN DEFINITIEF VRIJ MAN. Ferdi E. en Els Hupkes verhuisden enkele jaren later naar Ruurlo. Op 3 augustus 2009 wordt bekendgemaakt dat Ferdi E. tijdens een rondje fietsen door een graafmachine is overreden. ‘Een graafmachine,’ denkt Krabbé. ‘Nu kan ik toch nog het boek schrijven.’

Vrienden eindigt aan het sterfbed van Els Hupkes die al ruim een maand in coma ligt. Met zijn rechterhand houdt Krabbé haar hand vast, met de linkerhand speelt hij op zijn telefoon een schaakpartij, en wint. De volgende morgen, 8 juni 2016, wordt hij thuis wakker uit ‘een zware droom’, waarin hij ‘gruwelijk eenzaam’ is: ‘De afgesnedenheid is ondraaglijk.’ ’s Middags hoort hij dat Els Hupkes de afgelopen nacht is overleden.