De stille plantage en onze kijk op slavernij

Door Marc van Oostendorp

De slavernij is nauwelijks een onderwerp, in de Nederlandse letteren. Ja, het lot van de Javaan – maar die had tot op zekere hoogte zichzelf nog in bezit. Maar over wat er in de west gebeurde, daarover hebben de gouden pennetjes van het Nederlandse schrijversgilde altijd gezwegen.

Behalve het pennetje van Albert Helman: zijn roman De stille plantage uit 1931 was zo’n beetje de eerste en is geloof ik nog altijd het beroemdste boek over de slavernij in Suriname. Onlangs verscheen er een deeltje Tekst in context over het boek, met fragmenten uit ieder van die hoofdstukken en allerlei soorten achtergrondinformatie, bedoeld voor gebruik op de middelbare school.

Het is een mooi deeltje geworden in een natuurlijk toch al mooie reeks. De stille plantage wordt echt aantrekkelijk gemaakt, op zijn minst als studie-object. Onvermijdelijk is de ‘context’ in dit geval minder de opvatting over literatuur van de schrijver, of diens stilistische keuzes, en veel meer het maatschappelijk debat over slavernij – in de 17e eeuw waarin het verhaal zich afspeelt, in de jaren 30, toen Helman het boek schreef, en nu.

Het gaat daarbij primair om hoe (witte) Europeanen naar die slavernij keken en hebben gekeken. Een van de zaken die De stille plantage enigszins eigenaardig maken als discussieopener over de slavernij is dat de zwarte mensen in het boek allemaal worden beschreven als wat kinderlijke en niet al te snuggere personen: er is een held, maar ook die is toch vooral een zwart lichaam.

Je kunt dat zien als een manier waarop Helman zich inleefde in zijn personages – Franse Hugenoten die vol idealisme een plantage beginnen waarin wél recht gedaan wordt aan de ‘negers’ die er werken. Maar er zijn weinig aanwijzingen dat Helman – die een heel erg gemengde etnische afkomst had – zich nu zo sterk identificeerde met de slaven.

Op de een of andere manier is het Henna Goudzand en Michiel van Kempen gelukt dit potentiële nadeel juist om te buigen in een voordeel. Ze geven allerlei zakelijke informatie over het leven van de hugenoten maar, vooral, de tot slaaf gemaakten. Wat weten we over hun kleding en hun godsdienst? In hoeverre vinden we nu nog steeds sporen van hun West-Afrikaanse herkomst? Maar vooral gaat het deeltje wat mij betreft over de discussie: hoe zijn die mensen altijd als ‘anderen’ gezien? Hoe moeilijk is het om hen ánders dan als anderen te zien, gegeven hun wrede lot en hoe weinig informatie we verder van ze hebben.

Wat moeten we met deze zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis? Het is een discussie die op veel plaatsen gevoerd moet worden, en vooral ook in klaslokalen. Dit deeltje Tekst in context kan daar heel goede diensten bij bewijzen.

Albert Helman. De stille plantage. Tekst in context 14. Samengesteld door Henna Goudzand Nahar en Michiel van Kempen. Amsterdam: AUP, 2019. Bestelinformatie bij de uitgever.