De stem van een dode Egyptenaar

Door Marc van Oostendorp

Ik ben altijd zo enthousiast over allerlei onderzoek, gebeurt er nu echt niets waarvan ook ik me verwilderd afvraag: waarom moest dat nu onderzocht worden?

Ja, natuurlijk. Het onderzoek bijvoorbeeld naar de stem van de drieduizend jaar geleden overleden Egyptische priester Nesjamoen dat Nature vorige week plaatste. (Ik werd erop gewezen door de onversaagde oudheidkundige blogger Jona Lendering.) Omdat er nog betrekkelijk veel weefsel over is van deze beste man, heeft een team onderzoekers het in het hoofd gehaald om de stem van deze Nesjamoen weer tot leven te wekken. Er werd een computermodel gemaakt van zijn spraakkanaal, en dat werd tot klinken gebracht. Waarom?

Egyptische vriend

Het reconstrueren van stemmen is een soort wetenschappelijke rage. Ook de stem van Ötzi is bijvoorbeeld al een keer gereconstrueerd, net als vorig jaar die van Rembrandt van Rijn. Meedoen aan rages is op zich natuurlijk ook best aardig, maar welk hoger doel wordt ermee gediend?

Een van de problemen bij dit soort onderzoek is op zich dat het onduidelijk is of je wel een betrouwbare reconstructie kunt maken van hoe iemand geklonken heeft door naar wat lichamelijke resten te kijken en daar in de computer een model van te maken. Een soort basisgeluid krijg je er misschien Of dat vervolgens precies was zoals hij klonk in het dagelijks leven, is vanwege allerlei sociale factoren inderdaad de vraag, en het lijkt me onmogelijk om ooit nog sociolinguïstiek te doen over het oude Egypte of meer te weten te komen over het karakter van Nesjamoen.

Dat geldt al helemaal voor hoe hij geklonken moet hebben tijdens religieuze feesten. De onderzoekers beweren ook alleen dat ze een reconstructie hebben kunnen maken van één klinker (de klinker die je maakt met de stand van de mond waarin onze Egyptische vriend in zijn tombe is aangetroffen), en dan niet onredelijk om van al dat soort details af te zien..Mij lijkt deze reconstructie bovendien minder vergezocht dan die van Rembrandt vorig jaar, want die was alleen gebaseerd op wat we weten over zijn uiterlijk uit zijn schilderijen.

Leven en welzijn

Dat van die ene klinker is overigens wel heel curieus. Welke klinker je precies maakt is afhankelijk van de stand van de mond. Dat is in dit geval dus die van een lijk, en er is weinig reden om te denken dat die Nesjamoen ooit tijdens het spreken zijn mond ook in die stand hield. We hebben hier het geluid dat een lijk zou maken – dat vind ik wel een beetje luguber, maar het is ook een beetje vreemd om dat dan te vergelijken met hoe (levende) sprekers van het Engels nu hun klinkers maken zoals de onderzoekers hebben gedaan. Dit is echt een vergelijking waar niemand wat aan heeft.

Dat geldt in het algemeen voor deze bevinding. Het is op zich, vind ik, wel interessant om te zien in hoeverre je nu iemands stemgeluid kunt reconstrueren uit een scan van diens lichaam, maar het is dan een beetje vreemd om te beginnen bij iemand die zo lang dood is en waarvan je dus de uitkomst van je reconstructie op geen enkele manier kunt vergelijken met andere gegevens. Ik zou zeggen dat het logischer is om eerst een reconstructie te maken van mensen die je om andere reden toch al bij leven en welzijn in een fMRI-apparaat legt Het belang daarvan zou dan zijn dat je kunt aantonen dat we inmiddels genoeg van het spraakkanaal begrijpen om een betrouwbaar model te kunnen maken.

Piepstemmetje

Een reconstructie van de stem van een bekende dode zou dan een grappige toepassing kunnen zijn als je de methode eenmaal hebt vastgesteld. Maar ik zie in het artikel in Nature geen verwijzingen naar dergelijk onderzoek bij mensen uit onze eigen tijd in de bibliografie en ik vermoed dat zulk onderzoek ook niet bestaat. (Als het wel bestaat is het eigenlijk nog erger dat de auteurs daar niets over zeggen, want hun werk vooronderstelt zulk werk.)

En in die zin lijkt me deze reconstructie uiteindelijk evenveel waard als wat de gek ervoor geeft. Als ik nu beweer dat mijn smartphone op basis van een foto van de sarcofaag heeft vastgesteld dat die Nesjamoen een raar piepstemmetje heeft gehad, lijkt me dat ongeveer even betrouwbaar.

Dat dan nog los van de vraag wat iemand aan zo’n reconstructie zou hebben. Het zou als het betrouwbaar was denk ik aardig zijn voor in een museum: zo angstaanjagend dichtbij kan een Egyptische priester komen. Maar echt serieus onderzoek is het daarmee niet, en dat Nature het wel als zodanig lijkt te beschouwen, beschouw ik als het zoveelste bewijs hoe weinig gericht op serieus onderzoek dat blad is, en hoe gevoelig voor oppervlakkige sensatie.

Jona Lendering gaat in zijn blog onder andere in op ethische bezwaren tegen dit onderzoek met menselijke resten.
Foto: Nesjamoen, Leeds Museums and Galleries