2020: Matthias de Vriesjaar

Door Dirk Geirnaert

Tweehonderd jaar geleden, op 9 november 1820, werd in Haarlem Matthias de Vries geboren. Frits van Oostrom heeft hem ooit de aartsvader van de neerlandistiek genoemd. Terecht: Matthias de Vries zorgde onder meer voor monumentale tekstedities van Boendales Lekenspiegel (1844) en, in samenwerking met Eelco Verwijs, van Maerlants Spiegel Historiael (1863); in 1849 werd hij op 29-jarige leeftijd hoogleraar Nederlands in Groningen, een professoraat dat hij in 1853 inruilde voor de leerstoel Nederlands en Geschiedenis in Leiden;  De Vries legde daarnaast ook de fundamenten voor het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW) en vooral voor het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Het is met name door zijn pionierswerk in de wetenschappelijke lexicografie van het Nederlands dat hij zich binnen de neerlandistiek een uitzonderlijke en belangrijke positie verwierf.

Het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) wil in dit Matthias de Vriesjaar dan ook, in samenwerking met de stad Leiden en de Leidse Universiteit, via een aantal publicaties en evenementen aandacht geven aan deze eminente wetenschapper.

In het najaar verschijnt een boek van de hand van Piet van Sterkenburg en Frieda Steurs waarin De Vries en zijn taalkundige nalatenschap belicht zullen worden; ook zal het een beschrijving bevatten van de geschiedenis en de werkzaamheden van het Instituut voor de Nederlandse Lexicologie (INL) en zijn opvolger het INT. Dit werk zal op 5 november gepresenteerd worden op een door het INT georganiseerd wetenschappelijk symposium.

Verder zijn er ook een aantal activiteiten voor een ruimer publiek: een publiekslezing over het Leids karakter van het WNT, een Matthias de Vrieswandeling door Leiden, een Matthias de Vriesquiz en -expositie en, tot slot, een Groot Dicté (sic) der Nederlandsche (sic) Taal, een dictee waarbij niet het Groene Boekje leidend zal zijn, maar wel de regels van de spelling-De Vries & Te Winkel, de spelling die in 1863 speciaal voor het schrijven van het WNT ontworpen werd en kort daarna in Nederland en Vlaanderen ook als de officiële spelling zou gaan gelden. Preciezere informatie (wat, waar en wanneer) zal via Neerlandistiek bekendgemaakt worden.