Sjla sjnijden in Gouda

Straattaalblog 7

Door Khalid Mourigh

Marokkaanse Nederlanders zijn in het algemeen slechte ondernemers, samenwerken valt ze zwaar. Toch excelleren ze de laatste jaren in één branche: de viszaken. Overal waar ik kom zie ik, anders dan voorheen, Marokkaanse Nederlanders vis verkopen. Zonder uitzondering is de vis van hoge kwaliteit. Riffijnen, die oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied komen, hechten veel waarde aan de versheid van hun waar.

Waar ze minder bekend om staan is ‘sla snijden’. Toch refereren Marokkaans-Nederlandse jongeren in Gouda daarnaar als ze gevraagd worden hun taalgebruik te beschrijven. In het volgende fragment interview ik een drietal Goudse jongeren. (De sj is de klank die in sjofel of sjouwen voorkomt, zj wordt uitgesproken als de tweede g in garage. De sprekers zijn geanonimiseerd).

Het valt dus op dat de s vaak een sj en de z een zj wordt. Dat wordt in de taalkunde palatalisatie genoemd. De klanken worden geproduceerd door je tong iets naar achteren tegen je verhemelte te verplaatsen (probeer maar). De jongeren palataliseren niet willekeurig welke s of z. Het gebruik is aan duidelijke regels gebonden.

Alleen als de s gevolgd wordt door een ch, l, m of n wordt het een sj. De z komt in het nederlandse niet voor deze medeklinkers voor en wordt daarom alleen een zj voor de w (met uitzondering van het woordje zo > zjo). Behalve sjla sjnijden en sjneeuw zijn nog meer voorbeelden.

Verschillende interviews met één spreker kunnen het gebruik van palatalisatie verduidelijken. We noemen de jongeman voor het gemak SprekerB.In het eerste gesprek over zijn opleiding, spreekt hij opzettelijk voorzichtig en netjes. Hij gebruikt zelfs een ‘gooise r’ in het woord werk, een variant die in het Marokkaans Nederlands niet gebruikt wordt. Nu gebruikt hij gebruikt in het woord school de gewone s.

  • Ik heb nu al vijf jaar lang Duits gehad op school.

Niet veel later in het interview wordt het allemaal wat losser. We spreken niet meer over opleidingsniveau, maar over hoe Marokkaanse Nederlanders onderling praten. De spreker gebruikt nu een sterke intonatie en niet-standaard Nederlandse zinsbouw. Het woord school wordt nu sjchool. Dat is stoere en in-group spraak.

  • Op sjchool komt er iemand weet je hij is Tunesisch.

Het gebruik van dit kenmerk is dus contextafhankelijk. Jongeren kunnen dit opzettelijk inschakelen om een bepaalde houding over te brengen. Er is dus sprake van gecontroleerde manipulatie. De jongeren spelen ermee.

Waar komen deze klanken dan vandaan? Nemen jongeren de klanken over van de oudere generatie die het Nederlands als tweede taal hebben geleerd?Daarvoor heb ook naar de uitspraak van ouderen geluisterd en daar komt uit dat ook zij de sj en zj vaak gebruiken, maar dan op een andere manier. De sj en zj komen willekeurig voor in allerlei woorden. Zij zeggen bijvoorbeeld huisj, de sj staat aan het einde van een woord. Als je als jongere huisj zegt, dan spreek je illie-taal (illegale taal). De jongeren zijn dus aan de haal gegaan met de klanken en hebben er zelf iets leuks van gemaakt.

Is dit dan slecht Nederlands? Nee, het is anders. De jongeren kunnen heus wel school of snel zeggen en dat doen ze ook vaak genoeg. Met dit stijlelement laten jongeren echter zien dat zij bij een bepaalde groep horen en dat zij een informele houding aannemen. Het argument dat het sjlecht nederlands is sjnijdt dus geen hout.

Als je goed luistert naar de borrelnootjez, dan hoor je bijvoorbeeld: sjchool, sjlijmen, sjnipperdag, maar ook spijt.

Dit stuk verscheen eerder op het blog van Khalid Mourigh
Afbeelding; Leon Brooks, pixnio