Podcast, potel en prosument

Door Roland de Bonth

Een paar weken geleden verscheen op Neerlandistiek een interessante bijdrage van Wouter van der Land met de titel ‘Schel en andere dorado’s’ (zie hier). Hij schenkt daarin uitgebreid aandacht aan met name commerciële porte-manteauwoorden. Niet alleen toont hij talloze voorbeelden van geslaagde en minder geslaagde gevallen, hij laat ook verschillende wijzen zien waarop bedrijven een geschikte en toepasselijke merk- of bedrijfsnaam – een ergoniem – kunnen creëren door gebruik te maken van (thematische) digitale woordenlijsten en analoge (retrograde) woordenboeken.

Leerlingen leren lexical blenden

Bedenkers van merk- en bedrijfnamen – Van der Land is één van hen – kunnen hier hun voordeel mee doen. Zij zijn echter niet de enigen: Van der Land ziet het bouwen van een porte-manteaugenerator als een uitstekend project voor de onderbouw in het voortgezet onderwijs, omdat daarbij taalkundige kennis met basale programmeervaardigheden worden gecombineerd. Voor heel slimme of handige kinderen lijkt me dat beslist een interessante uitdaging maar een dergelijke programmeeropdracht zal niet voor elke leerling weggelegd zijn.

Maar niet getreurd. Het begrijpen, beoordelen en zelf produceren van porte-manteauwoorden – ook aangeduid met de term vlechtwoord, mengwoord, kofferwoord (motvalise), hypogram of lexical blend – biedt op zichzelf al voldoende stof voor aansprekende lessen over morfologie en commerciële naamgeving. (Lees hierover het nog altijd lezenswaardige artikel van M.C. van den Toorn.)

Portemanteauwoord

Een porte-manteauwoord is volgens de definitie op Wikipedia een neologisme waarin twee of meer bestaande woorden naar de vorm worden gecombineerd in een betekenis die betekeniselementen van alle originele woorden bevat. Volgens het Algemeen letterkundig lexicon kunnen deze vlechtwoorden het resultaat zijn van een bewuste lexicale creativiteit (neologisme) of van een onbewuste verspreking of verschrijving (paragram). Aan deze laatste categorie zal ik hier voorbijgaan. Ik beperk me dus tot woorden die opzettelijk zijn gecreëerd, zoals de overbekende voorbeelden brunch (breakfast+lunch), smog (smoke+fog), podcast (iPod+broadcast) en Brexit (Britain+exit).

Taalradar

De zojuist genoemde voorbeelden zijn inmiddels zo ingeburgerd in het Nederlands dat ze haast niet meer als versmeltingen van twee woorden worden gevoeld, al is de oorsprong van de samenstellende delen nog wel eenvoudig te achterhalen. Minder gemakkelijk bleek dat te zijn  voor sommige woorden die aan proefpersonen zijn voorgelegd in het experiment blends van het crowdsourcingproject Taalradar van het Instituut voor de Nederlandse Taal (zie hier).

Het doel van Taalradar is om kennis te verzamelen over het Nederlands door gebruik te maken van het taalgevoel van Nederlandssprekenden. In het experiment over lexical blends kregen de deelnemers twee verschillende taken voorgelegd: blends analyseren en blends herkennen.

Voor de eerste taak moesten zij aangeven uit welke twee woorden een blend was samengesteld. Het betrof hier de woorden adware, agflatie, mup, tankini, vagetariër, labradoedel, straatsen, grachtengordeldier, preferendum, zebradrempel. In sommige gevallen week de analyse van de crowd af van de bekende opdeling (mup), in andere gevallen bestond er daarentegen grote overeenstemming over de analyse (labradoedel).

De tweede taak bestond hierin dat deelnemers in een stuk tekst moesten aangeven welk woord een blend was – in elke tekst kwam slechts één blend voor. Uit dat onderzoek bleek dat de meeste blends goed werden herkend. Alleen met het woord podcast hadden de proefpersonen moeite. De helft van de deelnemers zag dit vlechtwoord over het hoofd. Bij deze herkenningstaak werden grotendeels andere woorden gebruikt dan bij de analysetaak. In de voorgelegde teksten kwamen de volgende blends voor: twittie, vrachtpatser, (opnieuw) vagetariër, (opnieuw) podcast, potel, voluntoerisme, himbo, prosument, apparterra en grexit.

Algemeen Nederlands Woordenboek

Al de woorden die in de twee taken van het Taalradar-experiment zijn opgenomen, zijn terug te vinden in het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW). Wie het niet gelukt is, de samenstellende delen van de hierboven vermelde blends te achterhalen, kan ze hier vinden. Het is mogelijk alle blends uit het ANW te verzamelen door op de openingspagina te zoeken naar ‘Woorden met bepaalde kenmerken’ > Kies een kenmerk > woordvorming > Blends > Zoek. Op het moment van schrijven zijn dat er 85, maar deze categorie breidt zich nog altijd uit. Met behulp van dit overzicht zou je leerlingen zelf een met Taalradar vergelijkbaar onderzoek kunnen laten opzetten, met een analysetaak en een herkenningstaak.

Fanbase nicknames

De lijst met blends uit het ANW kan op voor veel leerlingen aansprekende wijze worden uitgebreid met zogeheten fanbase nicknames. Grote popartiesten en popbands hebben een grote schare fans, die we met een Engels woord aanduiden als fanbase (‘gewone fans’) of fandom (‘fanatieke fans’). Voor artiesten zijn deze bewonderaars van groot belang: zij kopen hun muziek, gaan naar concerten en besteden geld aan merchandise, de ‘merch’.

Veel van die groepen hebben een bijnaam om zich te onderscheiden: de zogenaamde fanbase nicknames of fandom nicknames. Een zeer bekend voorbeeld is de naam waarmee de volgelingen van de Canadese zanger Justin Bieber zich tooien: beliebers, een blend van believe en Bieber. Sommige van deze namen zijn gemunt door de fans zelf, terwijl andere juist door de (platenmaatschappij van de) beroemdheden zijn bedacht.

Hoewel het gebruik van nicknames al lang bestaat – zo werden fans van The Beatles aangeduid als Beatlemaniacs – heeft de opkomst van sociale media ervoor gezorgd dat steeds meer artiesten een fanbase met een bijnaam hebben. Met de zoekopdracht ‘fanbase nicknames’ krijg je in Google tientallen treffers, met onder andere ‘The definitieve guide to fan base nicknames’ (inclusief uitleg) en een lekker lange lijst op de Engelse Wikipedia-pagina List of fandom names. Zo heten de fans van de Engelse zanger Ed Sheeran Sheerios (van Sheeran en Cheerio, ‘doei’ of Cheerios, een soort cereal?) en noemen grote liefhebbers van Ellie Goulding zich Goulddiggers (van Goulding en golddigger, ‘goudzoeker’).

Online zijn er enkele ‘fanbase nicknames generators’ te vinden om zelf een passende naam te bedenken (zie bijvoorbeeld hier). Voor Nederlandse namen hebben deze op het Engels gebaseerde programma’s vaak een teleurstellend resultaat. Gelukkig kun je op internet ook nuttige (Engelstalige) aanwijzingen vinden om een eigen fanbase name te maken (zie bijvoorbeeld hier).

Of het nu gaat om neologismen, commerciële namen dan wel fanbase nicknames, blends kunnen dienstig zijn om op toegankelijke wijze aandacht te schenken aan morfologie. En wie tijdens de lessen Nederlands graag taalkunde en letterkunde wil integreren, zou ervoor kunnen kiezen fanbase names te bedenken voor schrijvers. Ik weet zeker dat creatieve geesten met betere namen op de proppen komen dan de Godfried Bofans en de Wieringasten.

Illustratie: Puuikibeach, Flickr