Een witte of harde staking

Door Lucas Seuren

Ik ben al een week niet meer op kantoor geweest. Sinds vorige week maandag is de vakbond van de universiteiten in het Verenigd Koninkrijk, de University and College Union, namelijk een staking begonnen aan mijn universiteit (Oxford) en 59 anderen. De problemen zullen Nederlandse collega’s bekend in de oren klinken. In de laatste tien jaar is de waarde van een academisch salaris, gecorrigeerd voor prijsinflatie, met 20% gedaald. Daarnaast wordt er fors gesneden in de pensioenen: de premies stijgen, terwijl de uit te keren pensioenen fors dalen. En wat staat daar tegenover? Een fors hogere werkdruk. De administratieve lasten nemen toe, er zijn veel meer studenten, en de wetenschappelijke output moet omhoog. Dr. Lee Jones van de Queen Mary University gaf een heldere samenvatting van de ‘zeven hoofdzonden’ van de marktwerking die het academisch werk zwaarder en onaantrekkelijker maken. Het moge duidelijk zijn dat de situatie niet houdbaar is.

Precair

Ondanks deze problemen staakt bij lange na niet iedereen. Dat is lang niet altijd uit onwil: afhankelijk van je positie, is staken een luxe. Zo heb ik een collega in York die het financieel niet aan kan. Ze heeft als promovendus een tijdelijke docentaanstelling, waarbij ze betaald wordt op basis van de uren die ze les geeft. Zonder die inkomsten kan ze gewoon niet rondkomen. Als ze nu staakt en niet werkt, betekent dat geen inkomen aan het eind van november, inkomen dat ze ook nodig heeft in de winter als er amper colleges zijn. En ze bevindt zich niet in een uitzonderlijke positie: dit is immers hoe het hoger onderwijs in het Verenigd Koninkrijk is opgezet. De junioren verzorgen een groot deel van het onderwijs en doet dat op basis van tijdelijke nul-uren contracten.

Zelf staak ik ook niet. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste mag ik niet staken, omdat ik geen lid ben van de vakbond. Als ik toch staak, kan mijn werkgever sancties treffen. Dat is natuurlijk simpel op te lossen: lid worden van de vakbond. Maar zelfs al werd ik lid, dan was de tweede reden er nog: deadlines. Begin januari moet ik een aantal onderzoeksvoorstellen indienen, en dat betekent dat ze intern ruim voor de Kerst goedgekeurd moeten zijn. En ik zeg moet, omdat als ik ze niet indien, ik sowieso na afloop van mijn huidige contract op straat sta. Verder wil de financier van mijn vorige onderzoeksproject een eindrapport, en dat moet ook voor de Kerst worden ingediend.

Steunen

Ondanks die praktische bezwaren steun ik de staking natuurlijk van harte. Mijn situatie is immers tekenend voor de slechte positie van wetenschappers: we gaan van tijdelijk contract naar tijdelijk contract, en zijn continu bezig met administratieve rompslomp. Gelukkig is er bij mijn stakende collega’s alle begrip voor mijn situatie. De vertegenwoordiger van de vakbond gaf dan ook een reeks suggesties om de staking vooruit te helpen.

De eerste is symbolisch: thuiswerken. Je zou denken dat het niet uit maakt, maar wie naar kantoor gaat breekt in feite de staking, “crossing the picket lines” zoals dat hier heet. En of je nu daadwerkelijk jezelf langs je stakende collega’s moet manuoevreren of dat je de achteringang neemt maakt niet uit. Door thuis te blijven laat je zien dat je de staking steunt. Het is soms lastig: mijn onderzoeksdata staan op het universiteitsnetwerk en daar kan ik zelfs met thuiswerksoftware (VPN) niet bij. Maar het is maar voor een paar dagen en voor mijn onderzoeksvoorstellen niet cruciaal.

De tweede is praktisch: geld. Wie staakt verliest inkomen – nog een reden dat voor veel jonge academici, op part-time contracten staken gewoon geen optie is – en dat wil je natuurlijk zo veel mogelijk beperken. De vakbond heeft daarvoor een stakingsfond, een fighting fund, waar leden aanspraak op kunnen maken. En sinds dit jaar geeft dat fonds prioriteit aan werknemers die weinig verdienen (minder dan 30.000 per jaar). Ook wie niet staakt kan geld aan dat fonds doneren om de stakers te helpen.

Daarnaast probeert vrijwel iedereen op allerlei manieren duidelijk te maken dat ze de staking ondersteunen. Mensen twitteren regelmatig, leggen aan studenten tijdens colleges uit waarom collega’s staken, of brengen warme dranken voor collega’s die in de kou staan (het regent hier veel sinds zondag is de vorst aangebroken). Op die manier proberen we allemaal, met de mogelijkheden die we hebben, duidelijk te maken dat de universiteiten niet op dezelfde voet verder kunnen gaan.

Afwachten

Of dit alles helpt is afwachten. De eerste grote beslissing die eraan komt is of de pensioenpremies verder omhoog gaan. De eerste stijgingen waren dit jaar, en die deden elke salarisverhoging al teniet. Volgens de huidige plannen stijgen de premies volgend jaar verder, waardoor we er financieel nog verder op achteruit zouden gaan. En dat terwijl er genoeg in kas is: de berekeningen zijn gewoon slecht uitgevoerd. De kern van de problematiek zal over de lange termijn gaan. Universiteiten moeten weer investeren in onderwijs en onderzoek, en niet in mooie gebouwen of, nog erger, campussen in China. Dit vereist minder dogmatisch, neoliberaal marktdenken en meer academische visie. Er komt een moment dat de universiteit zo onaantrekkelijk wordt dat je geen talent meer kunt aantrekken, wat de kwaliteit alleen nog maar verder schaadt. En waar sta je dan met je mooie, nieuwe campus van 1,25 miljard?

Foto: Staking Vlaamse studenten in Leuven, 1968. Ron Kroon, Wikimedia