Een koningin moet rijk zijn

De Multatulileesclub (64)

Door Marc van Oostendorp

– Als er een prijs was voor de neerlandicus van het jaar 2019, zou die Elsbeth Etty waarschijnlijk niet ontgaan. Twee boeken heeft ze dit jaar gepubliceerd, over Willem Wilmink en over Maarten ’t Hart, daarnaast heeft ze het initiatief genomen voor de Multatuli-leerstoel aan de VU. En dan komt ze op de valreep ook nog met dit boekje, Bedelbrieven voor Multatuli.

– Dat op een wonderlijke manier de titel Minnebrieven aan Maarten voor haar ’t Hart-boek weerspiegelt.

– Dat ‘bedelbrieven’ is wel een beetje overdreven. Er is duidelijk één echt fraaie bedelbrief – die de uitgever van de Volledige Werken, Geert van Oorschot, schreef aan koningin Beatrix. Die brief gaat vooral over ‘ons beider vriend’ Adriaan (‘Jany’) Roland Holst: hoeveel die dichter van de koningin had gehouden, hoe hij “op een klein bureautje’ een portret van Beatrix had staan en ‘aan de linkerzijmuur’ tekeningen van haar kinderen,

– Ja, dat zijn allemaal zaken die wel nieuwsgierig maken. Wat was dat voor relatie?

– En na een stuk waarin hij ‘het doel van deze brief’ beschrijft – om geld bedelen voor dat standbeeld – “Ik begrijp natuurlijk heel goed dat een koningin er niet aan beginnen kan aan dergelijke verzoeken te voldoen. Als u al uw onderdanen een zelfs niet groot maar gelijk bedrag zoudt willen schenken zou u in de kortste keren arm zijn. En een koningin moet rijk zijn.”

– “Zoudt”. Gerard Reve leefde duidelijk nog en kwam in ieders gedachte die aan de vorstin schreef.

– En daarna komt er nog een verhaal over “Jany”, hoe hij zelfs vlak voor zijn sterven nog over “Haar” sprak.

– Het was natuurlijk ook welgemeende gene, natuurlijk. Bedelen is naar, ook als het voor een ander is, maar zeker als het voor Multatuli is, de man voor wie het bedelen al begon toen hij nog blakend van leven was.

– Dat verklaart dan misschien ook waarom het Multatuli-Museum en het Multatuli-Genootschap en Etty in dit boekje zo halfslachtig zijn bij het naar binnen hengelen van het geld dat ze nu nodig hebben voor hun website.

– Volgens Etty betreft het een site

waarop het gehele oeuvre, de volledige correspondentie, handschriften, de complete iconografie, secundaire literatuur, archivalia, documenten over zijn persoon en het beschikbare beeldmateriaal wordt ontsloten en in samenhang gepubliceerd

– Wat is het verschil tussen ‘de complete iconografie’ en ‘het beschikbare beeldmateriaal’?

– Er zijn volgens Etty 300.000 euro nodig voor dit project. Dat bedrag wordt vaker genoemd, maar nergens wordt uitgelegd waarom dat bedrag zo gigantisch hoog moet zijn.

– In de begeleidende brief bij dit boekje wordt gezegd dat al meer dan de helft van dat bedrag binnen is.

– Ja, maar in het boekje zelf wordt gezegd dat dit ‘de ultieme bedelbrief’ betreft, terwijl het een oplage van 100 kent en gestuurd is aan iedereen die minstens 50 euro heeft gegeven. Als die 100 er inderdaad allemaal 50 hebben gegeven, heeft dat 5000 euro opgeleverd.

– Volgens Etty heeft de ABN Amro dat bedrag gegeven, en ze noemt dat ‘een fooi’.

– Nou, maar er zijn er ook die meer hebben gegeven. Ik bijvoorbeeld, namens onze leescursus. Vandaar dat we nu dit boekje hebben.

– Ik vind ook eigenlijk dat iedereen die aan de leescursus meedoet, zelf ook geld moet overmaken. En wel nu meteen. Waar dat geld ook precies aan besteed wordt, het wordt vast goed besteed. Wie schaamt zich bijvoorbeeld niet dood als hij deze tekst leest op de site van het Multatuli Museum over een van de doelen tijdens het aanstaande Multatuli-jaar:

Een opknapbeurt van het Multatuli Museum, om te beginnen een grote schoonmaak van de in 1887 geplaatste gevelsteen boven de ingang met de onleesbaar geworden tekst: ‘Eduard Douwes Dekker “Multatuli” werd in dit huis geboren 2 MAART 1820’

– Ja, het Multatuli Genootschap heeft in Etty zo’n energieke voorzitter en Multatuli Online in Krijn ter Braak zo’n krachtdadig voorvechter dat iedereen die zich ook maar iets gelegen laat liggen aan ons literair erfgoed deze mensen moet steunen.

– Daar drinken we op!

– En volgende week?

– Dan beginnen we aan de brieven uit 1878!

Foto: Paul van Galen, Wikimedia