Dit is het einde van de zin, offeh

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. Vorige week besprak ik hoe of niet gebruikt wordt om urgentie uit te drukken of om kritiek af te zwakken. Deze week ga ik in op een sterk gerelateerd fenomeen: zinnen die eindigen met of.

Fout!

Nu zul je wellicht denken, dat kan helemaal niet. Een zin die eindigt met of is grammaticaal niet acceptabel of gewoon fout. Of is immers een voegwoord, net als en, maar of omdat: het koppelt twee zinnen of zinsdelen aan elkaar. Je kunt een zin dus niet eindigen met of, want dan mis je nog het tweede zinsdeel.

En toch beëindigen mensen in spreektaal van tijd tot tijd hun zinnen met of. Regelmatig plakken ze daar dan een stomme e, de sjwa, aan vast en zeggen ze offeh. Het is een fenomeen dat regelmatig en op een regelmatige manier terugkomt in gesproken taal. Het is dus veilig om voor het gemak aan te nemen dat we niet te maken hebben met een vergissing, maar dat of aan het einde van een zin een onderdeel is van onze taal. De vraag is dan, wat voor functie heeft het?

Functie

Als we kijken naar de momenten dat mensen hun zin beëindigen met of dan valt direct op dat we altijd te maken hebben met ja/nee-vragen. Hierbij een kleine greep uit de voorbeelden die ik in mijn gespreksdata heb kunnen vinden:

  • Is Nienke thuis gewoon offeh?
  • Maar het is wel lang reizen zeker dan offeh?
  • Maar je moet nog gewoon naar school offeh?
  • Ben je al thuis offeh?
  • Ben je d’r al een keer eerder geweest of?

Al deze zinnen worden gebruikt om te vragen of de informatie die de spreker formuleert klopt. Dat is goed om te weten, want het suggereert dat of niet zomaar aan het eind van een zin kan komen. Een bewering, ook al heeft deze dezelfde woordvolgorde, kan geen of hebben aan het einde. We zeggen dus niet “Het is lang reizen of” als we onze gesprekspartner vertellen dat het lang reizen is. Dat lijkt misschien wat triviaal, maar we kunnen bijvoorbeeld wel ofzo gebruiken aan het eind van een mededeling, zoals Roos in het volgende dialoogje:

Maaike: Wat doen ze dan?
Roos: Dan gaan ze bij Van der Valk eten of zo.

Uit dit verschil kunnen we opmaken dat of aan het einde van de zin voornamelijk een functioneel fenomeen is. Veel taalwetenschappers maken een onderscheid tussen verschillende modules voor ons taalsysteem, zoals de syntaxis (woordvolgorde), semantiek (betekenis), en pragmatiek (functie). Hoe die modules samenwerken en van elkaar afhangen (en of ze uberhaupt los van elkaar bestaan), daar wisselen de ideeën over. Maar ik zou hier zeggen dat of alleen op het niveau van de pragmatiek zit. Het is natuurlijk een onderdeel van de zin, maar sprekers kijken naar de functie van die zin om te bepalen of ze met of kunnen eindigen, niet naar de woordvolgorde.

Onzekerheid

In mijn stukje over of niet legde ik uit dat sprekers bevestiging zoeken: als we een ja/nee-vraag stellen, dan formuleren we die veelal op een manier die het gemakkelijk maakt voor de hoorder om te bevestigen. Als ik zeg “Ben je al thuis?” dan laat ik zien dat het waarschijnlijker is dat de hoorder gaat bevestigen dat hij of zij thuis is. Anders had ik wel gevraagd “Ben je nog onderweg?”. Als je nu of aan het einde van dit zin plakt, dan laat de spreker zien dat hij of zij zich bewust is van de alternatieve optie. Het komt onzekerder over: een spreker laat ermee zien dat een alternatief ook goed mogelijk is. De functie lijkt dus samen te hangen met of als voegwoord: het staat tussen twee alternatieven, A of B. Door alleen een eerste optie te geven “A of” suggereren we dat er andere opties zijn, maar die laten we in het midden.

Een vorm van bewijs voor deze analyse vinden we in de manier waarop mensen antwoord geven. Ja/nee-vragen krijgen in de regel veel vaker een bevestigend dan een ontkennend antwoord. Maar bij ja/nee-vragen die eindigen met of gaat dat niet op. Hoorders geven net zo vaak een ontkennend of wijfelend antwoord als een bevestigend antwoord. Ik heb dus net zo veel voorbeelden van de eerste soort als van de tweede soort:

Maaike: Is Nienke thuis gewoon offeh?
Petra: Ja, ze was effe naar Liesbeth gegaan.

Marja: Ben je d’r al een keer eerder geweest of?
Eva: Nee, nog nooit.

Een ander opmerkelijk verschil tussen “gewone” ja/nee-vragen en deze of-vragen, is dat of-vragen altijd een uitgebreider antwoord krijgen dan ja of nee alleen. Zo legt Petra in bovenstaand voorbeeld uit dat Nienke even naar Liesbeth was gegaan: ze bevestigt niet alleen dat Nienke thuis is. Dit hangt waarschijnlijk ook samen met die onzekerheid: de hoorder geeft meer informatie om tegemoet te komen aan de grotere mate van onzekerheid die de spreker met of uitdrukt.

Fonoloog

Hoezeer of aan het einde van de zin dan ook ongrammaticaal lijkt, het is een systematisch onderdeel van de Nederlandse taal. En zoals ik zal zei, niet alleen van het Nederlands. In 2013 promoveerde Veronika Drake op een proefschrift over or­ aan het einde van zinnen in het Engels, waarin ze laat zien dat or vrijwel op exact dezelfde manier werkt. Het enige verschil tussen het Nederlands en het Engels is die sjwa: in het Engels zeg je niet or uh, maar gewoon or, terwijl ik in het Nederlands voornamelijk offeh tegenkom. Waar dat verschil vandaan komt? Ik heb geen idee. Misschien dat een fonoloog ons daar wat meer inzicht in kan geven. Ik meen dat er een collega voor Neerlandistiek werkt die vrij actief is op dat gebied.

Afbeelding: Biccie, Wikimedia