Van moderne vrouw tot dom blondje: de mop als reactie op vrouwenemancipatie

Door Iris Stofberg

Waarom krijgt een dom blondje maar maximaal vijf minuten pauze? Anders moet ze opnieuw ingewerkt worden. (Nederlandse Volksverhalenbank)

Zeg Mabel, toe zou je niet kunnen proberen een beetje van me te leren houden? – Nee, Dick, ik leer al Mah Jong bridge, een nieuwe Jazz-step en ik denk er over, of ik m’n haar zal laten kort-knippen. Ik zie niet in, waar ik nog tijd voor iets anders vandaan zou moeten halen. (Provinciale Drentsche en Asser courant, 1924)

Van domme blondjes tot bazige schoonmoeders en van moderne vrouw tot echtgenotes wier recht beperkt is tot het keukenblad: ze zijn allemaal voorbijgekomen tijdens de koffiepauze of op het schoolplein. De vrouw is, net als voorheen de Belg, een geliefd onderwerp van spot. Humor, en het ontstaan of recyclen van moppen is vaak een reactie op maatschappelijke ontwikkelingen. Via de mop kunnen uitlatingen gedaan worden die in het dagelijks leven politiek incorrect zijn en zo kan een mop dus iets zeggen over onderbuikgevoelens binnen een samenleving. In dit essay richt ik mij op twee moponderwerpen, die beiden voortkwamen uit mannelijk onbehagen: de moderne vrouw mop en de domme blondjesmop.

De prinses uit een modern sprookje: “Ik kan vanavond mijn vlechten niet voor je neerlaten om erlangs naar boven te klimmen, ik heb mijn haar kort laten knippen”. (Tilburgsche courant, 1925)

De moderne vrouw, wie kent haar nog? Bijna honderd jaar geleden – tijdens de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw – was de moderne vrouw een veelbesproken onderwerp. In verschillende Nederlandse kranten werd voortdurend over dit vrouwtype geschreven. Er ontstonden heftige discussies over de moderne vrouw als oorzaak van de economische crisis en of ze het recht had om te roken. Ook werden artikelen gepubliceerd over pseudowetenschappelijk onderzoek dat had aangetoond dat het kort knippen van het haar bij vrouwen zou leiden tot baardgroei en kaalheid.

De moderne vrouw, wie was zij? Allereerst leek de moderne vrouw niet meer op een échte vrouw en gedroeg ze zich er ook niet meer naar. Ze liet haar haren kort knippen, droeg flapper dresses, rookte sigaretten, danste in heuse danshallen en werkte op kantoor. Kortom, de moderne vrouw brak met het traditionele rolpatroon van de vrouw als dochter, moeder, en echtgenote. Deze transformatie vond plaats in een periode die werd gekenmerkt door snelle ontwikkelingen, zoals urbanisatie, vergaande technologisering, en secularisatie. Daarnaast had op wereldniveau een allesverwoestende oorlog plaatsgevonden, iets dat ondanks de neutraliteit ook zeker invloed heeft gehad op de Nederlandse samenleving. Er ontstond een, voornamelijk mannelijke, angst voor deze snelle veranderingen en onzekere toekomst. Daarom werd vastgegrepen aan datgene waarop nog enige invloed kon worden uitgeoefend: man-vrouwverhoudingen. De moppen over de moderne vrouw moeten dan ook in deze context begrepen worden. Ze werden gebruikt om het moderne uiterlijk en gedrag van de vrouw te ridiculiseren.

Wat denkt een dom blondje als ze merkt dat ze zwanger is? Oh jee, het zal toch niet van mij zijn zeker! (Nederlandse Volksverhalenbank)

Het domme blondje, wie kent haar niet? Ze is vrouw, blond, dom, hyperseksueel en figureert al jarenlang in mop-vorm. Ondanks dat deze moppen tegenwoordig aan populariteit hebben ingeboet, kan bijna iedereen zich nog een beeld vormen van het domme blondje en de moppen waarin zij een hoofdrol speelt. De jaren negentig waren echter de hoogtijdagen van de domme blondjesmop. En dat was niet voor niets. Dit was een periode waarin steeds meer vrouwen gingen studeren: ze maakten hun studie ook sneller en vaker af dan mannen. Daarnaast gingen meer vrouwen de arbeidsmarkt op en ontwikkelden ze zich dus ook op professioneel vlak. Ondanks dat Nederland op het gebied van vrouwenemancipatie nog een flinke inhaalslag moest maken, ontstond het gevoel dat de vrouw aan een enorme opmars begonnen was en dat ze de man ver achter zich liet. De domme blondjesmop moet dan ook in deze hoedanigheid begrepen worden: de mop was niet alleen een uiting van mannelijk onbehagen, maar het domme blondje was ook de tegenhanger van de hoogopgeleide vrouw met een carrière.

Moderne vrouw: “U komt mij zoo bekend voor. Ik moet u toch ergens ontmoet hebben.” Moderne heer: “Ja zeker, natuurlijk, ik was… uw eerste man.” (Provinciale Drentsche en Asser courant, 1928)

Vrouw (tot haar man): Hier lieve, hier is een rijksdaalder, ga daarvoor in een restaurant eten. Sophie en ik hebben nog een paar symphonieën door te spelen. (Haagsche courant, 1927)

In de moderne vrouwmop zijn de rollen tussen man en vrouw omgedraaid: het is de moderne vrouw die de broek aan heeft en de zielenpiet, die met haar is getrouwd, danst zonder ruggengraat naar haar pijpen. Dat een vrouw haar man geld gééft zodat hij wat te eten kan kopen, omdat zij geen tijd heeft om voor hem te koken, klinkt tegenwoordig misschien zo gek nog niet. In de jaren twintig en dertig was dit een gruwel, waarvan men dacht dat het spoedig werkelijkheid zou worden. De vrouw die zich zou onttrekken aan het huwelijk en huishouden, en in plaats daarvan zich zou nestelen in haar nieuwe, moderne leventje, was een schrikbeeld. De moderne vrouwmop gaat dan ook over de veranderende relatie tussen man en vrouw. Het werd gebruikt om ideeën en zorgen over toekomstige genderverhoudingen op te projecteren. Bovenstaande moppen gaan over vrouwen die alleen nog met zichzelf bezig zijn en moesten dus tonen hoe het niét moest.

Wat is het verschil tussen een dom blondje en een Ferrari? Een Ferrari leen je niet uit aan je beste vriend. (Nederlandse Volksverhalenbank)

In vergelijking met de domme blondjesmoppen, waren de moppen over de moderne vrouw uiterst keurig. Seksueel getinte grappen konden, gezien de tijdgeest, niet publiekelijk gemaakt worden in het interbellum. In de jaren negentig was de Nederlandse samenleving een seksuele revolutie rijker en zodoende werd niet meer opgekeken van een vunzige mop. De seksualisering van het domme blondje moet dan ook in deze context begrepen worden. In de verschillende moppen wordt het domme blondje geconstrueerd als hyperseksueel: ze heeft oneindig veel bedpartners gehad, is gewillig en uitwisselbaar binnen de vriendengroep. Bovenstaande mop benadrukt de totale onverschilligheid van de man ten opzichte van het domme blondje. Zij is leuk voor één avondje, daarna wordt ze doorgespeeld aan zijn beste vriend en houdt de man zich weer bezig met zaken die er echt toe doen: een Ferrari.

Waar de man in de moderne vrouwmop nog wordt neergezet als slappeling en in veel gevallen afhankelijk van de moderne vrouw, heeft de man uit de jaren negentig zijn mannelijkheid teruggeëist door vrouwonvriendelijk gedrag jegens het domme blondje. Dit is vooral interessant omdat de man in het interbellum én in de jaren negentig het gevoel heeft te worden geschaad in zijn positie als kostwinnaar. Tijdens de jaren twintig en dertig worden de veranderende genderverhoudingen nog uitvergroot, terwijl in de moppen uit de jaren negentig het mannelijk ego wordt gestreeld.

Zoo denkt geen moderne vrouw. Voedsel is beter dan zijden kousen. (Leeuwarder nieuwsblad, 1928)

In verschillende moppen uit het interbellum – en overigens ook in krantenartikelen – wordt de vrouw neergezet als slavin der mode. Ze zou niet meer zelf nadenken en zich enkel laten leiden door de nieuwste modegrillen uit Parijs. De moderne vrouw knipte haar haar kort om daar vervolgens spijt van te hebben, stak zichzelf in onzedelijke mode en hongerde zichzelf uit om te voldoen aan het modieuze, jongensachtige, en atletische lichaam. Dit deed ze enkel en alleen omdat de mode dat van haar verlangde. Door middel van dit soort moppen werd de moderne vrouw neergezet als makkelijk beïnvloedbaar, volgzaam, en niet kritisch. Het volgzame en niet nadenkende karakter contrasteert met het typische beeld van de moderne vrouw als iemand die onafhankelijk was en carrière maakte op kantoor: iets wat wel degelijk enige mate van intelligentie verlangt.

Hoe hou je een dom blondje 24 uur lang bezig? Door op twee kanten van een papiertje ‘z.o.z.’ te schrijven. (Nederlandse Volksverhalenbank)

Zoals haar naam al verraadt, is het domme blondje dom. De domme blondjesmoppen richten zich op het uitvergroten en ridiculiseren van (vrouwelijke) domheid. De mop verschijnt dan ook vaak als raadsel. Het publiek moet raden hoe dom het domme blondje daadwerkelijk is en vaak blijkt ze nog veel achterlijker dan iedereen voor mogelijk had kunnen houden. Dit beeld staat op gespannen voet met een samenleving waarin steeds meer vrouwen een hoge opleiding genieten en de arbeidsmarkt betreden. Ook in het interbellum laat de vrouw zien dat ze niet dom of volgzaam is, maar de moppen over de moderne vrouw en het domme blondje blijven de vrouwelijke stupiditeit benadrukken. Het is aannemelijk dat de constante stereotypering van het domme blondje een reactie is geweest op de toenmalige heersende opinie: de man werd ingehaald door de vrouw op educatief en professioneel vlak.

Waarom laat je man zijn haren lang groeien? – Hij vindt kort haar zoo verwijfd staan (Het Centrum, 1925)

Met de popularisering van de mop ontstond ook een stereotype, waar mensen daadwerkelijk in begonnen te geloven. Natuurlijk liepen er moderne vrouwen door de Nederlandse straten tijdens het interbellum, maar het in kranten geschetste beeld van de moderne vrouw, die het straatbeeld domineerde, klopt niet. Desondanks laten lezersbrieven en krantenartikelen zien dat mensen hier in geloofden en dat dit geloof op nationaal niveau consequenties had. In verschillende regionale en nationale kranten werd de moderne vrouw bijvoorbeeld aangewezen als de oorzaak van de mannelijke werkeloosheid: vrouwelijke kantoorbedienden zouden de banen inpikken van mannen, waardoor de man geen gezin meer kon onderhouden. De directie van de Nederlandse Spoorwegen besloot in 1921 om alle vrouwen van de grote kantoren te verwijderen. In werkelijkheid werkte maar 5,8 procent van de vrouwelijke beroepsbevolking op kantoor in het begin van de jaren twintig. In 1930 was dit percentage gestegen naar 6,2 procent.

Wat zegt een dom blondje tijdens de eerste autorijles? “Ohhh? Kan die stoel ook rechtop?” (Nederlandse Volksverhalenbank)

Ook in het stereotype van het domme blondje werd daadwerkelijk geloofd. Er was zelfs wetenschappelijk onderzoek nodig om het stereotype te ontkrachten. In 2016 publiceerde de academicus Jay L. Zagorsky zijn onderzoek met de titel ‘Are Blondes Really Dumb?’, waarin hij vaststelde dat blonde vrouwen niet aantoonbaar dommer zijn dan vrouwen met een andere haarkleur. Het onderzoek werd opgepikt door de internationale media, die vol verbazing reageerden op de uitkomst van het onderzoek. Hoewel de mop zelf niet meer zo populair is, blijft het domme blondje een overheersend stereotype in de populaire cultuur.

De moderne vrouw, waar ik ook zie,
Heeft alles bijna onder de knie.
Doch één ding lukt haar niet, o wonder:
Haar rokken krijgt ze er niet onder. (Leeuwarder nieuwsblad, 1927)

Hoe heet het als een dom blondje haar haar bruin verft? Kunstmatige intelligentie. (Nederlandse Volksverhalenbank)

Moppen over moderne vrouwen en domme blondjes hebben tegenwoordig aan populariteit verloren. Ook de mop als sub-genre zelf lijkt op zijn retour, vervangen door de internet meme. Om welke vrouwen wordt vandaag de dag gelachen? Natuurlijk zijn er de WOKE meisjes, die al uitvoerig zijn bezongen door Arjan Lubach. En in de Verenigde Staten wordt congresvrouw Alexandria Ocasio-Cortez vanuit Republikeinse hoek op ironische wijze belachelijk gemaakt. Desondanks kent onze maatschappij niet één type vrouw die in alle lagen van de samenleving tot onderwerp van spot is gebombardeerd. Het humoristisch onbehagen lijkt zich vooralsnog te focussen op andere thema’s.

Literatuur

Davies, C., Jokes and Targets (Bloomington 2011).

Haan, F. de, Sekse op kantoor: over vrouwelijkheid, mannelijkheid en macht, Nederland 1860-1940 (Hilversum 1992).

Oring, E., Engaging Humor (Chicago 2003).

Weinbaum, E., (e.a.), The Modern Girl Around the World: Consumption, Modernity and Globalization (Durham 2008).

Zagorsky, J.L., ‘Are Blondes Really Dumb?’, Economics Bulletin 36 (2016) 1, p. 401-410.