schep / schop

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

schep / schop

Er is een klein betekenisverschil.

schep               een steel met een blad voor het opscheppen van los materiaal

Vraag maar aan dat meisje of je met jouw schep mag helpen bij haar strandkasteel.

schop              een steel met een blad voor graafwerkzaamheden

Zo iconisch voor Nederland, die polderjongens met hun schoppen over de schouders als wapens tegen het dreigende water.

Het verschil tussen schep en schop is het verschil tussen ‘scheppen’ en ‘graven’. De woorden worden wel door elkaar gebruikt omdat je bij scheppen ook altijd een beetje graaft en omdat je bij graven natuurlijk ook schept. Maar een schop is doorgaans robuuster dan een schep, meer geschikt voor het zwaardere werk. Daarom spreken we ook eerder van een kinderschepje dan van een kinderschopje. En daarom spreken we ook eerder van een kolenschop dan van een kolenschep. Bovendien heeft het blad van een schep nog vaak opstaande randen.

En een spade? Dat is een schepschop of een schopschep, maar wel met een ander blad: smal en rechthoekig, bedoeld voor het omwerken (omspitten) van de bovenste grondlaag. Dus met een spade spit je, met een schep schep je, en met een schop graaf je. Maar als je niet zo vaak tuiniert dan is elke steel-met-blad goed.