Hoe de fuk

Door Ton van der Wouden

Waarschuwing: wie niet gediend is van schuttingtaal, moet nu ophouden met lezen.

Onlangs ving ik een flard van een gesprek op tussen twee Leidse studentes – ik neem aan dat de AVG toelaat dat ik hierover rapporteer. Wat mij met name opviel was de volgende uiting (mijn spelling, en de leestekens heb ik er vanzelfsprekend bij verzonnen, mensen spreken die zelden uit):

  • En dan denk ik van: “hoe de fuk ga je dat doen”?

Deze constructie ‘vraagwoord de fuk’ was me nog niet eerder opgevallen, maar als je eenmaal weet waar je naar moet zoeken, dan is hij gemakkelijk te vinden. Omdat (de) fuk ontleend is aan het Engels, komt het ook voor in andere spellingen, waaronder de oorspronkelijke. Het CGN (Oostdijk & Broeder 2003), waarvan de data rond 2000 verzameld zijn, heeft één voorkomen: 

  • wat de fuck is dat? (CGN)

Weblog geenstijl.nl, befaamd om zijn goede neus voor taalontwikkelingen, gebruikte de constructie in de vernederlandste spelling al in 2010. 

  • Alleen is dus nog niet duidelijk hoe de fuk dit spel heet. (geenstijl.nl)

In het (informele) Engels is (the) fuck een heel gebruikelijk versterkend (emfatisch, intensiverend) bijvoegsel bij vragende voornaamwoorden:

  • Who the fuck do you think you are?
  • What the fuck are you doing?
  • How the fuck did you win this shit?

De Engelse constructie past in een veel algemener patroon: je kunt taboewoorden en –uitdrukkingen (seksueel, het opperwezen, (schoon)moeders, ziektes…) onder meer gebruiken om vragen en uitspraken kracht bij te zetten (Hoeksema 2019 en de daar aangehaalde literatuur):

  • Who the hell do you think I am?
  • Ze hebben verdomme mijn fiets gejat! 

Het aan het Engels ontleende woord fuck is inmiddels onderdeel van het taalsysteem van het Nederlands. Zo komt het onder meer voor als negatief-polaire uitdrukking (Van der Wouden 1997), als (depreciërend) werkwoord en als (al of niet depreciërend) voorvoegsel of adjectief: 

  • Sliedrechtse SuperEend geeft geen fuk (geenstijl.nl)
  • Allah geeft geen ene fuck om het stuk stront dat Gökmen T. is (Nieuwe Revu 8/7/2019)
  • ’t boeit me geen fuck (CGN)
  • Want IK laat NIET met me FUKKEN, Sjakie! (www.studenten.net)
  • Ik ben geen type dat roept: ik laat niet met me fucken. […] Fuck maar met mij, prima. (Volkskrant 25/9/2008)
  • [zet] die fucking TV een keer af (CGN)
  • Het doet me pijn. Fucking veel pijn. (linda)

Welke taboe-terreinen in een bepaalde taal of maatschappij gebruikt worden, is cultureel bepaald: in het Engels zijn fuck en shit buitengewoon populair, in het Frans en het Duits lijkt men ontlasting te prefereren:

  • Merde!
  • Du Arschloch

In het Nederlands (van Nederland) worden onder meer geslachtsdelen, ziektes), en de naam van het opperwezen vaak gebruikt als versterkende middelen:

  • Wat een klotezooi
  • Dat is een kutstreek
  • Wat een tyfusbende!
  • Waarom moet het geluid van de meeste actiefilms altijd zo teringhard staan bij Pathé 
  • Waar ben je in godsnaam mee bezig?

In de tabel hieronder staat een aantal van de spellingsvarianten van hoe de fuk die ik vond in een groot twittercorpus (met precies één geval is het CGN natuurlijk veel te klein):

Hoe the fak 59
Hoe the fok 61
hoe the fok 86
hoe the fak 96
hoe de fuk 173
Hoe de fuk 307
Hoe de fak 824
Hoe de fok 1013
hoe de fok 1431
hoe de fak 1514
Hoe the fuck 14982
Hoe de fuck 20061
hoe de fuck 30446

In de constructie ‘vraagwoord de fuck’, waar dit artikeltje eigenlijk over gaat, komen verschillende vraagwoorden voor, maar tellingen in hetzelfde corpus laten zien dat de verdeling niet bepaald evenwichtig is:

31196  waar de fuck
30446  hoe de fuck
25522  wie de fuck
21766  Waar de fuck
20061  Hoe de fuck
14994  Wie de fuck
9282  wat de fuck
6086  Wat de fuck
3298  Waarom de fuck
3022  waarom de fuck

Hoed u overigens voor de gedachte dat deze distributie niet meer is dan een weerspiegeling van die die van de vraagwoorden:

91117932 wat 
26635563 waar
26180733 hoe
26168287 Wat 
25114136 wie
17590714 Wie
13411600 waarom
8549949 Hoe
8124127 Waarom
5390291 Waar

Een syntactische eigenaardigheid van de nieuwe Nederlandse constructie hoe de fuk is dat het versterkende element onmiddellijk ná het vraagwoord staat. Inheemse versterkende interjecties staan bij voorkeur níet onmiddellijk na het vraagwoord. (Je hebt wel voegwoordelijke bijwoorden die op de tweede plaats kunnen staan, zoals in in den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig,maar die gevallen zijn beperkt tot tamelijk formeel Nederlands, laten zich moeilijk combineren met schelden en vloeken, en hebben bovendien een andere functie.) Ik illustreer die plaatsvoorkeur met in godsnaam:

  • ??hoe in godsnaam heb je dat kunnen doen? (in godsnaam heb je dat heeft 11 hits)
  • hoe heb je dat in godsnaam kunnen doen? (heb je dat in godsnaam heeft 247 hits)

Anderzijds kan de fuk niet gescheiden worden van het vraagwoord waar het bij hoort:

  • hoe de fuk ga je dat doen 
  • *hoe ga de fuk je dat doen
  • *hoe ga je de fuk dat doen 
  • *hoe ga je dat de fuk doen 
  • *hoe ga je dat doen de fuk

Echte nabepalingen bij het vraagwoord kunnen wel onmiddellijk erna staan, maar kunnen ook verderop in de zin:

  • Waar ter wereld werd ooit oprechter trouw gevonden dan tussen man en vrouw?
  • Waar werd oprechter trouw, dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?

De constructie Wat de fuk is dus syntactisch anders dan schijnbaar vergelijkbare zinnen met een vraagwoord en een versterkende interjectie, en anders dan schijnbaar vergelijkbare zinnen met een vraagwoord en een nabepaling. Het lijkt er dus op dat het Nederlands mét het woord fuck (fuk) óók een constructie ‘vraagwoord de fuk’ aan het Engels ontleend heeft, een constructie die bij mijn weten daarvoor in het Nederlands nog niet bestond (en in elk geval ook niet te vinden is in de ANS, de ONS of het Taalportaal). Wat de interne structuur van de constructie is, dat weet ik niet: is de fuk een nabepaling? De semantiek wijst daar niet op. Is het een emotief suffix? Dan wel een met een zeer beperkte distributie, en bovendien tegen de tendens dat het Nederlands als eeuwen bezig is zijn verbuiging en vervoeging af te stoten. Wat de fuk is het dan wel? Nader onderzoek is geboden, dat is een ding dat zeker is.

Beknopte bibliografie

Gosse Bouma. (2015). N-grams Frequencies for Dutch Twitter Data, CLIN Journal, volume 5.

Quang Phuc Dong [James D. McCawley]. (1971). English sentences without overt grammatical subjects. In: Arnold M. Zwicky, Peter H. Salus, Robert I. Binnick and Anthony L. Vanek (eds.): Studies out in Left Field: Defamatory essays presented to James D. McCawley on his 33rd or 34th birthday. Edmonton: Linguistic Research

Walter Haseryn et al (eds). 1997. Algemene Nederlandse Spraakkunst. Tweede editie, Groningen en Deurne: Martinus Nijhoff en Wolters Plantijn.

Jack Hoeksema. (2019). Taboo words and their grammar. In: Keith Allan (ed.): Taboo words and language. Oxford: Oxford University Press, 170-189.

Nelleke Oostdijk & Daan Broeder (2003). The Spoken Dutch Corpus and Its Exploitation Environment. In: Proceedings of the 4th International Workshop on Linguistically Interpreted Corpora (LINC-03). 14 April, 2003. Budapest, Hungary.

Tom Ruette. (2018). Why do the Dutch swear with diseases? In: Pizarro Pedraza A. (ed.): Linguistic Taboo Revisited. Novel Insights from Cognitive Perspectives. Berlin: De Gruyter Mouton, 225-244.

Jesse Sheidlower. (2009). The F-word. Third edition. New York: Oxford University Press US.

Piet van Sterkenburg. (2001). Vloeken: een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie. Tweede druk, Den Haag: Sdu Uitgevers.

Jelle de Vries. (2001). Onze Nederlandse Spreektaal. Den Haag: Sdu Uitgevers.

Ton van der Wouden. (1997). Negative Contexts. Colocation, polarity, and multiple negation. London: Routledge.

Ton van der Wouden. (2015). A marked construction to mark a marked phenomenon: how to shift topics in Dutch, or, the Barabbas construction. In: Sander Lestrade, Peter de Swart, and Lotte Hogeweg (eds.): Addenda: artikelen voor Ad Foolen. Nijmegen: Radboud Universiteit, 539-572.

Ton van der Wouden. (2008). Rotwoordvorming. TABU 37, 39-46.

Ton van der Wouden. (2016). K*l*l. Neerlandistiek, 2016/11.

Ton van der Wouden. (2019) Uit kracht dan van de bevoegdheid. Neerlandistiek.nl, 2019/10. 

Afbeelding: SImone’s kitchen