Haar doormekkeren over het trouwen, haar beledigende ‘pedante teutjes’-brief, haar dominantie in alles, haar luidruchtige optreden

De Multatulileescursus (58)

Door Marc van Oostendorp

– Ik ben blij dat je ons dit boek over Mina Krüseman hebt laten lezen. Ik had het niet willen missen!

– Nou!

– Ja!

(enthousiaste bijval)

– Vond je? Het is misschien best een aardig boek, maar hoort het in onze Multatulileescursus? De twee hebben elkaar maar een paar jaar meegemaakt.

– Maar dat waren cruciale jaren in beider bestaan. Krüseman legde enorm enthousiasme aan de dag voor Multatuli en vooral zijn toneelstuk Vorstenschool. Ze zette alles op alles om dat stuk gespeeld te krijgen, met zichzelf in de hoofdrol. Maar zodra de repetities begonnen, klapte het tussen die twee.

– Dat hebben we al besproken, toch?

– Maar Mooij laat zien hoe ingrijpend die ruzie was. Voor Krüseman was het daarna allemaal afgelopen. Ze trok naar Nederlands Indië en later naar Napels en Parijs, en ze schreef nog wat romans en pamfletten, allemaal mislukt, maar een belangrijke rol in het openbare leven speelde ze niet meer. Ze was ook niet meer interessant en ambitieus maar vooral bitter en verongelijkt.

– Zoals het eigenlijk ook voor Multatuli afgelopen was. Hij zou in de jaren erna nog met moeite de zevende bundel Ideen eruit persen, maar er daarna ook het zwijgen toe doen.

– Zou dat iets met elkaar te maken hebben?

– De historicus Floris Cohen heeft me weleens verteld dat hij dacht dat het zwijgen van Multatuli werd veroorzaakt door de felle kritiek van zijn voormalige vriend Van Vloten. Maar ik kan me voorstellen dat de enorme knal met Krüseman veel belangrijker is geweest.

– De twee waren evenknieën.

– Zij het dat Krüseman dus niet het schrijftalent van Multatuli had.

– Nee, maar ze waren allebei eigengereid, bereid om tegen alle maatschappelijke conventies in te gaan, hoogmoedig, nobel van inborst, feministisch, blind voor de eigen tekortkomingen…

– … de man en de vrouw van de negentiende eeuw!

– Krüseman heeft gesuggereerd dat de breuk kwam doordat Muiltatuli de avond voor de eerste repetities heeft geprobeerd haar te verleiden en zij hem afwees. Mooij zegt dat dit niet te bewijzen is, maar ook niet onwaarschijnlijk.

– Belangrijker lijkt mij de totale bitterheid die ze vervolgens tegen elkaar voelden, terwijl ze eerder zo aardig, zo vrolijk met elkaar waren omgegaan en elkaar zo hadden bewonderd; belangrijker dan wat nu de precieze aanleiding was. Ze moeten heel veel in elkaar hebben herkend en hun wederzijdse haat moet voor allebei een grote klap zijn geweest.

– Stel nu dat het Vosmaer, die met allebei vriendschappelijk contact bleef houden, was gelukt om de twee weer bij elkaar te brengen!

– Wat een schoonheid had dat opgeleverd. Dan had Multatuli misschien alsnog zijn blijspel geschreven!

– Kom, kom, jullie doen net alsof Mina nu zo’n muts is geworden na die clash. Ze maakte wel degelijk naam in Nederlands-Indië, raakte zwanger van een 18 jaar jongere man, vertrok met hem naar Napels waar ze twee dochters van hem kreeg die allebei binnen een paar maanden stierven. Daarna woonde ze nog 37 jaar met die man samen, in de buurt van Parijs, waar ze betrokken bleef bij de vrouwenbeweging en een wonderlijke spirituele uitloper daarvan. Noem dat maar saai.

– Een van de opvallende aspecten van deze biografie vind ik toch wel hoe Mooij voortdurend commentaar geeft op haar hoofdpersoon. Er zijn twee hoofdstukken gewijd aan een evaluatie van Krüseman, en ook tussendoor vind je voortdurend passages als:

Kruseman had in haar campagne geen enkel publicitair en propagandistisch middel geschuwd. Dat Multatuli zelf zich daar hoe langer hoe ongemakkelijker bij was gaan voelen, had ze volkomen genegeerd. Haar doormekkeren over het trouwen, haar beledigende ‘pedante teutjes’-brief, haar dominantie in alles, haar luidruchtige optreden – het kwam niet in haar op dat deze zaken ook tegen haar konden werken. Mislukkingen schreef Kruseman überhaupt nooit toe aan eigen tekortkomingen. Daar was ze volslagen blind voor, het lag altijd aan de tegenwerking die zij van anderen ondervond.

– Doormekkeren! Volslagen blind!

– Het gaat mij er niet eens om dat dit alles negatief is – ik geloof dat Mooijs oordeel over Kruseman ondanks deze tekortkomingen toch wel gunstig uitvalt. Ik snap niet waarom Krusemans gedrag überhaupt moet worden geëvalueerd. Wat hebben we eraan om te bepalen of het karakter van iemand in de negentiende eeuw wel of niet gunstig was?

– Maar wij doen met Multatuli in onze leescursus toch niets anders? We leggen hem voortdurend langs allerlei meetlatten.

– Ik zie ook het bezwaar niet.

– Het is veredeld roddelen!

– Alle geesteswetenschap is veredeld roddelen. Juist omdat het gaat over mensen van lang geleden, en er geen enkele implicatie meer is van ons geroddel voor die mensen, kunnen we hen gebruiken als illustratie voor onze voortdurende conversatie over de moraal.

– Ik weet het niet, ik heb het dan toch liever over de stijl.

– Ook daarover heeft Mooij wel wat interessante dingen te zeggen, vooral over de stijl van acteren. Ze laat zien dat Kruseman al langer het idee had dat het toneel in Nederland te schreeuwerig was, dat er te veel werd geschmierd. Ze stond een naturel voor. Dat verklaart misschien waarom men haar zo vlak vond: ofwel men was die stijl niet gewend, ofwel beheerste ze die stijl ook inderdaad niet goed.

– Of allebei.

– Mooij beschrijft ook hoe een deel van het probleem was dat Krüseman zich te sterk met haar personage, Louise, vereenzelvigde. En dat dit het moeilijk maakte om haar goed te acteren.

– Bespraken we de vorige keer niet hoe critici vonden dat de rol van Louise ook mislukt was omdat Multatuli zich te veel met die Louise vereenzelvigde en daardoor niet goed over haar kon schrijven?

– Een man en een vrouw die zich allebei teveel met hetzelfde personage vereenzelvigen! Dat moest wel mis gaan, hoe nobel van inborst dat personage ook was.

– Allemaal leuk en aardig, jongens. Maar de volgende keer toch maar weer Multatuli?

– Ja, de brieven van 1875 en 1876!