De rede: bron van geluk voor iedereen

Door Olga van Marion en Ton van der Wouden

Adriaan Koerbagh (1633-1669) is wel de best bestudeerde onbekende Nederlandse filosoof van de vroege Verlichting. Binnen de kring rond Spinoza was hij misschien niet de meest genuanceerde, maar wel de moedigste. Zo schreef Koerbagh bewust in het Nederlands en wilde hij zijn filosofie delen met een groot publiek. In zijn woordenboek Bloemhof uit 1668 gaf hij een vrijmoedige uitleg van allerlei vaktechnische termen en leenwoorden, waaronder bijbelse begrippen.

Volgens de Amsterdamse overheid bevatte dit boek ‘verscheyde Godslastlijcke stellingen tegen Godt’. Koerbagh nam de wijk naar de vrijplaats Culemborg, waar hij in principe veilig was. Daar voltooide hij zijn belangrijkste werk, Een Ligt Schijnende in Duystere Plaatsen, met een systematische kritiek op de gevestigde kerkelijke orde. Toen hij verhuisd was naar een onderduikadres in Leiden werd hij verraden en uitgeleverd aan Amsterdam, waar hij werd veroordeeld tot tien jaar opsluiting gevolgd door tien jaar verbanning uit Holland, met daarbij een boete van 4000 gulden plus de proceskosten. Na een half jaar rasphuis overleed hij, vermoedelijk aan uitputting.

Sinds 15 november is er in het Spinozahuis in Rijnsburg een tentoonstelling over leven en werk van Koerbagh, samengesteld door de filosoof Hannah Laurens. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling heeft Laurens ook een boekje gemaakt met een overzicht van het wijsgerig gedachtengoed van de radicale verlichtingsfilosoof, ingedeeld in vier hoofdstukken over (meta)fysica, kennistheorie, ethiek en de verhouding kerk en staat. Laurens beschouwt Koerbagh als een volbloed rationalist: ‘De rede is volgens Koerbagh de toegangspoort tot geldige kennis en van fundamenteel belang voor de realisatie van een welvarende staat. Bovenal is de rede een rekwisiet voor zelfverwezenlijking en persoonlijk geluk.’

Beknopte bibliografie

Jonathan Israel: Radical Enlightenment. Philosophy and the Making of Modernity, 1650-150. Oxford University Press 2001.

Bart Leeuwenburg: Het noodlot van een ketter. Adriaan Koerbagh 1633-1669. Vantilt 2013.

Olga van Marion: Verboden in de Gouden Eeuw. Schrijvers, drukkers en hun strategieën. In Marita Mathijsen (red.): Boeken onder druk. Censuur en pers-onvrijheid in Nederland sinds de boekdrukkunst. Amsterdam University Press 2011, 31-44.

K.O. Meinsma: Spinoza en zijn kring. Historisch-kritische studiën over Hollandsche vrijgeesten. Nijhoff 1896, 273-327. 

P.H. van Moerkerken: Adriaan Koerbagh. Een strijder voor het vrije denken. Van Oorschot 1948.

Marc van Oostendorp: Verwarring baren en onverstaanbaar spreken. Adriaan Koerbagh tegen de elite. In Rick Honings, Lotte Jensen en Olga van Marion (red.): Schokkende boeken! Verloren 2014, 123-130.

Ewoud Sanders: Woorden van de duivel. Een bloemlezing uit het enige verboden Nederlandse woordenboek. De Bijenkorf 1993.

Hannah Laurens: De rede: bron van geluk voor iedereen. Een inleiding tot de filosofie van Adriaan Koerbagh (1633-1669). Nijmegen: Vantilt, 2019. Bestelinformatie bij de uitgever.