Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken op een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Het Groene Boekje is een spellinggids

Voor iets anders dan spelling (en misschien woordgeslacht) kun je het Groene Boekje niet als norm gebruiken. Nou ja, alles kan natuurlijk, je kunt er eventueel ook voor kiezen om de Groot Nieuws Bijbel of het Nationaal scheldwoordenboek als persoonlijke norm voor goed en fout Nederlands te hanteren, alleen hebben de makers daarvan net zo min als de samenstellers van het Groene Boekje ooit het doel gehad dat hun werk moest gaan bepalen wat als correct Nederlands en wat als incorrect Nederlands moest worden gezien.

Bij mijn weten hebben de Bijbelvertalers en scheldwoordenboekschrijver Kristiaan Laps nooit expliciet gezegd dat hun boeken die normerende functie niet hebben, maar de makers van het Groene Boekje hebben dat wel, meermaals zelfs.

Op de website woordenlijst.org is de Woordenlijst Nederlandse taal te vinden, waarvan het Groene Boekje een ingekorte versie bevat. De makers schrijven op die website over de Woordenlijst: “Als een vorm ontbreekt, wil dat niet per se zeggen dat die geen bestaansrecht heeft of onjuist is.”

Over de opnamecriteria van bijvoorbeeld meervouden schrijven de makers: “Bij werkwoorden en bij zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden zijn de belangrijkste verbogen en vervoegde vormen opgenomen als die gevonden zijn in het Corpus Hedendaags Nederlands van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie.”

Op dezelfde pagina illustreren de makers aan de hand van woorden die varianten mét en zónder tussen-[s] hebben, dat ze zich alleen bemoeien met spelling. “Dit is eigenlijk geen spellingkwestie, maar een uitspraakkwestie”, geven ze aan. Ze leggen uit dat de Woordenlijst bij de keuze tussen bijvoorbeeld schaapherder en schaapsherder geen normerende functie kan vervullen en dat ze opname laten afhangen van hoe vaak ze een woord in hun corpus zijn tegengekomen. “Het betekent niet dat de niet-opgenomen vorm niet kan bestaan of onjuist is”, schrijven ze.

“Geen afkeuring”

Het papieren Groene Boekje is nog explicieter. In de inleiding staat op pagina 16-17: “De Woordenlijst spreekt zich alleen uit over de vorm van de woorden en, als het om zelfstandige naamwoorden gaat, over het woordgeslacht. De opname van een woord zegt niets over de bruikbaarheid ervan in bepaalde contexten en het ontbreken van een woord betekent geen afkeuring.”

Wie de vorm /ha.ɣəlstorm/ in z’n hoofd heeft en wil weten of die als correct Nederlands geldt, kan bijvoorbeeld bij het Genootschap Onze Taal te rade gaan. Dat schrijft op z’n website dat die vorm als een niet algemeen geaccepteerde vernederlandsing van het Engelse hailstorm geldt. Onze Taal adviseert om het woord niet te gebruiken en geeft als aanvaardbaar alternatief hagelbui. Wie dat advies wil negeren, maar wel hecht aan het gebruik van de officiële spelling, die kan in het Groene Boekje kijken of de klank-naar-tekenomzetting van /ha.ɣəlstorm/ volgens de spellingregels van de overheid de schriftvorm hagelstorm kan opleveren. Dat blijkt zo te zijn: hagelstorm staat in het Groene Boekje. Wie wil weten waarom dat zo is en waarom bijvoorbeeld haachelstorm of hagel storm niet aan de overheidsspellingregels voldoen, die moet die regels er even bij pakken. Die staan ook op woordenlijst.org en in het Groene Boekje.

Ook wie wil weten of de schrijfwijze numeri fixi in overeenstemming is met de spellingregels van de overheid, kan het Groene Boekje openslaan. Die persoon heeft mazzel, want dat woord staat erin. Ze kan er dan voor kiezen om die vorm te spellen en niet noemeri fictie, waarvan niet is aangegeven of de zegen van de overheid erop rust. Ook de persoon die wil weten of numerussen fixus juist gespeld is, kan het Groene Boekje openslaan, alleen wordt die persoon teleurgesteld, want dat meervoud wordt niet genoemd. Wat de reden daarvoor is, is niet bekend. Misschien dat het woord in het corpus niet voorkomt, misschien wordt het nooit verkeerd geschreven. Reden is in elk geval niet dat de makers van het Groene Boekje het woord an sich als ‘minderwaardig’ of ‘incorrect’ beschouwen.

Elders navragen

Wie twijfelt tussen de meervouden numeri fixi, numerus fixussen en numerus fixi, die heeft niets aan het Groene Boekje. Die keuze is geen spellingkwestie. Wie een advies in deze kwestie wil, kan daar wel om vragen bij de taaladviseurs van het Genootschap Onze Taal. Hij kan ook kijken of de website van de Taalunie of Jan Renkema z’n Schrijfwijzer zo’n advies bevat. Eventueel kan ie zich laten leiden door frequentie door te kijken hoe vaak elk van die vormen op internet of in een of ander corpus voorkomt. Maar het ligt niet voor de hand om het Groene Boekje open te slaan.

Wat het Groene Boekje nu allemaal wel en niet is, heb ik in 2015 opgeschreven in een bespreking van het nieuwe Groene Boekje, die in 2016 in het tijdschrift Trefwoord is verschenen. Die bespreking is hier te vinden.