Nieuw gedicht van Vondel

Het eerste stuk van het nieuwe gedicht van Vondel. Via www.nrc.nl

Door Bas Jongenelen

Zo vaak gebeurt het niet dat er een nieuw gedicht ontdekt wordt van een reeds lang overleden dichter. Dus als er een onbekend gedicht gevonden wordt van Joost van den Vondel, dan is dat een beetje wereldnieuws. Dat de Tokyose Koerier en het Rio de Janeirose Stadsblad er niet over schrijven is logisch, maar wij mogen het hier niet laten schieten. De ontdekking werd wereldkundig gemaakt in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) door Ad Leerintveld en Vincent Klooster. Het is helaas wel een droevig gedicht, over de dood van de achtjarige Geertruidt Hinloopen Vermaes. Ik had liever dat er een vrolijk gedicht van Vondel gevonden was, over een vat vers gebrouwen bier of zo. Maar ja, dat heb je niet voor het zeggen.

Wie meer over het gedicht wil lezen, kan terecht bij het zeer heldere artikel van Leerintveld en Klooster: ‘Een onbekend gedicht van Vondel uit 1667: ‘Uitvaert van Jonckvrouw Geertruidt Hinloopen Vermaes’, in TNTL vol. 135, #3 2019, pp. 248-259. Wij hebben toestemming van de editeurs om hun editie van het gedicht hier te publiceren.

Uitvaert van Jonckvrouw Geertruidt Hinloopen Vermaes
 
O wintervlaegh des doots, wie waent
dat ghij in ’t hart van lentemaent,
een jonge spruit in haer verheffen
met sulck een fellen slagh soudt treffen?
 
De lieve Geertruijdt, twaertste pant
der oud’ren, snedigh van verstant,
vernuft en geest, in’t onderkennen
haer oude scheen voorbij te rennen.
 
Zij kon den wil uijt d’oogen sien,
van hun, die over haer gebiên,
niet door een wet ter deucht bewogen,
maer als uijt moeders borst gesogen.
 
Nu schijndt het droeve huijs berooft
van ’t geen haer morgenstont belooft.
De weergalm van haer maetgesangen
zit stom bij ’t lijck, met rou behangen.
 
Deze eer gebeurt haer in’t geklagh
dat sij, op Sinte Geertruijdts dagh,
het sterffelijck deel aent ’t graff wil schencken
daer wij haer uijtvaerdt bij gedencken.
 
Zoo meenighmael dees’ dagh verschijn
wordt noch de dochter van Pipijn
gelooft, die volgens ’s’heilandts raeden
een vorsten trouwringh durf versmaeden.
 
Zij socht, heel schuw van swereldts damp,
der sielen bruigom met haer lamp,
en vondt hem in het ander leven.
zoo wordt de deucht bij godt verheven.
 
Bedruckte moeder, troost u dan
dat uwen vrucht bij haer genan
in glori leeft, gelijck herboren.
sij volght de maet der englekooren.
 
den 17 Maert 1667