Je moet dat niet zeggen!

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Ongeveer een half jaar hoort Nene nu veel minder Hongaars dan in de eerste vijf jaar van haar leven. Begin april zijn we begonnen met Nederlands met haar te spreken, maar in die tijd spraken de meeste andere mensen nog wel Hongaars met haar, want we verbleven in Hongarije. Begin mei zijn we naar Nederland gekomen en sindsdien spreken de meest andere mensen ook Nederlands.

Het zou wel aardig zijn om het Hongaars nog in leven te houden, maar gemakkelijk is dat niet, bijvoorbeeld omdat we zelf geen Hongaars spreken. Waar wij wonen blijkt het ook niet te wemelen van de leuke zestienjarige Hongaarse meisjes die op haar kunnen passen, en zelfs als dit wel het geval zou zijn, is het de vraag of het veel op zou leveren.

Nene wil graag zo veel mogelijk doen als andere kinderen, en ze heeft besloten dat andere kinderen Nederlands spreken. Toen ik haar onlangs vroeg Hogy vagy? zoals ik in het begin wel deed, reageerde ze beledigd: “Je moet dat niet zeggen! Je moet zeggen ‘Hoe gaat het?” Misschien zou het nog een beetje helpen als het een leuke eentalige zestienjarige Hongaarse was, maar waar we die vandaan zouden helpen is helemaal een raadsel.

Ondertussen is er overigens ook nog spraken van een derde taal, Italiaans, want dat spreekt haar moeder. Nene begrijpt inmiddels dat dit een andere taal is. Haar juf heeft ze verteld dat ze met mama “Italiaans praat”. Dat doet ze trouwens niet altijd. Onlangs vond mama dat Nene ‘per favore’ moest zeggen, maar dat weigerde ze: het kon alleen ‘alsjeblieft’ zijn. Toch heeft dat Italiaans wel iets meer levenskans, omdat er de hele dag iemand in huis is die het praat – ik heb het ooit ook min of meer mijns ondanks geleerd – en omdat er ook nog een hele familie is, en een heel dorp in Abruzzo, waarvoor kennis van het Nederlands volkomen nutteloos is.

Illustratie; V.N. van Oostendorp, ‘appel’