‘Het hoeft niet meer per se.’

De geschiedenis van hoeven

Door Marc van Oostendorp

Alles moet altijd veranderen en dus ontkomt ook het werkwoord hoeven daar niet aan. Het is een opmerkelijk werkwoord, bijvoorbeeld omdat het in het moderne Nederlands eigenlijk alleen kan voorkomen in zinnen waar een ontkenning voorkomt: je kunt wel zeggen ‘je hoeft dat niet te doen’, of ‘je hoeft niets te doen’ of ‘niemand hoeft dat te doen’, maar niet ‘je hoeft dat te doen’.

In een nieuw artikel zetten de Antwerpse hoogleraar Nederlandse taalkunde Jan Nuyts en twee van zijn promovendi (Henri-Joseph Goelen en Wim Caers) de geschiedenis van het werkwoord op een rijtje, van het Oud-Nederlands tot gesproken werd tot pakweg 1150 tot en met het hedendaagse Nederlands. De manier waarop het woord ontstond uit behoeven. De buitelingen in de betekenisgeschiedenis. Maar vooral ook: de almaar veranderende woordsoort.

Het woord begon vermoedelijk ooit als hoofdwerkwoord, later werd het een hulpwerkwoord, en inmiddels kan het, zij het in anderssoortige constructies, weer als hoofdwerkwoord worden gebruikt:

  • Zo wel alst kleyn muschgen behoeft de zwaan zijn pluymen.
    Net als het kleine musje heeft de zwaan zijn veren nodig.

Winkelier

Zowel het onderwerp (musje, zwaan) als het lijdend voorwerp (pluymen) zijn hier concrete zaken, de betekenis is zoiets als ‘nodig hebben’.

Een lijdend voorwerp kan natuurlijk ook een zin zijn (‘de zwaan behoeft veren te hebben’) en op die manier kan een hoofdwerkwoord zich ontwikkelen tot een hulpwerkwoord. Dit gebruik als hulpwerkwoord bestaat nog steeds, er zijn zinnen waarin je echt een ander hoofdwerkwoord nodig hebt:

  • Anderzijds hoeft de winkelier straks niet langer met dure voorraden te blijven zitten.

Godshuse

In sommige gevallen kun je vervolgens dat hoofdwerk weglaten. Dat gebeurde bij ons al in de vroege middelnederlandse periode:

  • Hier+binnen sal hi gheuen den vorseiden godshuse wech the vaerne ende the lidene alse dicken als hem b[eh]oeft.
    Hierop [op zijn grondgebied] zal hij het genoemde klooster een weg geven die het kan gebruiken zo vaak als nodig.

In de laatste bijzin, ‘zo vaak als het hem behoeft’ staat weliswaar geen hoofdwerkwoord, maar dat valt eenvoudig te construeren uit de context (‘de wech te vaerne ende the lidene’). Je kunt de weg gebruiken net zo lang als je hem hoeft te gebruiken.

Verwrongen

Vervolgens kun je zinnen maken waarbij je eventueel wel een hoofdwerkwoord kunt plaatsen, maar waar zo’n hoofdwerkwoord een beetje willekeurig of zelfs geforceerd klinkt:

  • Dus elk buisje dat niet door de spectrometers hoeft, betekent dat meer geld in kas blijft.
  • Maanden uittrekken om goeie locaties te zoeken, hoefde niet.

In de eerste zin zou je na hoeft nog ‘te gaan’ kunnen invoegen, maar de zin wordt er nogal plechtig van. In de tweede zin klinkt ‘te gebeuren’ zelfs wat verwrongen.

Feestgedruis

En dan komen we op het moment dat hoeven opnieuw een werkwoord wordt:

  • En rijdt er tussen het feestgedruis door toch nog soms eens een trein, dan is dat mooi meegenomen. Maar het hoeft niet meer per se.

Hoeven betekent nu als hoofdwerkwoord niet langer ‘nodig hebben’ zoals in de middeleeuwen, maar ‘nodig zijn’. Er is alleen nog een onderwerp en dat is meestal niet een concreet voorwerp, maar iets abstracts (‘het rijden van een trein tussen het feestgedruis door’). En zo zijn we bijna de cirkel rond, maar net niet helemaal.

Illustratie: Prenteboekje naar Jan Luiken ; met leerzame bijschriften / door P. H. van Arum. Bron: Wikimedia.