Hengelooo

Door Henk Wolf

Tijdens een college vergeleken studenten laatst hun uitspraak van een aantal klinkers. Een studente was aan haar uitspraak makkelijk te herkennen als Tukker en toen ze vertelde uit welke plaats ze kwam, riepen als op afspraak een paar anderen: “Hengelooo!”. Hoewel ze zelf geen Oost-Nederlanders waren, deden ze dat met de opvallende monoftongische uitspraak van de -oo-. De Twentse studente verzuchtte daarop: “Dat doen mensen nou altijd.”

Het is een bekend verschijnsel, met veel gezichten. Wie een Vlaamse tongval hoort, roept met een geknepen stemmetje ‘Allez!’. Wie iemand als Fries identificeert, roept: ‘Moai, no?’ met een overdreven stijgend toonverloop. De Surinamer moet een ‘Jawel, hoor!’ met overdreven bilabiale -w- en gerekte klinkers verdragen en wie Duits blijkt te zijn, ontkomt soms niet aan een bijtend uitgesproken ‘Jawohl!’.

Mea trouwens culpa, want ik doe er ook weleens aan mee, net als heel wat van mijn in taal geïnteresseerde en vaak uiterst meertalige vrienden en collega’s. Het is een wat kinderachtig automatisme.

Er zit vaak iets van verbazing in. Ik doe het nooit bij Friezen en al heel lang niet meer bij Groningers, want die kom ik elke dag tegen. Je moet je eventjes verbazen over iemands tongval en die verbazing wordt in zo’n flauw uitspraakje geuit.

Ik vraag me af of het verschijnsel een naam heeft en of het al eens ergens is beschreven. Wie het weet, mag het zeggen.

Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

16 Responses to Hengelooo

  1. John van Hulst schreef:

    Goedendag,
    Is de uitspraak van de R wel eens onderzocht? Ik denk dat de uitspraak ervan veel kan vertellen over de streek waar iemand is opgegroeid én over de plaats waar hij/zij (het gezin waar hij/zij is grootgebracht) zich bevindt op de maatschappelijke ladder. Groet, John van Hulst

  2. Yoïn schreef:

    Zouden we zulke karakteriseringen misschien tot de sjibbolets kunnen rekenen? Mensen karakteriseren dialectsprekers bijvoorbeeld ook met zulke min of meer vaste uitspraken. Denk aan ‘broudje èè met èù’ voor Den Haag, of (meer lokaal in Noord-Brabant) ‘Skendelse skoljong mi skon skoewn’ voor Schijndel.

  3. Gerard van der Leeuw schreef:

    Er bestaat natuurlijk eigenlijk helemaal geen dialect, zoals er ook geen standaard Nederlands bestaat. Of hooguit als geschreven gestandaniseerde taal. En ook de gestandaniseerde taal verandert dagelijks. Nederland is ook geen land, maar een verzameling steden en gewesten: de Republiek der… Het is randstedelijke arrogantie om het Tukkers, Gronings, Vlaams, Limburgs, Fries, Zeeuws, Zwols, Sittards etc, etc. tot de ‘dialecten’ te rekenen, alsof ‘het ‘standaard Nederlands alleen in Haarlem en Amsterdam (en dan nog alleen door de gezeten, witte, wat oudere Nederlander) gesproken zou worden. Ik kan me wild ergeren aan het op de treurbuis ondertitelen van Vlamingen, Brabanders etc. al helemaal omdat dat vaak op een volstrekt stompzinnige manier en vol fouten gebeurt en boven afleidt van wat er op dat moment eigenlijk gezegd wordt. ff nadenken en begrip opbrengen voor de spreker/spreekster helpt meer dan een arrogante ondertiteling. Laat staan die dommer clichés.

    Voor de goede orde: ik ben geboren in het Haagje, werkte lang in Zwolle en woon al vrijwel mijn hele leven in Amsterdam. En fiets graag en veel in Groningen en Twente..

  4. Wouter van der Land schreef:

    “Ik vraag me af of het verschijnsel een naam heeft en of het al eens ergens is beschreven.”

    Het gaat denk ik om de algemene neiging om mensen van buiten de groep te beschimpen. Kees van Kooten zou iets als ‘vreemdschimp’ of ‘dialectschimp’ ervoor bedenken, maar dan een beter klinkende vondst. Tongtreiteren? Dialectdisrespect?

  5. Sterre Leufkens schreef:

    Het doet me denken aan van die grappen over talen, waarin een opvallende klank uit de taal ‘belachelijk’ wordt gemaakt. We schreven er bij Milfje ooit dit stukje over: http://milfje.blogspot.com/2018/09/porre-van-vorre-en-neukemeuvel.html

  6. Ad Welschen schreef:

    Wat mij betreft mag je het een ‘papegaai-reflex’ noemen. Vanwege een familierelatie ben ik al langer dan een half leven het meest bekend met deze ‘tongval-echo’: ”Oooh, oet Zjwaaame”. Inderdaad, zij is geboortig uit Swalmen bij Roermond.

  7. Arjan Sterken schreef:

    Wat mij laatst is opgevallen, is dat Twentenaren in de omgeving van Rossum juist die lang-gerekte niet gebruiken in de plaatsnamen. Het grappige wordt Hengel, wordt Weersel, wordt Maarkel enzovoorts. Dit in ogenschouw nemend lijkt het er soms op dat namen als juist worden gebruikt door anderen om Twentenaren mee te identificeren

    • Arjan Sterken schreef:

      Mijn excuus, een deel van mijn antwoord is weggevallen. Dit is mijn volledige bericht:
      Wat mij laatst is opgevallen, is dat Twentenaren in de omgeving van Rossum juist die lang-gerekte ‘oo’ niet gebruiken in de plaatsnamen. Het grappige ‘Hengeloo’ wordt Hengel, ‘Weerseloo’ wordt Weersel, ‘Markeloo’ wordt Maarkel enzovoorts. Dit in ogenschouw nemend lijkt het er soms op dat namen als ‘Hengeloo’ juist worden gebruikt door anderen om Twentenaren mee te identificeren

Laat een reactie achter