De moordzuchtige klerenjood (1844)

Jeugdverhalen over joden (59)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaaltje over de moordzuchtige ‘klerenjood’ is in 1844 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef alle kopij zelf.

         De joodse ‘oude-kleeren-koop’ figureert in een vertelling in de rubriek ‘Spreekwoorden’ bij het inmiddels vergeten spreekwoord het moest uitkomen, al zouden de kraaien het uitbrengen (betekenis: ‘kwaad komt altijd uit’, of: ‘al is de leugen nog zo snel…’).

         In 1852 bracht Van Sandwijk een selectie van de belangrijkste toelichtingen bij spreekwoorden bijeen in Spreekwoorden aanschouwelijk voorgesteld en verklaard, een Lees- en Prentenboek. Het verhaal over de moordzuchtige joodse klerenopkoper is ook in deze bundel opgenomen. De tekst bleef ongewijzigd.

Samenvatting

Het verhaal speelt rond 1760 in de buurt van de stad U. Een oud echtpaar leeft van het geld dat zij met veel moeite hebben gespaard. Op een dag komt hun enige zoon thuis. Hij ‘vindt zijne ouders op eene gruwelijke wijze vermoord, en het goud, zilver en geld weggeroofd’.

         Onder de leeggeroofde kas wordt bij het opruimen een joods gebedenboekje gevonden. ‘De verdenking viel nu op zekeren Jood, eene oude-kleeren-koop, die in eene slechten reuk stond, en dien dag daar gepasseerd was.’

         Drie dagen later wordt de jood opgepakt. Bij de rechter ontkent hij alles. Hij zegt dat hij het gebedenboekje nooit eerder heeft gezien. De rechter gelooft hem niet, maar omdat bewijzen ontbreken moet hij de klerenopkoper op vrije voeten stellen. ‘De regter bragt hem nu onder het oog, dat hij dan wereldlijken regter ontkomen was, maar het Gods-gerigt niet ontgaan zou.’

         De jood ‘grijnsde spotachtig met deze bezwering’ en ontkent opnieuw. Vervolgens vraagt hij om de lege zak die hij bij zich had toen hij werd gearresteerd.

         Op bevel van de rechter wordt die zak binnenstebuiten gekeerd. Onderin vindt men nu een snipper uit een joods gebedenboekje. Het blijkt precies te passen in een beschadigde bladzijde van het boekje dat op de plaats van de moord is gevonden.

            ‘De President sprak hem ontroerd, maar met waardigheid, aan, en bragt hem nu onder het oog, hoe God, dien hij daar straks gehoond had, en die zich niet laat bespotten, zelf hem nu aanklaagde, als de moordenaar der oude lieden. De Jood verstomde, erkende hierin Gods vinger, en stortte van schrik neder.’

            Zodra hij is bijgekomen, bekent de joodse handelaar de moord en ontvangt hij ‘loon naar werken’.