Aan de hanenbalk

De Dichter des Vaderlands (5)

Door Marc van Oostendorp

Is het nieuwe gedicht van Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja inderdaad een gedicht? Het doet er alles aan om zo min mogelijk op poëzie te lijken, bijvoorbeeld door een verwijzing naar een heel concrete persoon in een heel concreet, met name genoemd tv-programma, of door een aantal clichés over boeren (dat ze binnenvetters zijn, dat ze mannen zijn):

liever naar het malieveld dan aan de hanenbalk

denkt u er wel eens over
om uit het leven te stappen?
vroeg agrarisch coach
monique te kiefte in 2018
aan een aantal boeren

meer dan 10 mensen zeiden ja
zegt ze in een item van nieuwsuur
van november vorig jaar

echt zorgen maakte ze zich pas
wanneer een boer niks zei en zij zag
dat hij zich betrapt voelde

boeren zijn binnenvetters
die vragen niet makkelijk om hulp

verlies je je boerderij dan verlies je
niet alleen je eigen baan

je verliest de baan van je kind
grond waar je een band mee hebt

het is niet het failliet van een man
maar van een familie

je laat verloren gaan wat je ouders
en hun ouders hebben opgebouwd

daar zou ik ook voor met de trekker
naar den haag gaan

toen ik niet durfde te springen
heb ik de dominee gebeld

zegt een drentse varkensboer
in hetzelfde item

die is meteen gekomen
en heeft mij gezegd

haal dat touw alsjeblieft weg daar

Misluktegrappenmakers

Een van de sympathieke kanten van de huidige Dichter des Vaderlands is – vind ik – in ieder geval dat hij durft te zeggen waar het volgens hem op staat. Nodig je hem uit op de Fryske Dei, dan vertelt hij daar dat Zwarte Piet volgens hem niet bij het Fries thuishoort.Besluit hij een gedicht over de boeren te schrijven, dan blijkt het een gedicht vol medeleven te zijn. Zijn dichterschap is er niet voor slaapliedjes voor het vaderland.

Ik neem aan dat Bruinja in ongeveer dezelfde sociale kringen verkeert als ik en laten we zeggen dat de discussies bij het koffie-apparaat deze week niet overal dropen van de sympathie voor de boeren. Het was ook lastig om niet geïrriteerd te zijn: onbehouwen lui die naar de stad rijden in hun trekkers om daar een grote ravage aan te richten. Een clipje van een woedende boer die bijna een fietser aanreed tijdens zo’n actie ging rond op de sociale media als bewijs van de moordzucht, net als foto’s van een galg die een paar misluktegrappenmakers hadden neergezet.

Man

Ik heb deze week een paar keer meegemaakt dat jonge intellectuelen en doorgewinterde nieuwsconsumenten vol verontwaardiging spraken over het feit dat die boeren met hun tractoren files veroorzaakten.

(Ik zou zeggen: laten wij er een voorbeeld aan nemen. Bij WO in Actie wordt nog steeds gediscussieerd of het niet heel vervelend is voor de studenten als wij eens een dagje zouden staken. Kennelijk zijn we zo door en door fatsoenlijk dat een paar uur extra file al onacceptabel is. ).

Van het enige commentaar dat ik tot nu toe op het internet kon vinden over Bruinja’s gedicht, van Ton van ’t Hof, vermoed ik dat het kenmerkend zal zijn voor de respons op dit gedicht: het is “populair, oppervlakkig, eenzijdig, sentimenteel & zelfs enigszins demagogisch”. Nog veelzeggender is de laatste zin van het ultrakorte stukje: “Er ligt nog een waas van wit gif over zijn laarzen.”

Zijn, want ook voor Van ’t Hof is de boer een man.

Minimale middelen

Veel discussie van de afgelopen week is natuurlijk ingegeven door het feit dat wij, die geen boeren zijn, vinden dat die lui ongelijk hebben met hun protest tegen de stikstofmaatregelen. Ze produceren te veel stikstof en hun acties tegen de RIVM die de metingen heeft gedaan zijn volkomen onredelijk. Van de wetenschap blijf je af, richt je dan tot de politiek!

Het goede van Bruinja’s gedicht vind ik dat het daaraan voorbijgaat, dat het de redeloosheid van de boeren als radeloosheid wil zien. Beter een smakeloze symbolische galg voor een niet benoemde ander dan een echte voor jezelf.

Maar is het daarmee een gedicht? Vrijwel alles wat er in de tekst staat komt bijna woordelijk uit het item in Nieuwsuur. Het is er als het ware een samenvatting van. De dichter geeft een YouTube-registratie van dat item ook op zijn pagina met het gedicht. Dat item hoort dus ook echt bij het gedicht. Hij gebruikt daarbij minimale middelen om het tot een gedicht te maken: regelafbrekingen, geen hoofdletters en geen interpunctie.

Ellende

Maar misschien zijn dat de juiste middelen. De prozaïsche vorm bestaat al – het item in Nieuwsuur.

Bruinja had ook een column kunnen schrijven waarin hij nu dat items vorig jaar in herinnering bracht en een verband trok met de voor buitenstaanders zo onbegrijpelijke vernielzuchtige woede van de boeren. Maar sommige dingen had hij daar niet zo makkelijk kunnen doen: zijn eigen identificatie met die boeren vormgeven zoals hij dat nu doet bijvoorbeeld. Door het gebrek aan interpunctie lopen regels als “daar zou ik ook voor met de trekker / naar den haag gaan // toen ik niet durfde te springen / heb ik de dominee gebeld” in elkaar over, en valt de ene ik in ieder geval heel even samen met de andere.

Maar vooral heeft hij, simpel door zijn status van dichter (des vaderlands nog wel) te gebruiken en de tekst zo vorm te geven, haar even omhoog getild, van het verhaal van zomaar een agrarisch coach in zomaar een tv-programma tot iets waar wij het ook over kunnen hebben, en moeten hebben – het einde van het boerenbedrijf en de ellende die dat veroorzaakt. Het roept op tot empathie voor mensen die door het lint gaan voor een volkomen onredelijke zaak. Dat is iets wat de poëzie vermag.

Update 18:31. Interessant is dat de dichter naar aanleiding van kritiek het gedicht heeft aangepast. Oorspronkelijk was de boer die een dominee liet komen ‘Brabants’, maar dit is inmiddels – ook hierboven – veranderd in ‘Drents’.