Terug

Door Marc van Oostendorp

De talloze betekenissen die het woord terug in het Nederlands kan hebben, laten zien dat wij in pijlen denken. In een nieuw artikel in het Journal of Semantics maakt de Utrechtse taalkundige Joost Zwarts een lijst met zes betekenissen die terug als bijwoord kan hebben in het Nederlands, en hij laat zien hoe die heel subtiel zijn, maar dat ze ook allemaal aan elkaar verwant zijn.

Zwarts noemt die pijlen paden: lijnen die een ‘canonieke’ richting hebben, normaliter ga je van A naar B, en als je van B naar A gaat, ga je ‘terug’. De tijd is zo’n pad: normaliter bewegen we van het verleden naar de toekomst. Dat noemen we dan de ‘canonieke richting’ van de tijd.

Mochten er ooit tijdreizigers uit de toekomst komen, dan gaan die vanzelfsprekend terug in de tijd, daar is geloof ik geen discussie over mogelijk.

Achterwaarts

De eerste betekenis van terug is ‘achterwaarts’. Deze komt slechts met een beperkt aantal werkwoorden voor, zoals deinzen, dringen en trekken. Wanneer je terugdeinst, beweeg je je letterlijk achterwaarts: je bent eerst een bepaalde richting opgegaan (dat is dan per afspraak de canonieke) en nu ga je al deinzend de andere kant op. Met andere werkwoorden werkt het niet: je kunt wel terugrijden naar huis maar dat is niet hetzelfde als achteruit rijden je kunt bijvoorbeeld via een heel andere route gaan. Overigens, zegt Zwarts, hoef je niet noodzakelijkerwijs in de richting van je rug te lopen bij dit soort werkwoorden. Wanneer een leger zich terugtrekt, lopen de soldaten misschien eerst een tijdje achteruit, maar uiteindelijk draaien ze zich wellicht om, en dan heet het nog steeds terugtrekken.

Retrograde

De tweede betekenis noemt Zwarts ‘retrograde’. Hier neem je een abstractere pijl dan op een geografische kaart en je beschrijft een beweging die in tegengestelde richting gaat:

  • Tel nu terug van tien tot één.
  • De laatste zin van deze column verwijst terug naar de eerste zin.
  • De kindersterfte loopt terug.

De ‘normale’ manier van de gehele getallen bezien is van klein naar groot, de normale manier van door een column heengaan is van de eerste zin naar de laatste, de normale manier om een ontwikkeling in bijvoorbeeld kindersterfte te bezien is als een groei; dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat we de normale richting van getallen ook zien als van klein naar groot.

Retour

Aan de derde betekenis, de retour-betekenis heb ik hierboven al even gerefereerd: je zegt dat iemand naar de plaats ging waar hij vandaan kwam. Deze betekenis is misschien wel de kernbetekenis van terug (en het lastigst te omschrijven zonder dat woord zelf te gebruiken).

  • De feestgangers liepen (weer) terug (naar de tent).
  • Ada gaf het mobieltje (weer) terug (aan Bob).
  • Het licht kaatste terug (tegen het schilderij).

In dit geval kun je geen achterwaarts als synoniem gebruiken; in wat ouderwetser Nederlands kon je wel alleen weder gebruiken (wederkeren, wedergeven). Het woord weer kan nog steeds soms worden toegevoegd, net als de plaats waarheen men dan wel terugkeert of (zoals hierboven bij het voorbeeld met terugkaatsen) waarvandaan men terugkeert.

Zwarts merkt op dat de manier waarop het pad wordt gevolgd een heel andere kan zijn:

  • Ada fietste naar school. Ze liep terug.

Ook het onderwerp, degene die beweegt, kan anders zijn:

  • Bob emigreerde in de jaren 50. Zijn familie keerde onlangs terug naar Holland.

Ze kunnen zelfs allebei verschillen:

  • Ada gooide een bord naar Bob. Bob schopte een kussen terug.

Omdat ook het precieze traject dat bord en kussen afleggen verschillend kunnen zijn (‘Ada reisde van Utrecht naar Haarlem via Amsterdam en reisde terug via Den Haag.’) laat dit voorbeeld zien dat alleen het begin- en eindpunt van belang zijn: die worden omgedraaid door terug.

(Even tussendoor, het is natuurlijk heel grappig dat Zwarts in zijn voorbeeldzinnen over dit onderwerp palindromische namen gebruikt.)

Responsief

Dit is het ‘terug’ dat zoiets betekent als ‘retour afzender’:

  • Zij schreef terug dat ze kwam.
  • Toen hij werd uitgescholden, schold hij niet terug.

Ook hier denken we kennelijk in paden, namelijk van de mond of pen van de oorspronkelijke spreker of schrijver naar het oor of oog van de oorspronkelijke luisteraar of lezer. Als die laatste ook zijn mond of pen roert, vinden we kennelijk dat het pad nu de andere kant op wordt afgelegd. De pijl wordt omgedraaid.

Restitutief

De laatste twee betekenissen zijn vooral bekend in Vlaanderen. De website taaladvies.net (de officiële taaladviesinstantie van de Taalunie) zegt dat het ‘onduidelijk’ is of deze betekenissen wel of niet tot de standaard behoren (en als het de instantie die de knoop zou moeten doorhakken al ‘onduidelijk’ is, wie moet het dan wel weten?), maar Zwarts heeft hier geen last van. Zoals uit bovenstaand plaatje blijkt, maakt hij simpelweg verschil tussen ‘Standaardnederlands’ en ‘Belgisch Nederlands’.

De restitutieve betekenis zegt dat een oude situatie wordt hersteld. Hier wordt dus echt de pijl van de tijd omgedraaid:

  • De deur gaat terug open.
  • Alles moet terug opgebouwd worden in Afghanistan.
  • Hij heeft terug een job.

Net zoals je heen kunt reizen via Amsterdam en terug via Den Haag, hoeft natuurlijk de opbouw in Afghanistan niet precies het omgekeerde traject af te leggen van de destructie. Sterker nog, het is niet eens nodig dat het land er na afloop precies hetzelfde uitziet als toen de wederopbouw begon. Het hoeft alleen maar een soortgelijke mate van orde te hebben. Zoals je om ‘terug een job’ te hebben, niet precies dezelfde job hoeft te hebben en al helemaal niet de stappen waarop je je eerdere job verloor in omgekeerde volgorde hoeft af te leggen.

Repititief

De laatste (ook vooral Vlaamse) betekenis is de repetitieve: in Nederland gebruik je daar (bijvoorbeeld) opnieuw voor:

  • De tandarts heeft terug een foto genomen.
  • Onze school heeft terug de beker gewonnen.
  • Er was terug iemand zwanger.

Deze betekenis heeft natuurlijk wel een duidelijk verband met de restitutieve: de tandarts nam een foto en toen nam er even niemand een foto, en toen deed de tandarts het weer. Het verschil met alle andere betekenissen is hier wel dat het pad twee keer in dezelfde richting wordt afgelegd. Als ik het goed begrijp is ‘ze wil het metaal terug plat slaan’ eigenlijk dubbelzinnig: ze wil het metaal zo slaan dat het in de oorspronkelijke staat van platheid terugkeert, óf ze wil het metaal voor de zoveelste keer slaan zodat het plat wordt.

Hoe dan ook zijn al deze betekenissen duidelijk aan elkaar verwant, en door ze op deze manier uit elkaar te rafelen laat Zwarts zien hoe de menselijke geest één betekenis in een aantal keren heeft kunnen oprekken: door gebeurtenissen te zien als paden die normaliter in een bepaalde richting worden afgelegd. En soms in de omgekeerde.