Over lijken

Door Henk Wolf

Ik heb jarenlang een abonnement gehad op een Deenstalige krant. Daarin vielen me altijd de berichtjes op van het overlijden van bekende mensen. Die-en-die ‘er død’, stond er dan als kop: die-en-die ‘is dood’. In Nederlandse kranten zie je, dat is althans mijn indruk, doorgaans wat omfloerstere formuleringen.

In z’n taalcolumn in de Trouw schrijft Ton den Boon vandaag over een verwante kwestie, namelijk die van de gevoeligheden rondom het woord lijk. Daarover wordt de afgelopen maanden wel vaker geschreven. De aanleiding is een initiatiefnota van Kamerlid Monica den Boer van D66. In die nota van november vorig jaar staat over het woordgebruik:

3.1 Gebruik niet het woord “lijk” op gemeenteformulieren

Nadat iemand is overleden en de arts een verklaring van overlijden heeft gegeven, moet een nabestaande of de uitvaartverzorger verlof tot cremeren of begraven aanvragen bij de gemeente (artikel 11 en 11a WBL). Pas dan kan iemand worden begraven of gecremeerd. De formulieren voor deze verloven zijn vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken. In deze formulieren wordt voor de overledene het woord “lijk” gebruikt. Uit de ervaring van gemeenten blijkt dat deze term als onnodig confronterend en soms zelfs als kwetsend wordt ervaren door nabestaanden. Deze formulieren voor de verloven moeten daarom gewijzigd worden, zodat deze minder emotioneel belastend zijn.
Vanuit deze gedachte kan ook de naam van de wet gewijzigd worden.

Concreet:

➢ Vervang het woord “lijk” op de formulieren voor de verloven in “lichaam van de overledene”.

Het is helemaal niet zo gek dat mensen een hekel krijgen aan woorden die gebruikt worden om over gevoelige onderwerpen als de dood te praten. De emoties van de inhoud gaan voor hen aan de woordvorm kleven. Ze kiezen dan liefst voor een ander woord, met minder emotionele lading: een zogenaamd eufemisme. Dat werkt overigens altijd maar een poosje, want de emoties springen op den duur ook weer over op het nieuwe woord en dan komt er weer een nieuw eufemisme. Taalkundigen noemen dat proces wel ‘de tredmolen der eufemismen’.

Nou heb ik in de vorige alinea het woord dood gebruikt en ik vermoed dat niemand daarover is gestruikeld, terwijl de letterlijke vertaling van de Deense krantenkoppen waarschijnlijk wel wat bevreemding oproept. Blijkbaar ligt het woord dood niet in alle contexten even gevoelig. De systematiek ken ik niet precies, maar het lijkt erop dat dood vooral gevoelig ligt als het woord wordt gekoppeld aan een specifieke persoon, als naasten het woord kunnen tegenkomen en als de overledene sympathie genoot.

Zo kun je volgens mij de volgende uitspraken gerust doen zonder piëteitsloos over te komen:

  • Na de dood van Karel de Grote in 814 viel het rijk spoedig uiteen.
  • Ik moest midden in de nacht opstaan om een paar muggen dood te slaan.
  • Klopt het dat Anders Breivik dood is?

Als contrast: in de onderstaande zinnen is de kans duidelijk groter dat het gebruik van het woord dood als te onomwonden wordt ervaren:

  • Na de dood van je zoontje ben je dus verhuisd?
  • De arts stond midden in de nacht op om een ernstig lijdende patiënt dood te maken.
  • Klopt het dat je vrouw dood is?

Het bijvoeglijk naamwoord dood lijkt ook wat meer taboe te zijn dan het zelfstandig naamwoord dood. Volgens mij loopt van de onderstande zinnen de eerste de meeste kans om als ongevoelig aangemerkt te worden:

  • Waar ga je wonen, nu je man dood is?
  • Waar ga je nu wonen, na de dood van je man?

Het gebruik van lijk wijkt naar mijn indruk niet sterk af van dat van dood. In thrillers kom je het ene na het andere lijk tegen. In volksverhalen struikel je over lijken die aanspoelen, waarmee wordt rondgezeuld of die naakt zijn begraven, waardoor de bijbehorende geest gaat spoken. Maar in radio- en televisiejournaals, in de geschreven pers en in direct contact met naasten wordt het lijk een stoffelijk overschot, een overledene of een ander eufemistisch woord. Zou er nog geen wet op de lijkbezorging hebben bestaan, dan was nu hoogstwaarschijnlijk geen ambtenaar op het idee gekomen om het woord lijk te gebruiken in direct contact met naasten.

Ton den Boon schrijft in z’n column dat lijk zelf ook ooit een eufemisme was. Het betekent van oorsprong ‘(levend of dood) lichaam’ en heeft in de middeleeuwen de betekenis ‘levend lichaam’ verloren. Het ging dienen als verzachtende vervanger van het woord ree/reeuw, dat toen ‘dood menselijk lichaam’ betekende. In de vroege twintigste eeuw kwam ree/reeuw nog wel voor in de betekenis ‘lijkenlucht’. Verschillende woordenboeken melden dat het in het zuiden van het Nederlandse taalgebied hier en daar nog wordt gebruikt. Ook zit het vermoedelijk in het Friese woord tsjelreauwich, letterlijk ‘banglijkig’, voor ‘schrikachtig’, ‘schichtig’.

Dit bericht is geplaatst in column, lexikografie, taalkunde met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

7 Responses to Over lijken

  1. Bert Mostert schreef:

    Toen wij in Franstalig België woonden, bleek dezelfde gevoeligheid. Sprekend over een familielid van ons zei ik: “Il est mort”, dit werd gecorrigeerd in “Il est décédé”.

  2. DirkJan schreef:

    Naast de eufemismen is er ook een rijk arsenaal aan synoniemen voor de dood in het Bargoens, zoals kassiewijle en de pijp uitgaan. Ik heb ooit een lijstje – zonder commentaar – gemaakt met synoniemen voor de dood en doodgaan:

    http://www.dejongenskamer.nl/dood.htm

    Ik dacht dat Ton den Boon een (woorden)boekje met de dood als thema in voorbereiding heeft.

    Onlangs bij de dood van prinses Christina stond in een nieuwsbericht dat haar ‘stoffelijk overschot’ was overgebracht. Op Twittter reageerden mensen negatief over die aanduiding. Een prinses als overschot?

  3. Marcel Plaatsman schreef:

    Het woord “dood” zelf is ook al bijzonder, omdat het van de eventuele gevoeligheid afhangt of je het als “dooie” of “dode” verbuigt. Een dooie mus, mijn dode oma, dat idee. Terwijl het bij “overleden” volgens mij niet zo uitmaakt of je dat nu met een -d- of een -j- uitspreekt.

    • Ik vind ‘overleje’ wel heel vreemd. Je wilt je ‘beschaafd’ uitdrukken door niet ‘dood’ te zeggen, maar ‘overleden’ en dan kies je vervolgens voor de ‘platte’ uitspraak ‘overleje’? Nee, dat lijkt me niet waarschijnlijk.

  4. Rudi schreef:

    Le Monde:
    Disparition : Doris Day, l’inoubliable interprète de « Que Sera, Sera »

    Het Nieuwsblad (België):
    ‘Que sera, sera’: Doris Day is niet meer

    Die Zeit:
    Doris Day ist tot

  5. chrisbernasco schreef:

    Over ‘de tredmolen der eufemismen’. Dit fenomeen is herkenbaar maar ik vraag me af of elk eufemisme even snel ingeruild, en door welke factoren die snelheid wordt bepaald.

  6. Wim schreef:

    Maar død is, anders dan het Nederlandse dood, ook gewoon het verleden deelwoord van dø (sterven). ‘Er død’ betekent dus zowel ‘is [koppelww] dood’ als ‘is [hulpww] gestorven’.

Laat een reactie achter