Vraye historie (ende al waer)

Door Jos Joosten

Vanochtend haalde Peter-Arno Coppen in zijn column in Trouw een fraai verhaal aan van de vermaarde Nijmeegse taalkundige Maarten van den Toorn over pseudo-etymologie. Mij deed het meteen denken aan een anekdote uit de colleges Middelnederlands van zijn collega, de ook al wijlen Jo Heymans.

Heymans legde in zijn eerste college een aantal basiskenmerken uit van het middeleeuwse Nederlands:

  1. veel kleine woorden zijn onveranderd
  2. woorden worden aanelkaar geschreven: seggic
  3. er worden grammaticale wendingen uit het Latijn overgenomen 
  4. sommige woorden komen rechtstreeks uit het Latijn
  5. soms zijn onze huidige voorvoegsels er nog niet

Als voorbeeldzinnetje legde Heymans de studenten voorts een regel voor uit ‘Karel en de Elegast’:

Nu moechdi hoeren sine talen!

Volgens de overlevering vertaalde een clevere student de zin aldus, zeer rap aan de hand van de vijf regels:

  1. Nu = Nu
  2. moechdi = aanelkaar geschreven: mag hij
  3. hoeren = accusativus van richting
  4. sine = Latijn: zonder
  5. talen = betalen.

Ergo: ‘Nu mag hij naar de hoeren zonder te betalen’.