Twittertaal wordt alledaagser

Door Marc van Oostendorp

Het is altijd bevredigend als een idee wordt bevestigd. Jarenlang heb ik gestreden tegen het idee dat de sociale media de taal zouden veranderen (bijvoorbeeld hier en hier), en met name dat de taal ‘korter’ zou worden door sms en Twitter.

Mijn argument was vooral gebaseerd op de logica. Het is onwaarschijnlijk dat zoiets belangrijks voor het menselijk leven als taal, iets dat zich in de loop van duizenden jaren heeft ontwikkeld, zou veranderen door zoiets efemeers als de sociale media. Zelfs de gehardste Twitteraar spreekt op een dag waarschijnlijk nog steeds meer woorden dan hij tweet. En de proportie geharde Twitteraars op de gehele populatie is te verwaarlozen. De sociale media zijn bovendien zelf zo veranderlijk dat je eerder verwacht dat zij zich langzaam aan de behoefte van de mens aanpassen om de taal op een natuurlijke manier te gebruiken.

Technische reden

Juist vanwege de veranderlijkheid van die media, en het feit dat mensen de neiging hebben van Hyves naar Facebook naar Instagram te springen, maakte een en ander lastig empirisch te onderzoeken. Maar gelukkig voerde Twitter in november 2017 een interessant experiment uit: terwijl er verder niets veranderde, werd de karakterlimiet van 140 tekens naar 280 tekens verhoogd. De protesten waren niet van de lucht – zo hoort dat, als er iets verandert, horen de protesten niet van de lucht te zijn – maar inmiddels is geloof ik iedereen eraan gewend.

Ik ken geen Twitteraars die zich expres nog aan de oude limiet van 140 tekens houden. Die limiet was overigens een voorbeeld van wat ik bedoelde: ze was kunstmatig, want gebaseerd op een oud idee dat je ook via sms tweets moest kunnen toevoegen. Sms-berichten telden 160-tekens en daarvan nam Twitter er 20 af voor informatie over de afzender en dergelijke.

Er was dus een puur technische reden om zo beperkt te zijn. De ‘kortheid’ die mensen in de moderne taal leken op te merken – die natuurlijk ook goed past bij het gevoel dat ‘alles almaar sneller wordt’ – was waarschijnlijk vooral een gevolg van die beperking.

Breedsprakigheid

Dat blijkt ook nu een groepje Nederlandse onderzoekers de uitkomsten van het Twitter-experiment hebben gebruikt. Hun artikel verscheen deze maand in Palgrave Communications. Ze deden iets heel eenvoudigs: ze onderzochten in hoeverre de gebruikte taal veranderde. Dat bleek eigenlijk onmiddels zo te zijn. Zodra Twitters de teugels liet vieren, begonnen Twitteraars minder informele berichten te schrijven, maar vooral ook langere.

De grafieken hierboven laten het zien. De onderbroken lijn geeft de datum aan waarop Twitter de nieuwe limiet stelde. De eerste lijn gaat over het aantal tekens per woord, dat dus een korte piek laat zien, maar dan teruggaat naar de oorspronkelijke lengte. Dat is op zich intrigerend: misschien leefden mensen zich even uit met het heeeeeeeeeeeeel erg verlengen van woorden? In ieder geval gingen de andere twee lijnen – het aantal lettertekens en het aantal woorden per zin – wel echt radicaal omhoog, en zo te zien voorgoed.

De korte zinnen die mensen maakten waren dus aantoonbaar een functie van de technische beperkingen die er waren. Vooral gebruikten mensen nu ook meer woorden in een zin, en dus zijn lidwoorden en andere functiewoorden ineens veel gebruikelijker op Twitter. Dat is namelijk hoe mensen willen praten. Ze waren een tijdje bereid om zich te laten insnoeren door de techniek, maar uiteindelijk wint altijd de neiging tot breedsprakigheid.