Koppeltje duikelen

Door Marc van Oostendorp

Het begon een paar weken geleden met een tweet van Michelle van Dijk:

Inderdaad klinkt kopje duikelen heel raar. Iemand die dat schrijft, bezigt misschien wel ‘correct’ maar geen goed Nederlands. Iemand die Nederlands écht beheerst zegt koppeltje duiken of eventueel koppeltje duikelen. (Van Dale noemt ook nog kopje tuimelen, maar dat heb ik ook nooit gehoord. Bovendien schrijft Van Dale al die woorden aan mekaar, maar daar trap ik ook niet in.)

Overgesprongen

Koppeltje? Het gaat hier toch om een kleine kop? Met koppels heeft de hele uitdrukking toch niets te maken? Zoals Van Dijk zelf aangeeft in een latere tweet, is er overduidelijk een l aanwezig, zelfs bij mensen die de l niet of nauwelijks uitspreken: de e spreek je dan o-achtig uit, net als in vogel of kegel.

De meest aannemelijke verklaring lijkt mij dat de el hier is overgesprongen van duikelen. Dat gebeurt wel vaker, dat een bepaalde klank of klangroep naar voren springt in een woord (rontonde, orang-oetang voor orang-oetan; het verschijnsel wordt om voor de hand liggende redenen anticipatie genoemd). Omdat het verkleinwoord nog steeds gevoeld werd, werd dit koppeltje (en niet koppelje).

Dat el in duikelen geeft oorspronkelijk een herhaalde activiteit aan; omdat dit een beetje onzinnig is, kun je net zo goed duiken zeggen. Zo bleef el dus alleen voorin achter in koppeltje duiken.

Dat dit alles is gebeurd, is niet zo raar. Dat het nooit iemand opvalt, dat is het werkelijke raadsel van de taal.