Adieulied van Maria van Bourgondië

Door Jan Uyttendaele

Het praalgraf van Maria van Bourgondië. Bron: Wikimedia

Gisteren ging het festival  voor oude muziek Laus Polyphoniae 2019 van start in Antwerpen. De geplande concerten zullen een beeld geven van de muziek ten tijde van Maria van Bourgondië (1457-1482) en van het Bourgondische hof. Maria van Bourgondië was in de late middeleeuwen een van de machtigste vrouwen van West-Europa. Toen de vorstin van de Nederlanden in 1477 als twintigjarige aan de macht kwam, stond haar geen gemakkelijke taak te wachten. Haar oorlogszuchtige vader Karel de Stoute had haar opgezadeld met een lege staatskas, vijandig gezinde buurlanden en binnenlandse opstanden. Dankzij haar diplomatische aanpak kon de jonge vrouw in Vlaanderen de gemoederen bedaren.  Wegens haar positie was zij de meest begeerde bruid van Europa. Diverse kandidaten stonden te popelen om met haar te mogen trouwen. Het was keizer Maximiliaan van Oostenrijk die die eer te beurt viel. Door hun huwelijk werd het huis van Bourgondië verbonden met dat van het machtige Habsburg. Helaas was Maria geen gunstig lot beschoren. Door een ongelukkige val van haar paard tijdens een valkenjacht overleed ze in 1482. Ze was 25 jaar oud.

In zijn onvolprezen boek De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen (De Bezige Bij, Amsterdam) haalt Bart Van Loo enkele verzen aan, die een anonieme rederijker in de mond legde van de stervende Maria bij het afscheid van haar man en kinderen. Het komt me voor, dat dit ‘afscheidslied’ min of meer in het vergeetboek is geraakt.  Je kunt de tekst gemakkelijk tergvinden in de DBNL. Het gaat hier om de (definitieve) teksteditie uit 2004 van het Antwerps Liedboek in de zgn. Deltareeks. Daar is het lied te vinden als nummer 126, zonder notenbalken, waaruit we kunnen afleiden dat de editeurs er niet in geslaagd zijn om de melodie van het lied te reconstrueren. Van Loo citeert uit een teksteditie van Gilbert Degroote uit 1950 en hij vermeldt er niet bij dat het lied afkomstig is uit het Antwerps Liedboek van 1544. Dat Antwerps Liedboek, het oudste bewaarde wereldlijke liedboek uit de Lage Landen, staat weliswaar in de ‘Dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief’, maar voor zover ik weet wordt er in het onderwijs weinig aandacht aan besteed. De enige lied uit dat liedboek, dat men in recente Vlaamse schoolboeken kan aantreffen, is het welbekende ‘Het daghet inden oosten’, dat ook op diverse cd’s als lied is terug te vinden. Maar van het ‘Adieulied van Maria van Bourgondië’ vind ik geen spoor in didactische publicaties. Dat is jammer, want het lijkt me een tekst te zijn, die uitstekend gebruikt kan worden als ‘venster’ op een belangrijke periode uit onze vaderlandse geschiedenis. Precies daarom zou het lied m.i. niet mogen ontbreken in de Vlaamse canon, die de toekomstige Vlaamse regering wil laten opstellen, naar analogie met de ‘Canon van Nederland’, die door een commissie onder leiding van Frits van Oostrom in 2006 is ontwikkeld ten behoeve van het Nederlandse geschiedenisonderwijs.

Ik geef hier de tekst van het lied in een gemoderniseerde versie met toegevoegde interpunctie. Daarvoor heb ik gebruik gemaakt van G. Degroote, Oude klanken Nieuwe accenten. De kunst van de rederijkers. A.W. Sijthoff/Leiden, 1969, p. 105-106. Mijn aanpassingen gaan wel verder dan die van Degroote, omdat ik het begrip van de tekst voor de leerlingen belangrijker acht dan het behoud van de authentieke vorm. Voor de noten heb ik ook een beroep gedaan op de editie in de Deltareeks.

Adieulied van Maria van Bourgondië

1
O Felle Fortuin, wat hebt gij gewracht,
Wat hebt gij nu bedreven
Aan een landsvrouw van grote macht?
Te Brugge liet zij haar leven.
Krank avontuur schendt menige man,
Gods gratie moge haar bijstaan nochtan,
God moge haar Zijn rijk geven.

2
‘Och edel prins Maximiliaan,
mijn man, mijn edel here.
Hier moet een scheiden zijn gedaan,
mijn hart doet mi zere
En mijn natuur wordt mij zo krank.
O God almachtig, lof en dank,
Van deze wereld ik mij nu kere.

3
Oorlof van Gelre, neve rein,
Oorlof mijn heren al te samen.
Helaas, het moet gescheiden zijn,
God behoede u allen van blamen.
Adieu Filips van Ravenstein,
Adieu Van Beveren, neve rein,
En Simpol, hoog van namen.

4
Oorlof, mijn lieve nichte zoet,
Van Gelre hertoginne,
Oorlof, mijn rein keizerlijk bloed,
Die ik zo zeer beminne,
‘t Scheiden van u doet mij zo wee,
Gij ziet mij levend nimmermeer.
Oorlof, alle mijn gezinne.

5
Adieu Margriete, edel bloeme rein,
Mijn liefste dochter, bid voor mij,
Mijn hart is in grote wein.
Helaas, de dood is mij zo nabij,
Het moet toch eens gestorven zijn.
Adieu Philips, lieve zone mijn,
Ik scheid nog veel te vroeg van dijn.

6
Adieu mijn vrienden altemale,
Gij hebt mij redelijk wel gediend.
Nu bid ik u met korte tale:
Wees toch mijn kinderkens vriend
En mijn man wil doen bijstand
En wees eendrachtig in uw land,
Ik hoop, het wordt u nog wel verzien.

7
Oorlof lieve man, mijn here,
God verlene u peis en vrede.
Ik ben zo moede, ik kan niet mere.
De dood beroert mij alle mijn lede.
Adieu Brugge, schoon stede zoet,
God moge u nemen in zijn behoed,
Daartoe elk land en stede.’

Noten

1 felle Fortuin: wrede Fortuna (de noodlotsgodin); gewracht: uitgericht; landsvrouw: vorstin van het land; krank avontuur: ongeluk; schendt: richt ten gronde; nochtan: nochtans, toch; Zijn rijk: de hemel.

2 Hier moet een scheiden zijn gedaan: we moeten nu afscheid nemen; natuur: lichaam; krank: zwak; ik mij nu kere: wend ik me nu af.

3 Oorlof: vaarwel; het moet gescheiden zijn: wij moeten afscheid nemen; blamen: schande; hoog van namen: zeer gewaardeerd.

4 zoet: beminnelijk; mijn rein keizerlijk bloed: haar echtgenoot keizer Maximiliaan; doet mij wee: doet me pijn; nimmermeer; nooit; alle mijn gezinne: mijn gezinsleden en hofhouding.

5 in grote wein: in groot verdriet; Het moet toch eens gestorven zijn: iedereen moet nu eenmaal sterven; van dijn: van jou.

6 altemale: allemaal; redelijk: naar behoren; met korte tale: in enkele woorden; wilt doen bijstand: wil hem hulp en bijstand bieden; het wordt u nog wel verzien: ik hoop dat het u goed zal gaan.

7 peis: ander woord voor vrede (leenwoord uit het Frans); beroert: tast aan; lede: ledematen; in zijn behoed: in zijn bescherming; daartoe elk land en stede: daarnaast ook alle andere landen en steden.

Vragen en opdrachten

  1. Vanaf welke strofe neemt Maria van Bourgondië zelf het woord? Waaraan merk je dat? Wat is de bedoeling van de verzen die daaraan voorafgaan?
  2. Lees de passage in het boek van Bart Van Loo (De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen. De Bezige Bij, Amsterdam, 2019), waarin de dood van Maria van Bourgondië wordt beschreven (p. 466-467). Wat kun je vertellen over de omstandigheden waarin ze om het leven kwam?
  3. In dit lied neemt Maria afscheid van haar familie en onderdanen. In de eerste plaats natuurlijk van haar man, Maximiliaan van Oostenrijk, en van haar kinderen: haar tweejarig dochtertje Margriete (de latere Margaretha van Oostenrijk) en haar vierjarige zoontje Filips (de latere Filips de Schone). Welke figuren worden nog genoemd? Wat kun je over die namen te weten komen? Raadpleeg daarvoor het bovengenoemde boek. Door gebruik te maken van het register achteraan in dit boek, kun je vinden op welke pagina’s die figuren worden besproken.
  4. In welke versregels geeft Maria aanbevelingen over de toekomst zonder haar? Wat vraagt ze dat er in die toekomst zou mogen gebeuren? Wat waren de feitelijke gevolgen van haar plotse dood? Wat is er precies gebeurd daarna? Raadpleeg opnieuw het boek van Bart Van Loo op p. 469-470.
  5. Het gedicht staat bekend als een ‘historielied’, een lied waarin wordt gerefereerd aan historische gebeurtenissen. Maar het is toch in de eerste plaats een ‘adieulied’ of een ‘afscheidslied’, een lied waarin een persoon op zijn of haar sterfbed afscheid neemt van het leven en van zijn of haar geliefden en vrienden. Misschien kun je ook eens in de huid kruipen van een beroemde overleden figuur en zijn of haar afscheidswoorden opschrijven. Welke overleden man of vrouw beschouw je als een echte held of heldin? Laat hem of haar aan het woord in een afscheidsgedicht. Mocht je niet direct iemand kunnen vinden:  neem een jonge dichter (bv. Jotie T’Hooft), een sportman (bv. Bjorg Lambrecht) of een zanger(es) (bv. Kurt Cobain, Amy Winehouse, Yasmine enz.). Met welke woorden zouden ze afscheid kunnen nemen van deze wereld? Noteer dat in een kort gedicht, waarbij je elke strofe kunt beginnen met ‘Adieu’. Je kunt je ook laten inspireren door een afscheidsgedicht van een hedendaagse dichter, bijvoorbeeld door dit gedicht van Herman de Coninck (1944 -1997) of het bekende lied ‘De stervende’ van Jacques Brel, dat in het Nederlands wordt gezongen door Will Ferdy.
  6. Suggestie voor een schoolexcursie. In de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge kun je het  praalgraf van Maria van Bourgondië gaan bekijken. Een praalgraf is een versierd grafmonument dat we aantreffen in een kerk of in de crypte van een kerk. Tijdens archeologisch onderzoek in 1979 werd haar stoffelijk overschot geïdentificeerd. In de grafkelder kun je de loden kist zien, waarin zich haar gebeente bevindt. Van haar vader, Karel de Stoute, is hier enkel het praalgraf aanwezig. De praalgraven bevinden zich in het hoogkoor van de kerk. Het praalgraf van Maria werd ontworpen door Jan Borman. De beide vorsten worden naar middeleeuwse gewoonte voorgesteld in liggende houding, met gevouwen handen en geopende ogen. Aan hun voeten fungeren leeuw en hond als symbolen van de mannelijke kracht en de vrouwelijke trouw. Het gelaat van Maria van Bourgondië is heel fijn weergegeven. Het is wellicht geboetseerd naar het dodenmasker. Haar kroon, met edelstenen versierd, haar handen en haar weelderig golvende mantel zijn echte kunstwerken. Het grafmonument is volledig gotisch van concept en van geest. 

Dit bericht is geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

7 Responses to Adieulied van Maria van Bourgondië

  1. Jos Houtsma schreef:

    Wat supermooi gedaan!

  2. Jan Stroop schreef:

    Een aantal regels uit dit lied, o.a. deze:
    ‘Het moet toch eens gestorven zijn’ (iedereen moet nu eenmaal sterven)
    doen denken aan de befaamde regel 5 uit ’t Egidiuslied:

    ‘Het sceen teen moeste ghestorven sijn’,
    die ik aldus vertaal:
    ’t Bleek dat de een moest sterven.
    Voor mijn argumentatie zie:

    http://www.janstroop.nl/2011/02/het-sceen-teen-moeste-ghestorven-sijn-tenslotte/

    • Jan Uyttendaele schreef:

      Ik constateer wel dat Herman Brinkman voor deze vertaling kiest: ‘Het leek of de dood niet bestond (lett. alsof er niet gestorven hoefde te worden). Hij beschouwt ‘teen’ als een verschrijving voor ‘ten’ (het en) en geeft daarbij als toelichting: ‘De emendatie van teen tot ten wordt vereist omdat teen nooit in een onderwerpspositie kan staan in een onpersoonlijke constructie’. (Het Gruuthuse-handschrift. Hilversum, 2015, band 1, p. 470.)

  3. Nicolaas(Nick) van BROEKHOVEN schreef:

    hoe voortreffelijk dat dit gedeeld wordt: mijn respect
    Nick van Broekhoven
    Geldrop

Laat een reactie achter