Uit mijn hoofd: Frank Koenegracht, voor Harmke

Door Marc van Oostendorp

Frank Koenegracht is een zondagsdichter. In het dagelijks leven is hij psychiater en in de loop van bijna vijf decennia heeft hij daarnaast een betrekkelijk klein oeuvre opgebouwd. De zeer fraai vormgegeven bundel met Alle gedichten die De Bezige Bij onlangs uitgaf, telt 254 bladzijden, inclusief onder anderen een nawoord van Rudy Kousbroek.

Er zijn in Nederland maar weinig dichters die alleen van hun poëzie kunnen leven. Velen doen er iets naast, maar niet allemaal zijn ze zondagsdichters. Vooral van de psychiaters wemelt het in de Nederlandse dichtkunst, maar Kopland of Enquist zou ik niet zo snel zondagsdichters noemen; terwijl ik dat wel als een eretitel beschouw.

Een zondagsdichter is voor mij iemand aan wie je merkt dat hij niets hoeft te bewijzen met zijn poëzie. Dat betekent niet dat hij onzorgvuldig is – Frank Koenegracht is bijvoorbeeld heel zorgvuldig – maar dat in de toon nooit iets meeklinkt als ‘kijk mij nou’. Ware zondagsdichters – een internationaal voorbeeld is Alfred Brendel – hebben een toon die je ontspannen zou kunnen noemen. Koenegracht is daar een goed voorbeeld van: hoe groot de wanhoop in de gedichten ook is, er klinkt ook altijd iets opgeruimds.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, video met de tags . Bookmark de permalink.

4 Responses to Uit mijn hoofd: Frank Koenegracht, voor Harmke

  1. martijnbenders schreef:

    Je hanteert dan denk ik wel een heel andere definitie van ‘zondagsdichter’ dan de inmiddels gebruikelijke, die vooral via Komrij vorm kreeg: ‘Volgens Komrij (in Trou Moet Blycken) is een zondagsdichter iemand die zijn eigen kunnen boven alles stelt. Alleen wat hij maakt is van belang, ongeacht wat men ervan vindt.

    Het motto kill your darlings is niet aan hem besteed; het is eerder andersom: hij koestert zijn darlings. Verder zal hij nauwelijks andere dan zijn eigen poëzie lezen en daarbij is hij al helemaal niet onder de indruk van het kunnen van andere dichters. Als onderwerp van zijn gedicht kiest de zondagsdichter vaak het “onstoffelijke” (liefdesverdriet scoort hoog). Er valt weinig te lachen in zijn gedichten. Een zondagsdichter is eerder trots op zijn hoeveelheid werk, dan op de kwaliteit hiervan.’

    In zoverre ik Frank ken beklaagde hij zich tegen mij vooral over ‘dat jullie jongelui zulke vreselijk dikke bundels schrijven’.

  2. Bert Mostert schreef:

    Deze week heb ik de laatste hand gelegd aan de nieuwskrant voor mijn site https://www.arspoetica.nl/ met als onderwerp “zondagsdichters”, naar aanleiding van twee bundels die mij werden toegestuurd voor die site. Mooi dat dit onderwerp nu ook hier verschijnt. De definitie door van Oostendorp gegeven zal ik nog zetten naast de al genoemde (o.a. de weinig serieuze van Komrij)
    In eerdere nieuwskrant besteedde ik al aandacht aan het verschijnsel dichter-psychiater (2019-1) voornamelijk omdat het mijn professie was. Overigens is Enquist psycholoog en geen psychiater.

Laat een reactie achter