Uit mijn hoofd: Frank Koenegracht, voor Harmke

Door Marc van Oostendorp

Frank Koenegracht is een zondagsdichter. In het dagelijks leven is hij psychiater en in de loop van bijna vijf decennia heeft hij daarnaast een betrekkelijk klein oeuvre opgebouwd. De zeer fraai vormgegeven bundel met Alle gedichten die De Bezige Bij onlangs uitgaf, telt 254 bladzijden, inclusief onder anderen een nawoord van Rudy Kousbroek.

Er zijn in Nederland maar weinig dichters die alleen van hun poëzie kunnen leven. Velen doen er iets naast, maar niet allemaal zijn ze zondagsdichters. Vooral van de psychiaters wemelt het in de Nederlandse dichtkunst, maar Kopland of Enquist zou ik niet zo snel zondagsdichters noemen; terwijl ik dat wel als een eretitel beschouw.

Een zondagsdichter is voor mij iemand aan wie je merkt dat hij niets hoeft te bewijzen met zijn poëzie. Dat betekent niet dat hij onzorgvuldig is – Frank Koenegracht is bijvoorbeeld heel zorgvuldig – maar dat in de toon nooit iets meeklinkt als ‘kijk mij nou’. Ware zondagsdichters – een internationaal voorbeeld is Alfred Brendel – hebben een toon die je ontspannen zou kunnen noemen. Koenegracht is daar een goed voorbeeld van: hoe groot de wanhoop in de gedichten ook is, er klinkt ook altijd iets opgeruimds.

(Bekijk deze video op YouTube.)