Ricotta is lekker maar ik vind ricotta niet lekker

Door Marc van Oostendorp

Wat is het verschil tussen ‘ricotta is lekker’ en ‘ik vind ricotta lekker’? De taalkundigen Inés Crespo en Frank Veltman behandelen het in hun onlangs in Linguistics and Philosophy verschenen artikel Tasting and testing.

In de eerste plaats geef je met het werkwoord vinden natuurlijk aan dat er een subjectief oordeel volgt. Je kunt in die constructie dan ook alleen bijvoeglijk naamwoorden gebruiken die een subjectieve maat aangeven:

  • Ik vind deze auto duur.
  • Ik vind ricotta lekker.
  • Ik vind het getal 20 even. [vreemd]
  • Ik vind dit afval biodegradabel. [vreemd]

Duur en lekker geven subjectieve oordelen weer. Je kunt wanneer iemand zoiets zegt als de eerste twee zinnen eventueel wel volhouden dat hij liegt (hij zit stiekem rare gezichten te trekken terwijl hij van de ricotta eet), maar niet dat jij het beter weet dan de spreker. Even en biodegradabel zijn anders, ze geven objectieve maten aan. Degene die iets beweert over de biodegradabiliteit van afval kan ernaast zitten en een redelijke discussie moet dat kunnen uitwijzen.

Prachtig

Maar je kunt je oordeel dus behalve in zo’n ‘ik vind’-zin ook anders verpakken. Je kunt ook zeggen ‘deze auto is duur’ en ‘de ricotta is lekker’. Er zijn verschillen in betekenis tussen die twee, tonen Crespo en Veltman aan:

  • Dit merk koffie was ooit heel lekker, maar dat is niet meer zo.
  • Ik vond dit merk koffie ooit heel lekker, maar dat vind ik niet meer.

De eerste zin kan twee dingen beduiden: er is iets veranderd aan de koffie (de bonen worden elders geplukt), of er is iets veranderd aan mijn smaak (ik drink nooit meer koffie, dus ik ben niet meer aan deze pitte smaak gewend). De tweede zin kan alleen de tweede betekenis hebben. Wanneer je praat over dingen die inherent onveranderlijk zijn is het dan ook gek om dat met zo’n stellende zin te doen:

  • Ik vond het Requiem van Mozart ooit prachtig, maar dat vind ik niet meer.
  • Het Requiem van Mozart was ooit prachtig, maar dat is het niet meer.

De tweede zin impliceert dat er wel degelijk iets aan dat Requiem veranderd is, we hebben bijvoorbeeld ontdekt dat Mozart het had gekopieerd van Salieri, en nu hebben we er geen zin meer in.

Kattenvoer

In de zin ‘Ricotta is lekker’ zit tegelijkertijd wel degelijk een subjectief oordeel verborgen. In de eerste plaats gaan we er normaliter van uit dat iemand die zoiets zegt ook zelf vindt dat ricotta lekker is. Je kunt van het volgende paar de tweede zin wel gemakkelijk zeggen, maar de eerste niet:

  • Deze Picasso is mooi, maar ik vind hem niet mooi. [vreemd]
  • Deze Picasso is mooi, maar zij vindt hem niet mooi.

Nu zijn daar ook wel weer uitzonderingen op. De wiskundedocent die zegt ‘deze som is heel moeilijk’ bedoelt daarmee niet per se dat zij zelf deze som moeilijk vindt. Crespo en Veltman geven als voorbeeld ook het volgende dialoogje:

  • Hoe is dat nieuwe merk kattenvoer dat je hebt gekocht?
  • Het is lekker, want Figaro heeft er heel veel van gegeten.

Kwaliteit

Tegelijkertijd ga je er met een zin als ‘deze Picasso is mooi’ of ‘ricotta is lekker’ wel degelijk van uit dat het oordeel door anderen gedeeld wordt. Als ik zeg dat ricotta lekker is, zal ik het je misschien voorzetten als je bij me komt eten. Als ik zeg dat ik ricotta lekker vind is de kans daarop minder groot.

Wanneer je zegt ‘de ricotta is lekker’ zeg je dus eigenlijk dat er een groep individuen is die ricotta allemaal lekker vinden; die groep is op de een of andere manier gegeven door de context. We gaan ervan uit dat de spreker zelf ook tot die groep behoort, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het anders is. Aan de andere kant geeft ‘ik vind ricotta lekker’ een persoonlijk oordeel over de ricotta, die zowel te maken heeft met de kwaliteit van het product als met mijn persoonlijke smaak.