Het medelyden met den gevallen adelaar sluit geen eerbied uit, maar ’n struikelende schildpad is bespottelyk

De Multatulileescursus (42)

Door Marc van Oostendorp

– Ik vind het wonderlijk dat één van de langste essays van Multatuli, Duizend en enige hoofdstukken over specialiteiten, gaat over een zo miniem onderwerp.

– Miniem?

– Ja, de vraag of het nodig en wenselijk is mensen in de Kamer komen vanwege specialistische kennis. Ik geloof toch echt niet dat dit een kwestie is waar we nu nog mee zitten.

– Maar dat is toch ook niet de enige vraag in het boekje? Het waaiert al snel uit. Het blijft wel in dit geval, veel meer dan in al Multatuli’s andere werk, cirkelen om dat hoofdthema, maar dat gaat al heel snel niet meer alleen over de Kamer, maar over de veel bredere vraag naar het nut van vakmensen en specialisten. Ergens aan het eind formuleert hij het in ‘twee hoofdvragen’:

1e.Welk gebruik moet de Maatschappy van hen maken?

2e.Hoe werkt het specialismus op de waarde van den individu?

– Multatuli’s antwoord op de eerste vraag is: je moet de kennis van deskundigen natuurlijk wel aanhoren, maar ze moeten op geen enkele manier de macht krijgen. Die macht moet in handen liggen bij iemand, of bij enkelen, met gezond verstand en overzicht die er zelf voor kiezen om die informatie te gebruiken of niet.

Een specialiteit zy als de expert voor ’n rechtbank. Hy legt, zonder zich om gevolgen of strekking te bekommeren, zyn verklaring af omtrent de byzondere zaak die hem werd opgedragen, en waarvan hy verondersteld wordt – dikwyls een fiktie! – verstand te hebben. Wil hy de grens zyner bevoegdheid overschryden en zich bemoeien met de toepassing van z’n expertise op ’t proces, dan verwyst hem de Voorzitter naar z’n vak en naar de speciale taak waartoe hy geroepen werd.

– Maar ja, wat is dan dat gezond verstand? Wie is de Voorzitter?

– Daar komen we zo op. Het antwoord op de tweede vraag is: je moet als individu heel, heel erg uitkijken om je eigen verstand en je vrijheid niet te schaden door je op een bepaald ‘vak’ te richten. Voor je het uitkijkt, denk je niet meer na, maar beroep je je alleen nog maar op de zogenaamd geheel eigen manier van denken die dat vak in zich heeft.

– Ja, je moet je niet laten binden door de beperkingen van je vak.

– Toch is dat een vreemde manier van zien. Je zou ook kunnen zeggen: je kunt de wereld alleen maar echt zien door een bepaalde lens, anders is het één grote smurrie van door elkaar lopende beelden. Alleen door een bepaalde specialisme – of dat nu brood bakken is of fonologische microvariatie – kun je de wereld echt proberen te grijpen.

– Een beetje zoals Multatuli zelf dingen soms probeert duidelijk te maken door verhalen te vertellen over individuen: Saidjah en Adinda in Max Havelaar, hier het verhaal van Fritsje, die nauwelijks iets kan of weet maar door de juiste connecties en een rijke pa toch ‘specialiteit’ weet te worden in de Kamer..’

– Multatuli stelt tegenover die lof van de specialiteit, die kennelijk toen ook al algemeen was, zijn ideaal van het gezond verstand.

– Maar hoe bepaal je dan wie er gezond verstand heeft? Iedereen kan zich daar dan op beroepen? Welk verstand is het gezondst.

– Multatuli doet badinerend over die vraag: als je eerlijk bent, weet je natuurlijk wel wat dat is:

De vraag wie over de welvarendheid der respektieve verstanden beslissen zal, heeft meer schynbare waarde in hoedanigheid van debatkunstje – ook als zodanig trouwens sedert lang tot op den draad versleten! – dan gewicht in ’n betoog waarin naar Waarheid gestreefd wordt. Op ’t verstand van hen die menen blyk van verstand te geven door voor te wenden dat ze geen verstand hebben van gezond verstand, wenst geen verstandig mens invloed uit te oefenen

– Ja, dat is wel de zwakke plek in zijn betoog. Als we het even betrekken op de Kamer, als mensen er niet in moeten vanwege hun specialiteit, maar om hun goede oordeelsvermogen, wie bepaalt dan dat oordeelsvermogen?

– Het is een zwakke plek, maar ter verdediging moet worden gezegd dat dit de zwakke plek is in ieder verhaal over de afstemming van kennis. Multatuli wijst er zelf op dat wie er wel of niet ‘deskundig’ is op een bepaald gebied, uiteindelijk afhankelijk is van het oordeel van niet-deskundigen. Ook als deskundigen elkaar door ballotage kiezen, zijn ze uiteindelijk als groep afhankelijk van buitenstaanders voor hun legitimatie.

– Ik schrok eigenlijk wel – een beetje, ik heb er nu ook weer geen minuut korter om geslapen – van de manier waarop hij over het recht schreef. Ook daar maakt hij ‘specialiteiten’ belachelijk. Ook juristen moeten eigenlijk vooral gezond verstand hebben en dat wordt volgens hem verwrongen door kennis van de wet en de jurisprudentie. Hij haalt zaken aan waarin bijvoorbeeld iemand niet zou kunnen worden veroordeeld ondanks een expliciete bekentenis omdat hij al eerder terecht heeft gestaan voor die zaak en toen onschuldig is verklaard.

Ne bis in idem.

– Ja, en dat dan tot in het absurde doorgetrokken. Ik weet niet hoe het in de negentiende-eeuw zat, maar tegenwoordig zou zo’n bekentenis geloof ik gelden als een nieuw feit en dus wel degelijk tot heropening van de zaak kunnen leiden.

– Hoe dan ook is ons recht met recht een systeem. Het idee is dat je juist niet afhankelijk bent van het toevallige ‘gezonde verstand’ van een rechter, maar dat de wet boven alles staat…

– … en dat wilde Multatuli dus niet. Hij wilde dat het individu uiteindelijk boven alles stond en dat dit individu autonoom was. Ik vind Specialiteiten, hoewel er wel wat herhalingen inzitten van argumenten, en ik het ook helemaal niet per se met alles eens ben uiteindelijk wel een inspirerend essay. Houd op met al dat gekneuter, zegt Multatuli, al die belachelijke bescheidenheid van je alleen willen richten op één goed afgebakend terrein:

‘Wie te veel wil, bereikt niets, wordt er gezegd. Dit is onjuist. Dat willen-zelf is een iets, en ’t verachtelykste niet. Het medelyden met den gevallen adelaar sluit geen eerbied uit, maar ’n struikelende schildpad is bespottelyk.

Ons leven is te kort om op alles te letten, zegt men.

Ons leven is te kort om ‘alles’ te verwaarlozen, is myn antwoord. Juist de aanhoudende pogingen om ’t verband tussen alles en alles te vatten – ziehier het punt waar Poëzie en Wysbegeerte ineensmelten – zyn nodig om ons iets van de onderdelen te doen begrypen.’

– Mooi, volgende week lijkt het me tijd om weer eens wat brieven te lezen. Waar waren we ook weer?

– 1872: deel 15 van de Volledige Werken!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter