Gedicht: A. Marja • Droevige keuken

Droevige keuken

Boezem van celluloid,
schichtige schede van kantkoek,
schuurpapier haar huid.

Sporen bloed aan de handdoek
die ik al jaren gebruik:
flets is de stof geruit.

Bezemsteel in de kast,
zandloper op de plank,
orde waarin ik niet pas,
schraalheid waarvoor ik bedank.

Ik weet wel dat mijn buik
te zacht is, maar wat hindert
dat als men klem zit en kindert?

Langzaam kantelt het luik.


A. Marja (1917-1964)
uit: Reislust (1957)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter