Dankzij de brancheorganisatie voor de technologische industrie

Door Marc van Oostendorp

Wie wil begrijpen wat er gisteren is gebeurd, kan het best deze tweet goed lezen:

De FME is de ‘brancheorganisatie voor de technologische industrie’. Misschien is het een beetje grootspraak van die club dat ze twee van de meest destructieve maatregelen op het Nederlandse onderwijs helemaal op eigen conto willen schrijven, maar ze verbinden hier wel twee maatregelen met elkaar die een ramp zijn.

Didactische vakken

Over punt 1 gaat het hier, en op tal van andere plaatsen, al de hele week. Gisteren heeft de coalitie, zoals helaas te verwachten viel, ingestemd met de plannen van Van Engelshoven om te bezuinigen op het wetenschappelijk onderwijs, en daarbij bovendien de technische universiteiten tientallen miljoenen toe te stoppen op kosten van de andere universiteiten. Ik heb hier al eerder geschreven dat ik dat niet anders kan zien dan als het overhevelen van geld van de samenleving naar het multinationale bedrijfsleven.

Over het tweede punt hebben we het hier nog niet gehad, maar daar gaan we ook meer over horen. Het ministerie wil de lerarenopleidingen en met name het systeem van kwalificaties voor leraren ‘stroomlijnen’ hetgeen onder andere moet betekenen dat het makkelijker wordt om als leraar ook andere vakken te gaan geven. Het betekent ben ik bang dat het nog makkelijker wordt om leraar Nederlands te worden als je al leraar wiskunde of aardrijkskunde bent. Het zou vermoedelijk ook wel eens kunnen betekenen dat lerarenopleidingen (nog) meer ruimte gaan inrichten voor algemene pedagogische en didactische vakken en minder voor inhoud.

Ons vak is natuurlijk bij uitstek gevoelig voor de uitwassen van dit systeem. Doordat een groot deel van de inhoud van het schoolvak algemene vaardigheden betreft, ligt de gedachte voor de hand dat meer mensen het kunnen geven. Maar hoe meer van die mensen er komen, hoe groter de weerstand om juist ook weer wat letterkunde of zelfs taalkunde in het vak te brengen.

Heel gunstig

In een week tijd is het de ‘technologische industrie’ dus gelukt om zowel aan de geesteswetenschappen als aan het schoolvak Nederlands een nieuwe klap toe te brengen. De lobby bij de politiek heeft inderdaad waarschijnlijk goed gewerkt.

Het zou de politiek (of in ieder geval de minister en haar partij, D66) nog weleens kunnen bezuren, in ieder geval als wat ik om me heen hoor maatgevend is. De actiebereidheid was nu juist het afgelopen jaar al enorm aan het toenemen, WOinActie heeft al duizenden collega’s op de been gebracht. Het ministerie heeft zich nu zo arrogant opgesteld (door de universiteiten te verwijten oneerlijke informatie te geven) dat het de boosheid alleen maar groter heeft gemaakt.

Iedereen had het idee dat nu toch wel duidelijk moest zijn dat er wel weer eens geïnvesteerd kon worden in het wetenschappelijk onderwijs. Niemand zag aankomen dat er ineens gekort zou worden, en al helemaal niet door een partij die zich gretig als ‘onderwijspartij’ afficheert en nu nog steeds durft te beweren dat het juist allemaal heel gunstig is voor het onderwijs.

En zo komt er misschien eindelijk een opstand tegen heel veel wanbeleid. Met dank aan de brancheorganisatie voor de technologische industrie.