Woont in Maastricht een rijkere Dagobert Duck dan in Delft?

Door Marc van Oostendorp

R.Jetten, MA (bron: Wikipedia)

Om het allemaal nog erger te maken hield Rob Jetten gisteren een toespraak voor het Interuniversitair Studenten Overleg. Rob Jetten, de tijdelijke leider van D66 – de partij die de verkiezingen inging als ‘onderwijspartij’ en in dat kader een minister van onderwijs heeft aangesteld die volgens sommige schattingen verantwoordelijk gaat worden voor het ontslag van ongeveer 2000 docenten in de geesteswetenschappen, de sociale wetenschappen en de medische wetenschappen.

Dit alles terwijl Paul van Meenen, de woordvoerder voor D66 in de Tweede Kamer, volhoudt dat er juist enorm geïnvesteerd wordt in dat hoger onderwijs, al merk je daar dus alleen van dat de werkdruk steeds groter wordt en er nu ontslagen gaan vallen.

Iemand met een beter humeur zou een aardige analyse kunnen maken van de toespraak (pardon, ‘speech’) van Jetten, die een soort mengeling is van uit Amerika geleende menselijkheid (“In mijn opstandige tienerjaren heb ik mijn ouders nog wel eens hoofdpijn bezorgd”) en verschaalde humor zoals die sinds J.P.Balkenende niet meer heeft geklonken in Den Haag (“Want spanning komt er al genoeg op de arbeidsmarkt. Als je dat niet gelooft daag ik je uit bij de borrel mijn grijze slapen een goed te bestuderen.”)

Van de plank

Maar ik ben er niet voor in de stemming, want wat Jetten inhoudelijk doet is, heel, heel ernstig. Hij doet namelijk niets, terwijl hij tegelijkertijd de studenten vraagt over twee jaar op hem te stemmen zodat hij dan nog meer van hetzelfde kan doen, te weten niets.

De enige plaats waar Jetten overigens aan het desastreuze beleid van zijn minister lijkt te verwijzen is waar hij de studenten wees op de ook aanwezige universitaire bestuurders als waren die studenten aanhangers van Trump en de bestuurders journalisten van CNN:

Maar it takes two to tango. Jullie kunnen het geld niet alleen uitgeven. Jullie zijn afhankelijk van jullie danspartner: de bestuurders. Laat daar nu net een deel van het probleem zitten.

Dagobert Duck bestaat. In meervoud. Dat weet ik, want ik zie een paar van hen hier vanavond. De trotse bezitters van honderden miljoenen eigen vermogen, opgebracht door belastingbetalers, dat niet ten goede komt van studenten en docenten. Ik vraag u: haal het geld van de plank! Stop het in het onderwijs. En ik vraag de studenten in de zaal: doe met ons mee! Richt jullie hooivorken en fakkels niet alleen op Den Haag. Richt ze óók op Duckstad!

Roekeloos

Het is een verhaal waarmee ook Van Meenen steeds komt, – de universiteiten hebben enorme reserves, waarom geven ze die niet uit – en het slaat nergens op.

Althans, ik wil best geloven dat er grote reserves zijn en dat die voor een deel ook liquide zijn. En dat de universiteiten daar best wat meer van zouden kunnen inzetten.

Alleen: dat ga je niet bereiken door aan te kondigen dat die universiteiten geld moeten verschuiven van alfa/gamma/medisch naar beta. Je creëert daar enorme chaos mee, en met name de technische universiteiten krijgen er juist alleen maar geld bij terwijl met name de jonge algemene universiteiten getroffen worden. Komt dat overeen met ook maar iets uit dat reservesverhaal. Woont in Maastricht een rijkere Dagobert Duck dan in Delft?

Wanneer je wilt dat universiteiten hun reserves aanspreken, zeg je tegen die universiteiten: spreek je reserves aan. Eventueel kort je ze naarmate de omvang van hun reserves of hun onwil om die in te zetten. Je zet niet de eenheid van de wetenschappen, één van de hoogste verworvenheden van de westerse beschaving, roekeloos op het spel.

Nee, die hooivorken en fakkels moeten allemaal naar Den Haag!