Vier brieven

Door Marc van Biezen

Wie het werk van Gerard Reve in boekvorm compleet wil hebben, heeft geld en geduld nodig. Dit heeft vooral te maken met de hoge prijzen en de kleine oplagen van een aantal bibliofiele uitgaven. Van Drie woorden, het boek met de kleinste oplage (elf), worden op boekwinkeltjes.nl op dit moment twee exemplaren te koop aangeboden voor € 1750 en € 1850, soms komt er jarenlang geen enkel exemplaar op de markt.

Gelukkig geldt voor de meeste teksten in die bijzondere uitgaven dat ze ook elders in het werk te vinden zijn; in verzamelbundels als Een eigen huis, Zondagmorgen zonder zorgen en Archief Reve I en II. Daarop bestaan voor zover ik weet vier uitzonderingen: Vier brieven, Zeer geachte heer Ritter, Het leven is een barre verschrikking en Dromen zijn geen bedrog

Van Vier Brieven kocht ik onlangs een exemplaar. Het betreft een korte briefwisseling tussen Reve en de jonggestorven Vlaamse dichter Jotie ‘T Hooft.

In de eerste brief, gedateerd 18 november 1975, complimenteert Reve ‘T Hooft met zijn debuut, getiteld Schreeuwlandschap: ‘… ik vind Uw gedichten zeer evocatief en visionnair, met vrijwel altijd echte beelden, echte, op werkelijke gevoelens steunende vergelijkingen.’ Ook laat Reve blijken in erotische zin geïnteresseerd te zijn in de jonge dichter, hij gevoelt ‘een grote hunkering naar beide helften van de tweede helft van de zesde versregel op bladzijde 33.’ Het gaat hier om een regel uit het gedicht Begrenzingen zingen zelden:

Mijn bijna gaaf gebit, mijn mooie kont

‘T Hooft blijkt in zijn antwoord van 24 november zeer vereerd. Hij hoopt dat Reve’s lovende woorden over zijn poëzie niet beïnvloed zijn door de seksuele aantrekkingskracht die hij kennelijk uitoefent op de volksschrijver: ‘Dat zou ik namelijk niet leuk vinden: men moet de dingen gescheiden houden, zeg ik altijd maar.’

In Reve’s tweede brief (24 oktober 1976) zegt hij ‘T Hooft dank voor diens nieuwe bundel Junkieverdriet. Hij is wederom lovend maar stelt ook: ‘Nog steeds zijn slechts weinige gedichten geheel gelukt.’ Als troost voegt hij daaraan toe: ‘maar dat hebt U met vele groten gemeen.’ Ook uit hij kritiek op de uitgave: hij vindt het omslag niet mooi en mist biografische gegevens.

‘T Hooft is duidelijk not amused. Hij schrijft pas terug op 25 juli 1977. De eerste drie brieven zijn handgeschreven, deze tweede brief van ‘T Hooft is getypt. Hij opent met de woorden: ‘Met een opzettelijke onbeleefdheid heb ik niet meer op uw laatste schrijven geantwoord.’ Hij verdenkt Reve (ik meen onterecht) van ironie en spot ten aanzien van zijn werk. Hij benadrukt dat zijn vermoedens geen invloed hebben gehad op zijn bewondering voor het werk van Reve: die is alleen nog maar groter geworden.

Vier brieven verscheen in 1985 in opdracht van uitgeverij Bébert in een oplage van 180 exemplaren.