Gedicht: Freddy de Vree • Rembrandt

Rembrandt
Zelfportret, 1669

Aan dat onherroepelijk vals gouden gelaat van slecht deeg
groeide dus zijn romp. Of andersom,
omkeerbaar is alleen een verhaal
niet dit hoofd dat hem voor het hoofd stoot.

Onafwendbaar waren dus die neus (dat haargezwel),
die wrakke wangkwab, die nu leeggeprate kwebbel,
de grijzende krullen aarzelend tussen snelle en slome uitval,
terwijl de uienschillen van zijn ogen vallen. Te pletter.
Wie zijn roede liefheeft spaart het klimmen niet.

Freddy de Vree (1939-2004)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.