Ter grootte van Utrecht: over geografische vergelijkingen

Door Marten van der Meulen

Het is een universeel erkende waarheid dat mensen moeite hebben zich omvang voor te stellen. Als je zegt dat een meteoor 155.459 km3 is, of als je zegt dat er een olievlek ter grootte van 46.000 m2 in de Golf van Mexico is, dan is dat misschien wel waar, maar kan de gemiddelde mens daar niks mee. Wat doe je dan: je knalt er een lekkere vergelijking tegenaan. Gebeurt eindeloos, als stijlfiguur net zo bekend als de Taj Mahal en zo afgezaagd als een mop over Belgen. Toch vind ik een specifieke subset van deze vergelijkingen ontzettend fascinerend: de geografische vergelijking. Daar gaat namelijk (volgens mij) best vaak iets mee mis.

De helft van Hongarije
 
Het doel van een geografische analogie is om mensen te laten beseffen hoe groot iets is. Het is daarom, lijkt mij, handig als je iets gebruikt waarvan mensen weten hoe groot het is. De menselijke maat noemden Peter Burger en Jaap de Jong dat in Onze Taal. Maar je moet natuurlijk ook iets nemen wat past bij wat je wil bereiken, en dat kan lastig zijn. Er zijn in principe twee oplossingen voor.

De eerste oplossing is gewoon iets te nemen dat ongeveer past. Dat levert in ieder geval variatie op:

  1. De ijsberg is ongeveer zo groot als de stad Rome
  2. We hebben de verschillen in dit grote land (ongeveer zo groot als Frankrijk en Spanje samen) voor u op een rij gezet:
  3. een nog vrijwel onbekend gebied ongeveer zo groot als de provincie Noord-Brabant
  4. De regio is 35.892 km² groot, ongeveer zo groot als Haïti
  5. Voor een gebied ongeveer zo groot als Manhattan
  6. De gehele gletsjer is ongeveer zo groot als Florida.
  7. De agglomeratie heeft een oppervlakte van ongeveer 16.200 km², ongeveer zo groot als Wallonië of groter dan de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel bij elkaar.

Het probleem met deze voorbeelden is dat de menselijke maat volgens mij uit het oog wordt verloren. Het laatste voorbeeld geeft me een redelijk beeld, maar ik heb geen idee hoe groot Manhattan is, laat staan Haïti. Het ergste voorbeeld dat ik ooit tegenkwam was overigens ‘ter grootte van de helft van Hongarije’. Daar kan ik me echt niets bij voorstellen. Misschien overigens dat vorm ook nog een rol speelt. Zo niet, dan zie ik geen enkele reden om iets te vergelijken met Florida…

De tweede oplossing is om een bekendere geografische eenheid te nemen, en die vervolgens aan te passen. Neem Nederland bijvoorbeeld, dat kennen we tenminste allemaal. “Zo groot als Nederland” levert dit soort voorbeelden op:

  1. Met haar oppervlakte is dit land maar liefst 57 keer zo groot als Nederland
  2. De staat heeft een oppervlakte van 141.299 vierkante kilometer, en is hiermee ruim 3 keer zo groot als Nederland
  3. Polen is qua oppervlakte ruim zeven keer zo groot als Nederland
  4. Het is 240 keer zo groot als Nederland
  5. Duitsland is 8,7 maal zo groot als Nederland

Dit werkt voor mij al een stuk beter, hoewel er een grens aan zit: 57 keer kan ik weinig mee, dat is te groot, en 8,7 is veel te specifiek.

Een ultieme provincie

Zoals met heel veel dingen gebeurt, lijkt er ook bij vergelijkingen een bepaalde canonisatie op te treden. Sommige eenheden worden vaker gebruikt dan andere. Opnieuw is dit niet altijd handig. Zo verzetten Ionica Smeets en Bas Haring zich in hun populair-wetenschappelijke kraker Vallende Kwartjes tegen vergelijking waarin gewicht wordt uitgedrukt in olifanten. Dat is voor gewicht blijkbaar de norm geworden, maar heb je er ook echt iets aan?

Bij geografische vergelijkingen lijken er ook bepaalde normen te zijn, weet ik met dank aan een aantal Twittervrinden. In Duitsland is bijvoorbeeld de provincie Saarland dé maat bij uitstek (er is zelfs een rekenmachine voor). In Engels nieuws wordt Wales gebruikt (dat is niet onopgemerkt gebleven), in de VS de staten Texas en Rhode Island. In Nederland schijnt de provincie Utrecht normaal te zijn. Er zijn er vast meer: ik ben benieuwd wat in andere landen de maat is.

Er is overigens nog wel iets te zeggen over Utrecht, Wales, Saarland en Texas. Het gaat in al deze gevallen niet om landen, maar om de grootste administratieve eenheid binnen een land. Wales ligt iets ingewikkelder, maar binnen het Verenigd Koninkrijk gaat dat toch wel op. Bovendien zijn de provincies allemaal soort van rond. Helemaal waar is dat niet, maar ze zijn in ieder geval ronder dan Florida of Chili. Het gaat dus niet per se om oppervlakte, maar ook echt om vorm, en de vorm die we dan willen gebruiken is blijkbaar min of meer rond.

Voetbalvelden
 
Een van de meest gebruikte oppervlaktematen is echter niet rond: het voetbalveld. ‘Zo groot als een voetbalveld’ lijkt dezelfde canonisatie te hebben ondergaan als Texas en de olifant. Wanneer je googlet op “zo groot als” voetbalvelden, dan kom je bijvoorbeeld hits tegen als deze:

  1. Mierennest zo groot als 38 voetbalvelden
  2. Gigantisch: Spoorpark wordt zo groot als 15 voetbalvelden
  3.  Dit Hawaiiaanse eiland was zo groot als negen voetbalvelden
  4. Wachtbekkens zo groot als 56 voetbalvelden
  5. Manilla krijgt Ikea-winkel van dertien voetbalvelden groot

Niet iedereen is blij met deze vergelijking. Zo legt de Vlaamse taaladviseur Ruud Hendrickx hier uit dat de verhouding voetbalveld vs hectare nogal onhandig is. Een hectare is namelijk ongeveer 1,5 voetbalveld. Omdat oppervlakten vaak ‘officieel’ worden uitgedrukt in hectaren, moet je telkens gaan rekenen. Heel onhandig. Neem dan gewoon een hockeyveld: dat is bijna precies een halve hectare!

Opnieuw kun je je ook afvragen of mensen zich wel iets kunnen voorstellen bij 38 of zelfs 56 voetbalvelden. Gelukkig komen dat soort vergelijkingen weinig voor: vooral drie, tien en dertien voetbalvelden komen vaak voor, zo ontdekte homo universalis Bram Faber gisteren (gezocht op “[uitgeschreven getal] voetbalvelden”):


 
De piek bij 10 kan ik begrijpen, want 10 is een lekker makkelijk getal. Zie daarom ook de piek bij 20, en ook bij 100 ten opzichte van 99. Drie kan ik niet zo snel verklaren, en ook 13 lijkt mysterieus. Er was dan wel veel aandacht voor die winkel in Manilla, maar dat zal toch niet alles verklaren. Of is deze hoeveelheid gewoon een menselijke maat, net als dorpjes die op vijf kilometer van elkaar liggen omdat dat een uur lopen is?
 
Interessant

Ik zou willen dat ik meer tijd in dit onderwerp kon steken. Volgens mij kun je er namelijk van alles mee: welke landen/gebieden worden gebruikt is sowieso interessant, want het zegt iets over de salience van topografische namen (niemand zegt ‘ter grootte van Tuvalu’, net als niemand grappen maakt over Peruanen). Het zegt denk ik misschien zelfs iets over de menselijke cognitie (hoe werkt ons voorstellingsvermogen). Maar ik moet me op mijn proefschrift richten, en op de acht zijprojecten waar ik al mee bezig ben. Mocht iemand dit dus willen oppakken, al dan niet samen, dan zou mijn blijdschap ongeveer zo groot zijn als de helft van Afghanistan (of 65 keer Noord-Brabant). Laat het me vooral weten!

Dit stuk verscheen eerder op De taalpassie van Milfje.