Specifiek adellijke voornamen

Voornamendrift (41)  

Door Gerrit Bloothooft

De adel kiest voornamen die deels traditioneel zijn en deels modenamen van een bredere elite. Echt herkennen doe je de adel niet aan de eerder besproken top-voornamen. Maar er zijn wel minder frequente voornamen waarbij de kans relatief groot is dat de drager van adel is. We selecteerden de voornamen die minstens 10 keer vaker aan een kind van adel zijn gegeven dan aan de overige kinderen. Dat is nog niet heel specifiek, maar het blijkt toch een bijzondere lijst op te leveren.

Tabel 1. Eerste voornamen die bij de adel minstens 10 keer meer voorkomen dan bij de rest van de bevolking, op volgorde van meest naar minder onderscheidend, naar geboorten voor en na 1970. Elke naam is voor 1970 minimaal 5 keer en na 1970 minimaal 4 keer door de adel gegeven, vetgedrukt minimaal 10 respectievelijk 8 keer (ivm verschil in totaal aantal in de basisregistratie personen).

In tabel 1 staan deze eerste voornamen  waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar geboorten voor en na 1970 om een ontwikkeling op het spoor te komen. Het valt op dat de lijst voor geboorten na 1970 veel korter is dan die van ervoor. De adel kiest nu minder specifieke eerste voornamen (die vaak aan een enkel adellijk geslacht verbonden zijn) en volgt de voorkeuren van een bredere, chique sociale groep.

Bijbelse namen zijn grotendeels afwezig in de lijsten (buiten Marie-Christine, James en Jikke via Jacob, Gabrielle). Specifiek voor de adel zijn namen van Germaanse of klassieke oorsprong. Wat betreft de laatste zijn dat uit het Latijn: Adrienne, Ariane, Bonifacius, Cecile, Clara, Claire, Clementine, Constan(tijn,tia,ce), Corn(e,é)lie, Digna, Emili(e,a), Felix, Flor(is,ine,entine), Julie, Just(inus,us,ine), Lily, Maximiliaan, Maurits, Octave, Pauline, Quirine, Valérie, Victoria, of uit het Grieks: Alex(andra,ine), Catherine, Eleonore, Eug(e,é,è)n(e,ie), Georges, Helen, Marguerite, Philip(pe,pa,pine), Sophie, Theodore,  vooral bij vrouwen in Franse vorm. Ook veel Christelijke heiligen (zoals Bonifacius) hadden deze namen overigens, wat voor verspreiding heeft gezorgd en de feitelijke oorsprong heeft vervaagd.  In de spelling zien we enige historiserende voorkeuren voor ae  (Aert, Aernout) en de c (Carel, Coert, Diederic).

Er zijn een paar voornamen die in beide lijsten voorkomen. Langdurig kansrijk van adel zijn voor mannen Otto, Joan, Gustaaf, Otto, Diederik, Constantijn, Duco, Maurits, Allard en Maximiliaan, en voor vrouwen Cornelie, Mechteld, Florentine, Emilie, Henriette, Wendela, Catherine en Frédérique.

Dit bericht is geplaatst in column, Naamkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter