Ridders in de middeleeuwen. Het romantische ideaal en de rauwe werkelijkheid.

Door Willem Kuiper

Als collega Petty Bange, die ik als neerlandicus vooral ken van laat-middeleeuwse moralistische teksten, een boekje publiceert met bovenstaande titel, dan ben ik, die dag en nacht met middeleeuwse literaire ridders in de weer ben, heel benieuwd naar wat zij hierover te melden heeft. Over het romantische ideaal ben ik aardig ingelezen, maar over de rauwe werkelijheid kan ik vast nog wel wat bijleren. De meeste liefhebbers van spaghetti westerns weten dat er een wijde kloof gaapt tussen de oorspronkelijke koeienjongens en de cowboys op het witte doek. Het beeld dat mensen van nu van middeleeuwse ridders hebben, is vooral gebaseerd op bioscoopfilms, TV-series en misschien een bezoek aan het Muiderslot. Maar hoe waarheidsgetrouw is dat beeld? Geen betere gids naar de Middeleeuwen om daar de ridders in het wild te zien dan een ervaren historica, die tot haar pensioen (2015) middeleeuwse geschiedenis doceerde aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.
Met deze intentie heb ik dit boek ter recensie aangevraagd, ook om mijzelf te dwingen het te lezen in plaats van op een stapel te leggen, en met het vaste voornemen er een wervend stukje over te schrijven.

Noch de flaptekst noch de inleiding vertelt de lezer: 1) wat de aanleiding of reden was om dit boek te schrijven; 2) of het om een herziene en bewerkte bundeling van bestaand materiaal, bijvoorbeeld collegestof, gaat (wat ik vermoed), of dat alle hoofdstukken nieuw zijn en speciaal voor dit boek geschreven; 3) welk publiek de auteur op het oog had toen zij zich aan het schrijven zette. Wie dit boek gaat lezen om meer over ridders in de Middeleeuwen te weten te komen, zal teleurgesteld worden. De vlag dekt de lading niet. In dit boek komen tal van onderwerpen aan de orde zoals het Tapis de Bayeux, de Kruistochten, koning Art(h)ur, de Codex Manesse, Jacoba van Beieren, Karel ende Elegast, schaken in de Middeleeuwen en de Orde van het Gulden Vlies, maar wat nu precies ridders zijn, hoe je ridder wordt, hoe zij zich kleden, hoe zij vechten en hoe zij zich dienen te gedragen, komt in dit caleidoscopische boek onvoldoende uit de verf. De ridders staan niet centraal, maar vormen de rode draad waarmee de hoofdstukken aan elkaar geregen zijn.

Hoe smaakvol deze onderwerpen ook gepresenteerd worden, voor historisch letterkundig geschoolde lezers bevat dit boek naast lering en vermaak ook de nodige stof tot ergernis. En dan denk ik vooral aan het hoofdstuk ‘Arthur, de onbekende held’. Hier schiet de literair-historische kennis van de auteur toch echt te kort. In ‘Suggesties om verder te lezen’ wordt enkel en alleen naar papier verwezen, en naar boeken die de auteur vermoedelijk zelf gebruikt heeft, maar die voor een normaal mens niet te pakken te krijgen zijn. Alsof er geen DBNL en internet bestaat, waarin de lezer even gemakkelijk als gratis boeken en teksten over dit onderwerp kan vinden, waaronder Fulco de minstreel (1892), naar welke klassieker in de ‘Inleiding’ verwezen wordt.

Dit alles neemt niet weg dat het een verzorgd uitgegeven boek is, prettig geschreven, en verlucht met prachtige kleurenfoto’s. Een leuk geschenk voor een lekenpubliek met historische belangstelling, maar geen vakliteratuur.

Petty Bange, Ridders in de Middeleeuwen. Het romantische ideaal en de rauwe werkelijkheid. Zutphen [Walburg Pers] 2019, 128 p., rijk geïllustreerd (in kleur). € 19,95.